Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

Abu Bakr en Omar in de Koran: “O jullie die geloven”

Onder de kwade elementen van het Shi’isme die op internet en in hun literatuur de Islaam op alle fronten aanvallen en lasteren bevindt zich het argument dat zij uit Surah al Hujuraat vers 2 halen. Deze uitermate stupide mensen richten hun pijlen op de twee grote metgezellen van de Profeet, moge Allah tevreden met hen zijn, Abu Bakr Siddiq en Umar ibn Khattaab. De betreffende vers die zij hiervoor misbruiken is:

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَرۡفَعُوۡۤا اَصۡوَاتَکُمۡ فَوۡقَ صَوۡتِ النَّبِیِّ وَ لَا تَجۡہَرُوۡا لَہٗ بِالۡقَوۡلِ کَجَہۡرِ بَعۡضِکُمۡ لِبَعۡضٍ اَنۡ تَحۡبَطَ اَعۡمَالُکُمۡ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَشۡعُرُوۡنَ) ﴿۲)

2. O jullie die geloven, verheft jullie stemmen niet boven de stem van de Profeet en spreekt niet luid tegen hem, zoals sommigen van jullie luid tegen elkaar spreken, anders zullen jullie daden vruchteloos worden, terwijl jullie het niet beseffen. (Surah Hujuraat 49:2)

De betreffende vers in Surah al Hujuraat gaat expliciet over Abu Bakr Siddiq en Umar ibn Khattaab alayhi salam. Dit is ook wat de Shi’a immers claimen, aangezien zij dit als kritiek zien van Allah gericht aan deze twee Sahaba. Naast het erkende feit van de moslims en de verschillende exegeses van de Qur’aan gaat het ook daadwerkelijk over Abu Bakr Siddiq en Umar (AS). Tevens is het een vermaning voor de rest van de gelovigen.

Ibn Kathir rahimahullah zegt over deze vers in zijn tafsir:

هذا أدب ثان أدب الله تعالى به المؤمنين أن لا يرفعوا أصواتهم بين يدي النبي صلى الله عليه وسلم فوق صوته، وقد روي أنها نزلت في الشيخين أبي بكر وعمر رضي الله عنهما

“Dit is hoe Allah subhana wa ta’ala de gelovigen onderwijst/corrigeert om niet in het bijzijn van de Profeet hun stem te verheffen, en deze vers is neergedaald omtrent de Shaykhayn, Abu Bakr Siddiq en Umar ibn Khattaab radiallahu anhuma”.

 

De deceptie van de Shi’a aangaande dit vers en incident

Dat sommige sjiitische literatuur en leiders dit vers aanhalen (misbruiken) om de Twee Grote Metgezellen in een kwaad daglicht te stellen, is werkelijk waar stupide. Dit vers is juist een bewijs tegen hun claim, al hopen zij dat hun onderdanen (de normale sjiieten) dit zal ontgaan. De Shi’a claimen hiermee dat dit vers bewijs is dat Allah subhana wa ta’ala de nobele Sahaba bekritiseert en sterker nog, volgens hen is dit bewijs dat zij ongelovigen zijn. Dit is echter niets meer dan een leugen, geproduceerd in de verscheidene tempels van het Shi’isme door de geschiedenis heen.

Ten eerste: Het vers begint met de woorden یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡ  [O jullie die geloven].

Zowel de Shi’a als Ahl ul Sunnah zijn het erover eens dat de betreffende vers over Abu Bakr en Umar radiallahu anhuma gaan. De Shi’a claimen zelfs dat het vers een bewijs is voor het ongeloof van deze Sahaba. (?!) Dat terwijl Allah de meest Prijzenswaardige hen aanspreekt met “Yaa ayyuhalladheena aamanu” [O jullie die geloven] ? Dit is juist bewijs voor hun Imaan en geloof. Tevens weerlegt Allah subhana wa ta’ala met de eerste twee woorden in dit vers de algehele credo van het Shi’isme, namelijk het verketteren van de Sahaba onder andere.

Ten tweede: Het bovenstaande vers geldt als een waarschuwing voor degenen die zich niet laten vermanen door Allah, zijn Profeet en zijn boek. Een wezenlijk verschil. Iets waar veel sjiitische predikers zich schuldig aan maken, is Taqiyyah oftewel deceptie en het verkopen van leugens aan de onwetende sjiieten en soennieten. We weten ook dat het verdraaien van de Qur’aan  en context iets heel gewoons is dat een Shi’a normaliter toepast zonder te aarzelen. Daarom zal een Shi’a die deze claim maakt aan het adres van de beste Sahaba na de Profeet, nooit de verzen erna reciteren of toelichten waarin Allah subhana wa ta’ala zegt:

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَغُضُّوۡنَ اَصۡوَاتَہُمۡ عِنۡدَ رَسُوۡلِ اللّٰہِ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ امۡتَحَنَ اللّٰہُ قُلُوۡبَہُمۡ لِلتَّقۡوٰی ؕ لَہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ وَّ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۳﴾
3. Waarlijk, zij die hun stem verzachten in het bijzijn van de boodschapper van Allah, zijn degenen wier hart Allah tot rechtvaardigheid heeft gezuiverd. Voor hen is er vergiffenis en een grote beloning.

[Surah al Hujuraat, 49:3]

 

Wat was de reactie van Amir al Mu’minin Umar Ibn Khattaab radiallahu anhu?

قال ابن الزبير رضي الله عنهما: فما كان عمر رضي الله عنه يسمع رسول الله صلى الله عليه وسلم بعد هذه الآية حتى يستفهمه،

Het is overgeleverd dat toen deze aya was neergedaald, Umar radiallahu anhu zo zacht zou spreken dat mensen hem niet hoorden en de Profeet hem zou vragen om datgene wat hij zei te herhalen opdat hij hem zou verstaan [Tafsir ibn Kathir, riwaaya Abdullah ibn Zubayr].

We hebben hierboven kunnen lezen dat Umar ibn Khattaab radiallahu anhu vervolgens zo zacht zou spreken dat de Profeet hem zou vragen om luider te spreken. Deze verzen uit Surah al Hujuraat zijn verzen waarin de Sahaba worden opgevoed en gecorrigeerd en behoort tot de etiketten waarmee Allah subhana wa ta’ala de Sahaba hun gedrag perfectioneerde. Dusdanig is overgeleverd over Umar radiallahu anhu:

وقد روينا عن أمير المؤمنين عمر بن الخطاب رضي الله عنه أنه سمع صوت رجلين في مسجد النبي صلى الله عليه وسلم قد ارتفعت أصواتهما، فجاء فقال: أتدريان أين أنتما؟ ثم قال: من أين أنتما؟ قالا: من أهل الطائف، فقال: لو كنتما من أهل المدينة لأوجعتكما ضرباً. وقال العلماء: يكره رفع الصوت عند قبره صلى الله عليه وسلم كما كان يكره في حياته عليه الصلاة والسلام؛ لأنه محترم حياً، وفي قبره صلى الله عليه وسلم دائماً

 

“Umar ibn Khattaab hoorde twee mannen hun stemmen verheffen in de Masjid van de Profeet, en hij vroeg aan hen: “Weten jullie waar jullie zijn?” En voordat ze antwoord gaven vroeg hij nogmaals “Komen jullie uit Madeenah?’ Ze zeiden: “We komen uit Taa’if”. Umar zei tegen hen: “Als jullie bewoners van Madeenah waren, dan had ik jullie zwaar bestraft voor het verheffen van jullie stem in de Masjid van de Profeet sallalahu aleyhi wasallam”. [Sahih al Bukhari boek 8, hadith 459].

De geleerden hebben hiervan het oordeel gehad dat het verboden is om je stem te verheffen ten tijde van het leven van de Profeet, alsook nabij zijn graf.

De Shaykhayn (Twee Shaykhs, Abu Bakr en Omar dus) waren niet de enigen die hun stem hadden verheft, Imam Ahmad levert over van Anas ibn Malik radiallahu anhu het volgende:


وقال الإمام أحمد: حدثنا هاشم، حدثنا سليمان بن المغيرة عن ثابت عن أنس بن مالك رضي الله عنه قال: لما نزلت هذه الآية: { يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لاَ تَرْفَعُوۤاْ أَصْوَٰتَكُمْ فَوْقَ صَوْتِ ٱلنَّبِيِّ } إلى قوله { وَأَنتُمْ لاَ تَشْعُرُونَ } وكان ثابت بن قيس بن الشماس رفيع الصوت، فقال: أنا الذي كنت أرفع صوتي على رسول الله صلى الله عليه وسلم أنا من أهل النار، حبط عملي، وجلس في أهله حزيناً، ففقده رسول الله صلى الله عليه وسلم فانطلق بعض القوم إليه، فقالوا له: تفقدك رسول الله صلى الله عليه وسلم ما لك؟ قال: أنا الذي أرفع صوتي فوق صوت النبي صلى الله عليه وسلم وأجهر له بالقول، حبط عملي، أنا من أهل النار، فأتوا النبي صلى الله عليه وسلم فأخبروه بما قال، فقال النبي صلى الله عليه وسلم: ” لا، بل هو من أهل الجنة

“Anas ibn Malik zei: Toen dit vers (49:2) was geopenbaard, zei Thaabit ibn Qays wiens stem luid was: Ik was onder hen die hun stem boven de stem van de Profeet verhieven, ik ben onder de bewoners van de hel en mijn goede daden zijn nietig. Hij bleef in zijn huis en voelde zich vernietigd, en de Profeet van Allah merkte zijn afwezigheid op. Enkelen gingen naar Thaabit en zeiden tegen hem: “De Profeet sallalahu aleyhi wasallam is jou afwezigheid opgevallen, wat is er met je aan de hand?” Thaabit zei: “Ik was onder hen die zijn stem verhief boven die van de Profeet sallalahu aleyhi wasallam en ik zou luid spreken. Mijn daden zijn nutteloos en ik behoor tot de mensen van het vuur”. Ze gingen naar de Profeet en leverden over wat Thaabit zei, en de Profeet sallalahu aleyhi wasallam zei hierop: “Nee, hij is onder de bewoners van het Paradijs“.

[Musnad Ahmad, vol.3, #137]

 

Appendix:

  • Amir al Mu’minin Abu Bakr Siddiq en Umar ibn Khattaab radiallahu anhuma worden gelovigen genoemd door Allah subhana wa ta’ala in zijn Edele Boek.
  • De suggestie dat de Sahaba hier worden gedoemd is fout, net als de Shi’itische leer van de Islaam.
  • De Shi’a claim dat deze Sahaba “ongelovigen” zijn is weerlegd aan het begin van  het vers met “O jullie die geloven”. (en vele andere Koranverzen)
  • De Profeet sallalahu aleyhi wasallam beloofde het beloofde het Paradijs voor Thaabit, die eveneens een luide stem had.
  • Umar ibn Khattaab zou heel zacht spreken in het bijzijn van de Profeet, en het onderstaande vers beloofd een grote beloning voor hen die Allah gehoorzaam zijn.
  • اِنَّ الَّذِیۡنَ یَغُضُّوۡنَ اَصۡوَاتَہُمۡ عِنۡدَ رَسُوۡلِ اللّٰہِ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ امۡتَحَنَ اللّٰہُ قُلُوۡبَہُمۡ لِلتَّقۡوٰی ؕ لَہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ وَّ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ )﴿۳)
  • 3. Waarlijk, zij die hun stem verzachten in het bijzijn van de boodschapper van Allah, zijn degenen wier hart Allah tot rechtvaardigheid heeft gezuiverd. Voor hen is er vergiffenis en een grote beloning.
  • Umar radiallahu anhu implementeerde de etiquette om zelfs niet nabij het graf van de Profeet de stem te verheffen, uit Hayyah (nederigheid)en zijn respect voor de Profeet sallalahu aleyhi wasallam.
  • De Shi’a hebben wederom gelogen over de Qur’aan, Profeet, Sahaba en tevens laten zien dat zij niet in het bezit zijn van goed moraal of waarachtigheid.
  • Wij vragen aan de Shi’a om dit artikel enkele malen te herlezen, tezamen met andere Koranverzen zoals 9:100. Tevens vragen wij hen om de sjiitische credo achter zich te laten, daar het de Koran tegenspreekt op meerdere vlakken.

No Comments

Trackbacks/Pingbacks

  1. [Sunni-Shia debat] Sjiitische ‘Ayatollah’ vernederd zichzelf. | Sjiieten-ONTMASKERD - […] talloze plaatsen worden de Metgezellen (waaronder Abu Bakr en Omar) geprezen. We hebben reeds een artikel gepubliceerd die het…

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *