Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

De Slag van de Kameel

Samenvatting

Bismillah. Het is gemeengoed dat veel gebeurtenissen uit hun context worden gehaald en er een andere draai aan te geven. Sjiieten willen de “soennieten” zo bijvoorbeeld wijsmaken dat Aicha (radia Allahu 3anha, de Moeder der Gelovigen) Ali (radia Allahu 3anhu) wilde vermoorden en een oorlog is gestart tegen Ali. Dit is een misverstand. Lees verder.

De waarheid achter de slag van de kameel is dat zowel Aicha radia Allahu 3anha als Ali radia Allahu 3anhu helemaal niet de intentie hadden om elkaar te bevechten. Aicha vertrok niet uit haar huis om “oorlog te gaan voeren”. Zij vertrok omdat ze vrede wilde stichten tussen de twee groepen moslims die in onenigheid verkeerden. Zij vertrok op basis van dit vers:
“En als twee partijen van gelovigen met elkaar slaags raken, sticht dan vrede tussen hen. (…)” 49:9

Zij vertrok met de intentie om de twee groepen moslims vrede met elkaar te laten maken en zij dacht dat de moslims naar haar zouden luisteren vanwege haar positie als de vrouw van de Profeet (vrede zij met hem) en ummu al moe’minien en dat zij zo kon bemiddelen en een fitna kon voorkomen. Voor zij het wist bevond zij zich midden in de strijd met haar kameel nadat ibn saba de jood en zijn volgelingen het vuur hadden aangestoken en aanstuurden op een oorlog. De moslims in het kamp van Al-zubair en Talha radia Allahu 3anhuma zagen zich genoodzaakt om Aicha radia Allahu 3anha te verdedigen omdat zij dachten dat ze aangevallen zouden worden, en zo speelde de strijd zich rond de kameel af. Dat Ali radia Allahu 3anhu en Aicha helemaal geen vijanden waren bewijst de afloop van de strijd. Want na afloop bracht Ali Aicha zelf naar huis.

De oorzaak van de oorlog is dat ibn saba en zijn volgelingen een persoon uit het kamp van Ali doodden en hier het kamp van Al-zubayr en Talha van beschuldigden. Zij eisten hiervoor wraak en toen het kamp van Al-zubair en Talha radia Allahu 3anhuma zagen dat ze aangevallen gingen worden wilden zij ummu al moe’minien verdedigen omdat zij zonder dat ze het wist midden in de strijd stond. Zo is de “oorlog” begonnen.

Dezelfde tactiek wordt vandaag de dag eigenlijk nog steeds geïmplementeerd om moslims onderling te laten strijden.

De waarheid omtrent de Slag van Al-Jamal

 

 

Dit is een fragment uit de biografie van ‘Ali Ibn Abie Taalib.

 

De belangrijkste gebeurtenissen tijdens zijn kalifaat (‘Ali [Radia Allahu 3anhu]

Het jaar 35 H.:

Nadat de rechtgeleide kalief Uthmaan Ibn Affaan (moge Allah tevreden met hem zijn) werd vermoord [1], werd Ali Ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) vrij gekozen tot kalief. Iedere metgezel die op dat moment in Medina was, zwoor Ali trouw omdat er op dat moment niemand was die beter was dan hij. Niemand had zich verkiesbaar gesteld en Ali Ibn Abie Taalib stond ook niet te springen om kalief te worden. Hij accepteerde deze verantwoordelijk taak nadat de resterende metgezellen keer op keer erop aandrongen, omdat zij bang waren dat de crisis zou toenemen en deze zich verder zou verspreiden.

Abu Bakr Al-Khallaal verhaalde middels zijn overleveraarsketen dat Mohammed Ibn Al-H’anafiyyah– de zoon van Ali – heeft gezegd: ‘Ik was bij Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) toen Uthmaan omsingeld werd. Een man kwam bij ons en zei: ‘De leider der gelovigen is vermoord.’Ali stond op en ik pakte hem bij zijn middel uit angst dat hem iets zou overkomen. Hij zei: ‘Laat los, geen moeder voor jou [2].’Ali ging naar het huis (van Uthmaan) terwijl de man dood was, moge Allah hem genadig zijn. Hij kwam bij zijn huis, ging naar binnen en deed de deur dicht. De mensen kwamen naar hem en klopten op de deur. Zij gingen naar binnen en zeiden: ‘Hij daar is vermoord en de mensen hebben een kalief nodig. Wij kennen niemand die daar meer recht op heeft dan jij. Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) zei tegen hen:‘Ik denk niet dat jullie mij willen. Dat ik een minister voor jullie ben, is beter dan dat ik jullie leider ben.’ Zij zeiden:‘Nee, bij Allah, wij kennen niemand die daar meer recht op heef dan jij.’ Hij zei: ‘Als jullie erop aandringen, dan dient het trouw zweren aan mij niet heimelijk te gebeuren. Maar ik zal naar buitengaan, naar de moskee.’ Vervolgens zworen de mensen hem trouw.’[3]

Al-Moehaadjiroenen Al-Ansaarzagen in dat er niemand was die meer geschikt was dan hij en drongen erop aan dat hij de functie van kalief moest aannemen. Hij zag ook in dat hij daartoe verplicht was en haastte zich om de verantwoordelijkheid te nemen. Indien men zich niet haastte om trouw te zweren aan Ali, dan zou dat resulteren in onrusten en verdeeldheid in alle islamitische regio’s. Het was dus in het belang van de moslims dat Ali het kalifaat aanvaardde, ongeacht de situatie. Elke metgezel die in Medina was, had Ali trouw gezworen en niemand bleef achter. Ook de twee hooggewaardeerde metgezellen Talh’a en Az-Zoebayr. Sommige overleveringen vermelden dat zij met tegenzin trouw zworen, maar deze overleveringen zijn niet authentiek. De authentieke overleveringen melden het tegenovergestelde. At-Tabarie verhaalde dat Awf Ibn Abie Djamielah zei: ‘Ik getuig dat ik Mohammed Ibn Sirien heb horen zeggen: ‘Dat Ali was gekomen en tegen Talh’a zei:‘Strek je hand uit, o Talha, zodat ik jou trouw zweer.’Talh’a zei: ‘Jij bent geschikter. Jij bent de leider der gelovigen. Strek jouw hand uit. Ali strekte zijn hand uit en hij zwoor hem trouw.’’[4]

Het jaar 36 H.:

De moord op Uthmaan was de oorzaak voor vele andere onrusten die daarop volgden. Uthmaan Ibn Affaan was een geliefde man vanwege zijn goede leiderschap en andere kwaliteiten. De opstandelingen hadden hem onrecht aangedaan. Uthmaan was in staat om hen tegen te houden, maar hij koos ervoor om de moslims te beschermen door zichzelf op te offeren. Om deze reden wilde de islamitische samenleving actie ondernemen tegen deze afschuwelijke daad. Zij allen waren het eens dat men wraak diende te nemen voor Uthmaan, maar zij verschilden in de manier waarop.

De meningsverschil tussen de metgezellen ten aanzien van hoe zij zich moesten wreken op de moordenaars van Uthmaan:

De eerste meningsverschil was tussen de leider der gelovigen Ali Ibn Abie Taalib en Talha, Az-Zoebayr en Aishah. De tweede meningsverschil was tussen de leider der gelovigen en Moe’aawiyah, moge Allah over allen tevreden zijn. De oorzaak van deze meningsverschil was niet dat zij zich tegen het kalifaat en de leiderschap van Ali verzetten of van mening waren dat hij niet de meest geschikt kandidaat voor het kalifaat was. Integendeel, zij waren het unaniem eens dat Ali de meest geschikte kandidaat was. Ibn H’azm heeft gezegd: ‘Moe’aawiyah heeft nooit de deugdzaamheid van Ali of zijn recht op het kalifaat ontkend. Maar zijn Idjtihaad leidde hem ertoe dat hij van mening was dat de bestraffing van de moordenaars van Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn) voorrang kreeg boven het trouwzweren (aan Ali). Hij vond dat hij het meeste recht had om de wraak voor Uthmaan op te eisen.’[5]

De oorsprong van de meningsverschil was niet het ondermijnen van het kalifaat van de leider der gelovigen Ali (Moge Allah tevreden met hem zijn). Hun meningsverschil ging over het bestraffen van de moordenaars van Uthmaan. Het ging dus over hoe zij deze situatie moesten oplossen. De leider der gelovigen Ali was het eens over het straffen van de moordenaars, maar hij was van mening dat dit uitgesteld diende te worden totdat de stabiliteit en de eenheid terug zouden keren en de onrusten zouden verdwijnen. Ali was van mening dat het uitstellen van de bestraffing belangrijker was, omdat de degenen die een aandeel hadden in de moord op Uthmaan veelvuldig in aantal waren. Daarnaast zullen hun stammen het voor hen opnemen, waardoor de onrusten dan zullen aanhouden. De geleerden zijn het unaniem eens dat het voor de staatsleider toegestaan is om een executie uit te stellen, indien het voltrekken van deze executie tot onrusten en verdeeldheid zou leiden.[6]

De rol van Abdullah Ibn Saba’ in het aansteken van deze crisis:

Tijdens de laatste jaren van het kalifaat van Uthmaan Ibn Affaan (moge Allah tevreden met hem zijn) verschenen er enkel teken van onrust in de islamitische samenleving. Dit was het resultaat van de snelle verandering van de samenleving. Sommige joden lagen op de loer om gebruik te maken van deze kans. Zij deden zich voor als moslims en gebruikten leugens om hun doel te bereiken. Tot hen behoorde Abdullah Ibn Saba’. Hij speelde een kwalijke rol tijdens deze onrusten naast andere oorzaken die hem daarbij hadden geholpen. Ibn Saba’ kwam met opvattingen en overtuigingen die hij uit het Jodendom afleidde en begon deze ideeën te verspreiden met het doel om de eenheid en saamhorigheid van de islamitische samenleving te verstoren en verdeeldheid te zaaien. Dit was een van de oorzaken die tot de dood van Uthmaan leidde, waarna de islamitische natie in groeperingen en stromingen verdeeld raakte.

Zo begon hij zijn valselijke ideeën te verkondigen door dit te onderbouwen met de Koran. Hij zei o.a.: ‘Ik verbaas me over degenen die beweren dat Iesaa (vrede zij met hem) terug zal keren en tegelijkertijd ontkent dat Mohammed zal terugkeren, terwijl Allah de Verhevene heeft gezegd [interpretatie van de betekenis]: ‘Voorwaar, Degene Die jou de Koran heeft verplicht[7]zal jou zeker naar de plaats van terugkeer (i.e. Mekka, het paradijs of de dood) terugbrengen.’ (Al-Qasas, vers 85) Mohammed heeft meer recht op terugkeer dan Iesaa.’[8]Zo beweerde hij ook dat Ali de testamentaire opvolger van de profeet (vrede zij met hem) is. Vervolgens vertelde hij aan zijn aanhangers dat Uthmaan het kalifaat van Ali heeft afgepakt en dat Ali onrecht is aangedaan. Zo heeft hij zijn voorstanders erop uitgestuurd om de mensen naar zijn ideeën uit te nodigen. Hij spoorde zijn aanhangers aan om naar Medina te gaan om tegen Uthmaan te rebelleren en misleidde hen met vervalste brieven die hij zogenaamd van hoogstaande metgezellen zou hebben ontvangen. Dit resulteerde uiteindelijke tot de dood van Uthmaan.

De slag van Al-Jamal:

Deze veldslag wordt de slag van Al-Jamal (kameel) genoemd, omdat de moeder der gelovigen op een kameel zat in een overdekte draagstoel. Toen Uthmaan Ibn Affaan werd vermoorden, bevond de moeder der gelovigen Aishah zich in Mekka. Zij was de bedevaart aan het verrichten. Talha Ibn Oebaydellaah, Az-Zoebayr Ibn Al-‘Awwaam, Aishah de moeder der gelovigen en anderen vonden dat niks anders dan het eisen van wraak hun tekortkoming in het verdedigen van Uthmaan kon goedmaken.[9]Hun doel was duidelijk namelijk: de eis om de moordenaars van Uthmaan te executeren, verbeteringen aan te brengen, de mensen bekend te maken met de daden die het gespuis had verricht en het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte. Indien de moordenaars van Uthmaan niet bestraft zouden worden, zou iedere kalief het gevaar lopen om door zulke tuig gedood te worden. Talha Ibn Oebaydellaah en Az-Zoebayr Ibn Al-‘Awwaam vertrokken naar Mekka en van daaruit vertrokken zij– samen met de moeder der gelovigen – naar Al-Basrah en vormden daarna grote kamp.

Nadat Ali Ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) op de hoogte was van het feit dat Talha, Az-Zoebayr en Aishah (moge Allah tevreden met allen zijn) op weg waren naar Al-Basrah, riep hij de mensen op om hem te helpen. Vervolgens vertrok hij samen met ongeveer negenhonderd man richting Irak. Sommige metgezellen hadden het Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) afgeraden om uit Medina te vertrekken. Vervolgens sloten de mensen van Al-Koefah zich bij hem aan, naast andere strijders uit andere gebieden. Het doel van de leider der gelovigen was om de situatie te verbeteren en de onrusten te beëindigen. Vanuit Al-Koefah vertrok Ali naar Al-Basrah.

Voor dit gevecht plaats had gevonden, hadden enkele metgezellen en Taabi’oen onderhandelingen gevoerd met beide kampen om tot een vreedzame oplossing te komen. Een van hen was Al-Qa’qaa’ Ibn ‘Amr. Hij adviseerde het kamp van Talha, Az-Zoebayr en Aishah om de eis voor vergelding uit te stellen. Hij zei dat wanneer de verdeeldheid zou eindigen en de islamitische natie weer één zou worden, dat dan de leider der gelovigen in staat zou zijn om de moordenaars van Uthmaan terecht te stellen. Zij stemden hiermee in. Al-Qa’qaa’ ging terug naar Ali en vertelde hem het resultaat, waarop Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) verheugd raakte. Vervolgens stuurde Ali twee boodschappers naar het kamp van Aishah om hun standpunt te bevestigen. Zij vertelden hem dat het klopte en vroegen hem om te komen. Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) vertrok met zijn kamp naar hen toe. De twee kampen kwamen bij elkaar en de mensen bezochten elkaar gewoon. In het kamp van Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) zaten nog de moordenaars van Uthmaan en deze vreedzame oplossing zinde hen niet.

Het begin van de gevechten:

De twee kampen kwamen dus bij elkaar en gingen normaal met elkaar om. Zij hadden niet de intentie om elkaar te bevechten en het bewijs hiervoor is dat zij gewoon normaal met elkaar omgingen. De onruststokers maakten die nacht een zware nacht mee, want hun einde naderde. Zij kwamen die nacht bij elkaar en kwamen overeen om zich te verspreiden in beide kampen en elkaar daarna te bestoken. Zo werden beide kampen verrast door de aanvallen. De ene kamp dacht dat de andere kamp hen had bedrogen. Uiteindelijk resulteerde dit tot gevechten tussen het kamp van Az-Zoebayr Ibn Al-‘Awwaam, Talha Ibn Oebaydellaah en Aishah en het kamp van Ali Ibn Abie Taalib, moge Allah tevreden over allen zijn. Daarnaast waren Ibn Saba’ en zijn aanhangers gretig in het aansteken van onrusten, zodat zij konden ontkomen aan hun straf.

Deze veldslag heeft vele slachtoffers gemaakt en men is het niet met elkaar eens over het aantal slachtoffers. Volgens Al-Mas’oedie berusten deze schatten op de begeerten van de geschied-overleveraars. Volgens de sjiitische overleveraars zijn er duizenden doden gevallen. Volgens de bekende sjiitische geschied-overleveraar Abu Mikhnaf zijn er alleen al van de inwoners van Al-Basrah twintigduizend doden gevallen! De oorzaak voor het overdrijven in het aantal doden is o.a. terug te leiden naar het feit dat de vijanden van de metgezellen de geschillen onder de islamitische natie willen opblazen; de islamitische natie die zich heeft verenigd in hun liefde voor de metgezellen en het volgen van hun sporen na de boodschapper van Allah (vrede zij met hem).
Khaliefah Ibn Khiyyaat verhaalde dat Qataadah heeft gezegd dat de twee kampen elkaar op donderdag medio Djumaadaa Al-Aakhirah van het jaar 36 H. hadden getroffen, en dat de veldslag op vrijdag begon. Zij allen hadden spijt over hun aandeel in de gevechten. Sheikh Al-Islaam Ibn Taymiyyah heeft gezegd dat Talha, Az-Zoebayr, Ali en anderen allemaal spijt hadden van wat er gebeurd is. Zij hadden niet de intentie om te vechten, maar de vechten begonnen zonder dat zij dat wilden. Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft gezegd toen hij zag dat de zwaarden hun werk deden:‘Was ik maar twintig jaar geleden gestorven.’ Dahabie zei: ‘Zonder enige twijfel heef Aishah volledig spijt gekregen dat zij naar Al-Basrah was gegaan en de veldslag van Al-Jamal heeft bijgewoond. Zij had zich niet voorgesteld dat de situatie zo uit de hand zou lopen.’[10]

Na afloop van het gevecht hebben de mensen van Al-Basrah Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) alsnog trouwgezworen. De bekendste slachtoffers van dit gevecht waren Az-Zoebayr en Talha (moge Allah tevreden met hen zijn).

Bron: De biografie van de vierde rechtgeleide kalief: Ali Ibn Abie Taalib

Lees ook over de intentie van Aishah,Az-Zoebay en Talha voor de Slag van Al-Jamal

_______________________________________
Voetnoten:
[1] Vertaler: zie ons artikel de Moord Op Uthmaan.
[2] Vertaler: Ibn Hadjar in Fath Al-Baarie: ‘Deze zin wordt door Arabieren gebruikt wanneer zij iemand berispen. […] Echter, zij zeggen dit terwijl zij niet de letterlijke betekenis ervan ermee bedoelen.’ (2/272), uitgeverij: Al-Maktaba As-Salafiyyah.
[3] As-Sunnah van Al-Khallaal, pagina:415.
[4] Taariekh At-Tabarie (5/456).
[5] Al-Fisal Fi Al-Milali Wa Al-Ahwaa’i Wa An-Nihal (4/160).
[6] Ah’kaam Al-Qor’aan van Ibn Al-‘Arabie.
[7] Dat wil zeggen: Die jou verplicht heeft om de wetten ervan na te komen en ze aan anderen te verkondigen.
[8] Taariekh At-Tabarie (5/347).
[9]Vertaler: In het artikel De Moord Op Uthmaan hebben we aangegeven dat zij daarin niet tekortkwamen, maar dat Uthmaan hen had gevraagd om hem niet te verdedigen.
[10]Al-Moentaqaa Min Minhaadj Al-I’tidaal (222-223)

No Comments

Uw reactie