Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

Ashora

In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.

Ten eerste willen we beginnen met dit: Moge Allah de Verhevene alle Shuhadaa (Martelaren) belonen met de hoogste rang in het Paradijs. Moge Allah tevreden zijn over Hussein ibn Ali, en hem samen met ons allen en de Profeten laten verenigen in Djannat al Firdaus, ameen.

Men kan stellig menen, dat het hedendaagse sjiisme geen religie meer behelst, maar bijna een politieke, emotionele clan is waarvan slechts diens leiders profiteren. Enkele malen per maand zijn er wel rouw of geboortefeesten; onze emoties willen immers ook wat.

Ashoora, oftewel de tiende dag van de Islamitische maand Muharram, kan als het hoogtepunt worden beschouwd waarin de emoties van de sjiieten naar boven worden gehaald. Sjiieten over de gehele wereld worden wijs gemaakt dat wij, de moslims (Ahlu Sunnah/Soennieten), blij zijn met de dood van bijvoorbeeld Hussein (radia Allahu 3anhu), en dat wij, de moslims, Yazeed prijzen. Nee: Dit klopt niet… …alleen willen de sjiieten dit zélf wel erkennen?

In dit artikel zullen we onder andere het volgende behandelen:

  • Waarom vasten moslims op de dag van Ashora?
  • Welke leugens krijgen de sjiieten voorgeschoteld over de gebeurtenissen van Karbala?
  • Wat wordt er verborgen gehouden voor de sjiieten omtrent Ashora?
  • De vergeten Martelaren van Karbala: Abu Bakr, Omar en Uthman
  • Zelfkastijding (matam & tatbir) is verboden in de Islam!

 

Het vasten op de dag van Ashora:
cbar

Het is belangrijk om de levenswijze van onze Profeet Mohammed (Salla Allahu 3alayhi wa sallam) te volgen. Wij baseren onze religieuze daden op bewijs; wat verrichte onze Profeet? Welke daden accepteerde hij en voor welke daden waarschuwde hij ons? Zo ook met de dag van Ashora; wat hebben de betrouwbare Islamitische overleveringen ons geleerd over deze speciale dag.

De Profeet kwam naar Medina en zag de joden vasten op de dag van Ashura. Hij vroeg hen erover. Zij antwoordden: “Dit is een goede dag, (dit is) de dag waarop Allah de Kinderen van Israel van hun vijand (Firaun) gered heeft en Musa vastte op deze dag.” De Profeet zei: “Wij zijn dichter bij Musa dan jullie.” Dus de Profeet vastte op deze dag en hij spoorde aan om te vasten (op deze dag).
Deze hadith over de reden achter het vasten op Ashura is overgeleverd door Ibn Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en staat vermeld in Bukharie.

Over de beloning van het vasten op de dag van Ashoera zei de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): “Met het vasten op de dag van Ashura hoop ik dat Allah de zonden vergeeft van het voorgaande jaar.

Het is dus een belangrijke dag voor de moslims. Wij houden ons dus ver van de twee extremen: de sjiieten die op die dag rouwen, en de Khawaaridj, die op deze dag (expres) feest vieren. Deze Khawaaridj zijn Nawasib (vijanden van de Ahlalbayt). Wij (soennieten) volgen dus de middenweg. We vasten op deze dag omdat dat Sunnah is. We volgen immers de Profeet, salla Allahu 3alayhi wa sallam.

Welke leugens worden er verteld over de gebeurtenissen?
cbar

Een bekende smoes van veel sjiieten, is dat de moslims op deze dag vasten omdat op deze dag Yazeed overwon of omdat de soennieten het van de Ummayaden zouden hebben gekopieerd. Dit is klinkklare onzin om verschillende redenen; ten eerste willen de sjiitische leiders hun achterban opstoken en diens emoties naar een hoger niveau tillen. De gebeurtenissen van Ashora vonden pas NA de dood van onze Profeet plaats; om deze reden alleen al kan men dit niet accepteren. Immers: ons geloof was toen al gecomplementeerd, en dus kon hetgeen er na gebeurde (wereldlijke) niet bij ons geloof horen. Ondanks dit alles bestaan er alsnog gefabriceerde sjiitische ‘overleveringen’ die menen dat de moslims op die dag vasten omdat ze tegen de Ahlalbayt (radia Allahu 3anhum) zijn.

Hiernaast wordt er door de sjiieten gezegd dat wij op deze dag vasten om de gebeurtenissen van Karbala en het Martelaarschap van Hussein (moge Allah tevreden zijn over hem) te ‘vergeten’. Nogmaals moeten we hen vertellen dat dit (o.a. door het bovenstaande) onjuist is. Wij houden namelijk van de Ahlalbayt en de Metgezellen (moge Allah tevreden zijn over hen allen).

Wat wordt er verborgen gehouden voor de sjiieten omtrent Ashora?
cbar

Er wordt veel verborgen gehouden voor de sjiieten tijdens Ashora; er zijn veel Metgezellen en Ahlalbayt-leden gestorven op die dag. Wanneer men zou vragen aan de hedendaagse sjiieten wie dat waren, is de kans klein dat je een Omar, Abu Bakr of Uthman zult horen. Ja; er waren martelaren die dag die aan de kant van Hussein vochten met deze namen!

Sjiieten zouden zich ook op hun hoofd moeten krabben om het volgende: in de geschiedenis zijn VELE profeten gedood op de meest barbaarse manieren; de Profeet Zacharias (Zakaria) bijvoorbeeld, werd met een zaag in tweeën gesneden. Een retorische vraag voor de sjiieten zou dan zijn; is de martelaarschap van een profeet niet erg (er)?

Één van de grootste Metgezellen die de (sunnitische) Ahadith hebben overgeleverd over het vasten tijdens Ashora, was iemand van de Bani Hashem stam, namelijk Abdallah Ibn Abbas (Moge Allah tevreden zijn over hem). Het was dus een LID VAN DE AHLALBAYT!

SJIITISCHE AHADITH: Verder bestaan er sjiitische ahadith die bevestigen dat je op Ashora moet vasten. De volgende hadith is bijvoorbeeld ‘saheeh’, en komt uit het sjiitische Wasael As-Shia, Hoofdstuk ‘Vasten 9 en 10e ashora’, door Hurr Al Ameli:
Muhammad b. Al Hasan in Al Misbah van Abdullah b Sinan zei: ‘Ik kwam bij Abi Abdillah (AS) binnen op de dag van Ashora en zijn tranen waren aan het vloeien als parels. Ik vroeg: Waarom ben je aan het huilen? Hij zei: Waarom ben je minachtend? Weet je dan niet dat Al Hussein (AS) gekweld was op deze dag? Ik zei: wat vindt je van zijn vasten? Hij zei: Vast het, zonder tabyeet, en breek het zonder tashmeet, en vast niet de hele dag.”

Abu Abdillah (AS) van zijn vader Ali (AS) zei: “Vast op Ashora, de negende en de tiende, want het verwijderd de zondes van een gehele jaar!” (Sjiitische Hadith, zwak)

Een andere sjiitische leugen is dat ‘Ashora geen vastendag meer was na de intrede van de maand Ramadan’. Dit is een grove leugen aangezien de dag van Ashora NA de intrede van de Ramadan nog steeds een dag was waarop de moslims vrijwillig aan het vasten waren.

Een overlevering: Aicha (moge Allah tevreden zijn over haar) verhaalt dat de Quraish normaliter vastten op de dag van Ashora tijdens de pre-islamitische dagen. De Profeet van Allah (vrede zij met hem) beviel om die dag te vasten, totdat (het vasten) verplicht werd gesteld tijdens de Ramadan. Daarna zei de Profeet van Allah (vrede zij met hem): ‘Hij die wil vasten moet dat doen, en hij die het wil verbreken moet het doen.’

Het vasten tijdens Ashora is dus niet verplicht. Tevens vastte de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) ook de dag van Ashora, zelfs in het laatste jaar voordat hij stierf. Er is een bekende overlevering (Hadith) die dit bevestigd:

“Als ik nog leef het volgende jaar, dan zal ik de negende dag ook vasten.” Echter, toen de dag van Ashura een jaar later aanbrak, was de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) overleden, waardoor hij dit niet meer kon doen. Toch waren zijn woorden zeer duidelijk voor ons: het is beter om ook op de negende dag van Muharram te vasten, de dag voor Ashura (of de dag na Ashura). Op deze manier wilde de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) zich afscheiden van de joden en de christenen.

Er zijn vele anderen sjiitische overleveringen die bevestigen dat je op Ashora moet vasten, zoals deze: Abu Al Hassan (AS) zei: “De profeet (saw) vastte op de dag van Ashoura” (bronnen) U vindt een selectie hieronder.

Sjiitische overleveringen die zeggen dat men tijdens Ashora moet vasten.

وفي الاستبصار جمع بين الأخبار بان ( من صام يوم عاشوراء على طريق الحزن بمصاب آل محمد ( صلى الله عليه واله وسلم ) والجزع لما حل بعترته فقد أصاب ومن صام على ما يعتقد فيه مخالفونا من الفضل في صومه والتبرك به والاعتقاد لبركته فقد أثم وأخطأ )

Istibsaar gathering between the reports Sheikh AlToosi:”Who fasts the day of Ashura on the way of sadness by tragedy of the family of Muhammad pbuhap and pain from what happened to his progeny has aimed correctly and who fasts according to what the opposers believe in, from the virtuo in fasting and blessedness by it has sinned and is mistaken”v.2 p.136 Istibsar

Its also said that Sheikh AlToosi transmitted this from Sheikh AlMufeed both of these are like the pillars of the Shia Imamya sect.

Zurara from Abi Jaafar and Abi Abdullah pbut they said:”Don’t fast the day of Ashura..” Sayed Khoei said that this narration is weak by Nooh son of Shuaib and Yaseen AlThareer. Hur AlAamely Wasael ch.4 h.1 Book of fasting v.22 p.304(Khoeis comment)

“The narrations that forbid, are not pure in their Sanad(chain)completely, for they are all weak, we don’t have a narration that is Mutabar(saheeh) that we can rely upon it to carry what opposes it on Taqya like what the man of AlHada’eq did” Mustaned Urwat AlWithqa p.304-305

Khoei: So he came with a result that the narrations which forbid fasting on the 10th of Muharram are all weak, so the one which commands fasting is free from the conflicts to it,the detestfulness of fasting Ashura is not even proven. v.22 p.307 Jurisprudence of Sayed AlKhoei

أما ما حرره في مجال تضعيف الروايات المانعة وسقوطها عن الاعتبار فضلا عن المعارضة في قوله : ( فالروايات الناهية غير نقية السند برمتها ، بل هي ضعيفة بأجمعها ، فليست لدينا رواية معتبرة يعتمد عليها ليحمل المعارض على التقية كما صنعه صاحب الحدائق ) [12] .

فخرج ( قده) بنتيجة مفادها أن الروايات الناهية عن الصوم في العاشر من محرم كلها ضعيفة السند فتكون الآمرة بالصوم سليمة عن المعارض . فلم تثبت كراهة صوم يوم عاشوراء[13].

[ 13838 ] 1 ـ محمد بن الحسن بإسناده عن علي بن الحسن بن فضال ، عن يعقوب بن يزيد ، عن أبي همام ، عن أبي الحسن ( عليه السلام ) قال : صام رسول الله ( صلى الله عليه وآله وسلم ) يوم عاشوراء .

1 – Muhammad b. al-Hasan by his isnad from `Ali b. al-Hasan b. Faddal from Ya`qub b. Yazid from Abu Hammam from Abu ‘l-Hasan عليه السلام. He said: The Messenger of Allah صلى الله عليه وآله وسلم fasted on the day of `Ashura.

[ 13839 ] 2 ـ وعنه ، عن هارون بن مسلم ، عن مسعدة بن صدقة ، عن أبي عبدالله ( عليه السلام ) عن أبيه ، أن عليا ( عليه السلام ) قال : صوموا العاشوراء التاسع والعاشر ، فانه يكفر ذنوب سنة .

2 – And from him from Harun b. Muslim from Mas`ada b. Sadaqa from Abu `Abdillah عليه السلام from his father that `Ali عليه السلام said: Fast on `Ashura, the ninth and the tenth, for verily it atones for the sins of a year.

[ 13840 ] 3 ـ وبإسناده عن سعد بن عبدالله ، عن أبي جعفر ، عن جعفر بن محمد بن عبدالله ، عن عبدالله بن ميمون القداح ، عن جعفر ، عن أبيه ( عليهما السلام ) قال : صيام يوم عاشوراء كفارة سنة .

3 – And by his isnad from Sa`d b. `Abdullah from Abu Ja`far from Ja`far b. Muhammad b. `Abdullah [Ja`far b. Muhammad b. `Ubaydullah – in at-Tahdhib] from `Abdullah b. Maymun al-Qaddah from Ja`far from his father عليه السلام. He said: The fast of the day of `Ashura is an atonement of a year.

[ 13841 ] 4 ـ وبإسناده عن أحمد بن محمد ، عن البرقي ، عن يونس بن هاشم ، عن جعفر بن عثمان ، عن جعفر بن محمد ( عليهما السلام ) قال : كان رسول الله ( صلى الله عليه وآله وسلم ) كثيرا ما يتفل يوم عاشوراء في أفواه الاطفال المراضع من ولد فاطمة ( عليها السلام ) من ريقه ، فيقول : ما نطعمهم شيئا إلى الليل ، وكانوا يروون من ريق رسول الله ( صلى الله عليه وآله وسلم ) ، قال : وكانت الوحش تصوم يوم عاشوراء على عهد داود ( عليه السلام ) .

4 – And by his isnad from Ahmad b. Muhammad from al-Barqi from Yunus b. Hashim [Yunus b. Hisham – in the masdar] from Ja`far b. `Uthman [Hafs b. Ghiyath – in the masdar] from Ja`far b. Muhammad عليهما السلام. He said: The Messenger of Allah صلى الله عليه وآله وسلم would do much spitting on the day of `Ashura into the mouths of the nursing infants from the children of Fatima عليها السلام from his saliva, and he would say: We do not feed them [Do not feed them – in the masdar] anything till night, and they would drink from the saliva of the Messenger of Allah صلى الله عليه وآله وسلم. He said: The wild beasts would fast on the day of `Ashura during the era of Dawud عليه السلام.

[ 13842 ] 5 ـ وبإسناده عن علي بن الحسن ، عن محمد بن عبدالله بن زرارة ، عن أحمد بن محمد بن أبي نصر ، عن أبان بن عثمان الاحمر ، عن كثير النوا ، عن أبي جعفر ( عليه السلام ) قال : لزقت السفينة يوم عاشوراء على الجودي ، فأمر نوح ( عليه السلام ) من معه من الجن والانس أن يصوموا ذلك اليوم ، قال أبوجعفر ( عليه السلام ) : أتدرون ما هذا اليوم ؟ هذا اليوم الذي تاب الله عز وجل فيه على آدم وحواء ، وهذا اليوم الذي فلق الله فيه البحر لبني إسرائيل فأغرق فرعون ومن معه ، وهذا اليوم الذي غلب فيه موسى ( عليه السلام ) فرعون ، وهذا اليوم الذي ولد فيه إبراهيم ( عليه السلام ) وهذا اليوم الذي تاب الله فيه على قوم يونس ، وهذا اليوم الذي ولد فيه عيسى بن مريم ( عليه السلام ) ، وهذا اليوم الذي يقوم فيه القائم ( عليه السلام ) .

5 – And by his isnad from `Ali b. al-Hasan from Muhammad b. `Abdullah b. Zurara from Ahmad b. Muhammad b. Abi Nasr from Aban b. `Uthman al-Ahmar from Kathir an-Nawa from Abu Ja`far عليه السلام. He said: The ark adhere to al-Judi on the day of `Ashura, so Nuh عليه السلام commanded whoever was with him from the jinn and man to fast on that day. Abu Ja`far عليه السلام said: Do you know what this day is? This is the day in which Allah عز وجل forgave Adam and Hawa. And this is the day in which the sea was split for the Children of Israel and Fir`awn and whoever was with him drowned. And this is the day in which Musa عليه السلام defeated Fir`awn. And this is the day in which Ibrahim عليه السلام was born. And this is the day in which Allah forgave the people of Yunus. And this is the day in which `Isa b. Maryam عليه السلام was born. And this is the day in which the Qa’im عليه السلام will rise.

5 – And from him from Muhammad b. Musa from Ya`qub b. Yazid from al-Hasan b. `Ali al-Washsha. He said: Najiyya [Najba – in the masdar] b. al-Harith al-`Attar narrated to me. He said: I asked Abu Ja`far about the fast of the day of `Ashura. So he said: An abandoned fast by the revelation of the month of Ramadan. And the abandoned is an innovation (bid`a). Najiyya said: So I asked Abu `Abdillah after his father about that. So he answered me with the like of the answer of his father. Then he said: However verily it is a fast of a day which no scripture has not been revealed with, and no sunna brought about, except for the sunna of the family of Ziyad by the killing of al-Husayn b. `Ali

Someone may use the above narration but according to Majlisi in Mirat ul uqul it has been graded majhool.

عن عبد الله بن سنان قال : دخلت على أبي عبد الله عليه السلام يوم عاشوراء ودموعه تنحدر على عينيه كاللؤلؤ المتساقط فقلت : مم بكاؤك ؟ فقال أفي غفلة أنت ؟ أما علمت أن الحسين عليه السلام أصيب في مثل هذا اليوم ، فقلت : ما قولك في صومه ؟ فقال لي: صمه من غير تبييت وأفطره من غير تشميت ، ولا تجعله يوم صوم كملا وليكن إفطارك بعد صلاة العصر بساعة على شربة من ماء فإنه في مثل ذلك الوقت من ذلك اليوم تجلت الهيجاء عن آل رسول الله صلى الله عليه وآله

From Abdullah son of Sinan he said: I entered to Abi Abdullah pbuh on the day of Ashura and he tears were dripping down from his eyes like pearls that are falling so I said: Why are you crying for? He said: Are you in a confusion? Don’t you know that AlHussain a.s was hurt on this day, so I said: What do you say about fasting? He said to me: Fast it without completing it and break the fast without gloating. And do not make it a day of fasting completely and make breaking your fast after Salat AlAser in one hour by a drink of water for in this time and on this day, the battle has been removed from the family of the Messenger of Allah pbuhap”

Wasael 10:458

The hadith in Wasael 10:458 is Mursal but some have the conclusion that fasting if your intentions are not to celebrate is halal. 

De vergeten Martelaren van Karbala: Abu Bakr, Omar en Uthman: Het zijn de namen… DAT IS DE MISDAAD!
cbar

Misschien zul je denken dat het bovenstaande genoeg was geweest voor de sjiitische geleerden om hun ‘versie’ van Ashora teniet te doen. Think again: Er is veel meer aan de hand. De sjiieten menen dat de Ahlalbayt TEGEN de meeste Metgezellen waren, en dan met name de drie eerste Khaliphen Abu Bakr, Omar en Uthman. Dit is ten eerste onwaar; de Ahlalbayt hebben hun zonen vernoemd naar de Drie; ook tijdens de slag in Karbala droegen veel martelaren deze namen. Ze stierven als Shuhadaa (martelaren).

Niet veel sjiieten zijn hiervan op de hoogte; tijdens bijeenkomsten en Ashora optochten zul je de namen van deze Martelaren dus niet (vaak) tegenkomen. Het wordt verborgen gehouden voor de massa, omdat dit ze wel eens aan het denken zouden kunnen zetten. De Nederlandse sjiitische organisaties doen hier leuk aan mee.

forgotten

Tijdens de “Ashora” optochten van de sjiieten zie je zwart van banners met texten als “Ya Zaynab”, “Ya Ali Asghar” en “Ya Ali”. Ali Asghar was een baby die werd gedood tijdens de strijd.

Wat zit hier achter? “Klopt” er iets niet? Zijn de sjiitische leiders bang voor iets?

Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende personen:

-Othman (Zoon van Ali)
-Abu Bakr (Zoon van Ali)
-Abu Bakr (Zoon van Al Hassan ibn Abi Talib)
-Omar (Zoon van Ali)
-Omar (Zoon van Al-Hassan ibn Ali ibn Abi talib)

“Waarom zien we geen massieve banners tijdens Ashora met “Ya Abu Bakr, Ya Omar en Ya Othman” erop? Zij waren ook Martelaren tijdens Karbala. Sterker nog: sommige van hen waren een van de meest essentiële spelers van de Tragedies en de meest Brave persoonlijkheden bij het slagveld. Zonder twijfel is hun enige ‘misdaad’ de naam die ze droegen. De namen die ze droegen waren de namen van de Khaliphen; de namen die de Ahlalbayt aan hun KINDEREN hebben gegeven. De namen die iedere onwetende sjiiet hun lichaam zouden doen bibberen tijdens Muharram; de namen die iedere Husseyniaat zou doen beven als hun namen erin zouden worden genoemd. Het moge overduidelijk zijn dat de waarheid een standvastig fundament heeft in de religie. Deze waarheid willen de sjiieten verdoezelen door belangrijke zaken niet te vermelden of om door leugens te vertellen. Enkele van bovenstaande Martelaren waren zeer belangrijk, ondanks dit zijn Martelaren met een andere naam verkozen door de hedendaagse sjiieten en wordt hun verhaal in de spotlights gezet. (sjiitische (oude) bronnen: Al Irshad, Al-Tabari, Al Masoudi, Al Khawarizmi, Al-Isfahani)

Alsof het als geroepen komt is de Zionistische website “ahlalbait.nl” ook de namen van de bovengenoemde martelaren “vergeten”. Zou het? We willen jullie erop wijzen dat ze wel het verhaal van een zuigeling (Ali Asghar) uitvergroten, maar de heldhaftige strijders met de 3 namen niet meenemen in hun verhalen.

Lees het originele stuk van de Rawafidh ahlalbait.nl:

Lees het (verzonnen) stuk van de Rawafidh ahlalbait.nl:

Het begin van de strijd

 

Er werd man tegen man gevochten.

 

De eerste mannen die begonnen te vechten, waren de vrienden van Imam Hussein (a). Ze gingen één voor één naar de Imam om hem salaam te zeggen en sterkte te wensen, daarna gingen ze naar het slagveld om deel te nemen aan de strijd. De dienaar van imam Hussein (a), genaamd Weheb, wilde Imam Hussein helpen. Hij ging naar het slagveld om deel te nemen aan de strijd en vocht daar als een ware held.

Hij vroeg zijn moeder: “Moeder, ben je trots op mij?” Zijn moeder antwoordde: “Kom niet terug zoon. Ik zal nooit trots op je zijn, als je niet tussen de handen van al-Hussein (a) vecht”. Zijn vrouw zei: “Ga niet! Laat mij niet in de steek!”, maar zijn moeder zei tegen hem: “Doe je best en luister niet naar je vrouw. Vecht, zodat Imam Hussein (a) jou ziet en je zijn zegeningen zult krijgen”. Toen Weheb zich weer omdraaide, hoorde hij dat zijn vrouw hem aanmoedigde. Ze zei: “Vecht verder en doe je best”. Hij vroeg verbaasd: “Wat is er met jou, net wilde je niet dat ik ging?”

Zijn vrouw antwoordde hem: “Verwijt mij niets Weheb, maar Imam Hussein (a) brak mijn hart, toen ik hem voor zijn tent zag staan en hij naar links en rechts keek, zeggende: “Niemand die ons steunt, niemand die ons helpt!”.

 

Daarna stond hij op en zei. “Zahier, Habieb, waar zijn jullie? Waarom geven jullie geen antwoord als ik jullie namen roep? Ik hoop dat jullie niet aan het slapen zijn. Let goed op, a.u.b.!”

 

 

De dood van Ali al-Akber

 

Ook Ali al-Akber (a) (De oudste zoon van Imam Hussein) wilde deelnemen aan de strijd. Hij was een nog heel jonge man. Toen hij zijn vader om toestemming vroeg, keek die liefhebbend naar zijn jonge zoon en vertelde hem, hoe hij hem in elk opzicht deed denken aan de profeet (s).

 

Imam Hussein (a) gaf Ali al-Akber toestemming en richtte vervolgens zijn gezicht en handen naar de hemel zeggende: “God wees een getuige op hen (de vijanden), er zal een jongen tevoorschijn komen voor hen, die op uw profeet lijkt in zijn uiterlijk en gedrag. Als wij onze profeet missen en wilden zien, dan keken we naar Ali al-Akber. God, laat ze a.u.b. uit elkaar gaan en laat ze lijden”. Hij gaf Ali al-Akbar zijn zegen en vroeg hem naar zijn moeder en tante te gaan. Ali groette zijn moeder, Oem Leila, en zijn tante, Zaineb. Oem Leila keek met tranen in haar ogen naar de 18-jarige Ali al-Akbar en zei: “O God, is het tijd voor jou om te gaan? ” Met deze woorden viel ze in Ali’s armen en verloor haar bewustzijn.

 

Ali al-Akber ging het slagveld op en zei: “Ik ben Ali de zoon van Imam Hussein, wij zijn de familie van de profeet. Ik zal jullie met mijn zwaard slaan, om mijn vader te beschermen. Ik zal blijven vechten en mijn pijlen naar jullie richten tot ik helemaal verzwakt ben en niet meer in staat om te vechten”.

 

Daarna begon hij heldhaftig aan de strijd, tot hij zo’n dorst kreeg dat hij niet meer kon. Hij vroeg zijn vader om water, maar Imam Hussein (a) zei met en verdrietige stem: ‘W’Allah zoon als ik een druppeltje water had, dan zou ik het nooit van jou verbergen, maar ik bezit niets!

Ali Al-akber ging ondanks zijn dorst door met vechten en schakelde ongeveer 200 mannen uit, totdat Ben Menked met een paar mannen kwam. Zij sloegen Ali op zijn hoofd met een zwaard, waarna hij op de grond viel. Ben Menked en zijn mannen gingen door met slaan, tot Ali Al-Akber zich niet meer kon bewegen en riep: “Vader, help mij!”.

 

Imam Hussein (a) hoorde de stem van zijn zoon, kwam rennend en hopeloos aan en zei: “Oh, kleinzoon van de profeet, moge Allah degene die jou dit hebben aangedaan vervloeken! Niemand heeft genade met jou en ons, niemand heeft respect”. Ali Al-akber stierf direct daarna in de armen van zijn vader. Imam Hussein (a) tilde hem voorzichtig op. Hij weende de hele weg terug naar het kamp.

 

Aangekomen bij het kamp, renden Oem Leila, Zaineb, Oem Koelthoem en de andere vrouwen en kinderen uit hun tenten hem tegemoet. Allen wilden ze Ali Akbar zien. Oem Leila zag hoe erg imam Hussein(a) weende en ze zei :”Ik ben trots op onze zoon dat hij zijn leven heeft geofferd voor zo een nobel doel. Ik bid Allah dat hij ons geduld geeft”.

 

 

De dood van al-Qasim

 

De volgende die Imam Hussein (a) om toestemming vroeg, om het slagveld te betreden, was al-Qasim. Hij was de zoon van Imam Hassan (a). Imam Al Hussein gaf hem toestemming, maar nam hem eerst mee naar de tent van zijn moeder. Hij opende daar een doos en haalde er een tulband uit, die van Imam Al Hassan is geweest.

 

Imam al-Hassan (a) wilde dat zijn zoon die zou dragen. Hij zette de tulband op het hoofd van al-Qasim. Vervolgens ging al-Qasim witte kleden dragen, die mensen dragen als ze dood gaan (kefn). Tot slot namen ze afscheid van elkaar.

 

De moeder van al-Qasim zei hem nog: “Zoon je bent de steun van je oom. Stel mij niet teleur, maar bewijs dat je een man bent!”

al-Qasim zei: “Ma, je hoef dat niet te zeggen, want dat wou ik altijd doen. Jouw dua zal mij zeker helpen”.

 

al-Qasim ging richting slagveld en zei: “Ik ben de zoon van Hassan, kleinzoon van de profeet en gelovig in hem.” Hij begon te vechten, doodde vele soldaten, maar toen kwam Umar Ben Sa’d die zei: “Ik zal zijn oom, al-Hussein laten huilen, door het leven van dit jongentje te beëindigen”.

 

Hij sloeg al-Qasim op zijn schouder, zodat hij op de grond viel en niet meer kon opstaan. Kreunend riep hij zijn oom voor een redding. Imam Hussein kwam rennend aan en huilend zei hij: “Wat kan ik doen mijn zoon, had dat zwaard maar mijn bloedvaten geslagen en niet jou lichaam. Je vraagt om hulp en ik kan je niet helpen, je vraagt om redding en ik kan je niet redden!” De Imam tilde de stervende jongen op en bracht hem naar hun tenten.

 

 

Dood van Abbas

 

al-Abbas was het zat en besloot om water te gaan halen. Hij ging richting Imam Hussein om afscheid van hem te nemen. Imam Hussein zei tegen hem: “Jij bent mijn broer en mijn steun in dit leven, wie heb ik als je weg gaat”

al-Abbas antwoordde: “Ik moet gaan en water voor de kinderen halen. Ik kan niet zo toe blijven kijken!”

 

Hij ging naar de andere kant van het slagveld en tilde zoveel mogelijk waterzakken op als hij kon en probeerde terug te gaan naar het kamp. Toen hij halverwege was, zag Omar Ben sa’d hem en schreeuwde naar zijn soldaten dat ze hem moesten stoppen. Eén van de mannen verstopte zich achter een boom en toen al-Abbas langskwam hakte hij zijn linker arm eraf. Al-Abbas zei: “Als je mij mijn linkerarm ontneemt, draag ik ze met mijn rechter”, waarna de soldaat ook zijn rechterarm eraf hakte. Maar al-Abbas hield vol! Hij liet de waterzakken niet vol, maar klemde ze stevig vast tussen zijn tanden. Terwijl hij dit deed, bad hij tot Allah (swt) of Hij hem lang genoeg in leven wilde houden tot hij het kamp zou bereiken en het water aan Sukaina zou kunnen geven.

 

Sukaina bleef door zijn gedachten gaan en hij hoorde haar stem door zijn hoofd dwalen, zeggende: “Oom Abbas, haal alsjeblieft wat water voor me!”. Hij liep moedig door, maar een bende soldaten vuurden hun peilen op hem af en hij viel op de grond. Hij riep zijn broer: ‘’Ya Hussein, red me!’’ Deze kwam rennend naar hem toe en zei: “Oh broer, de vijanden zijn nu blij, want ze hebben mijn rug gebroken!”.

 

Imam al-Hussein wilde zijn broer naar de tenten toe dragen, maar al-Abbas wilde dit niet. Hij zei dat hij zich schaamde omdat hij had gefaald. Hij had de vrouwen en kinderen beloofd om water voor hen te halen en dat was hem niet gelukt. Al-Hussein wilde het hoofd van al-Abbas in zijn armen tillen, maar deze weigerde dit tot drie keer toe en toen de imam hem vroeg naar de reden, zei al-Abbas: “Als jij nu mijn hoofd optilt, wie tilt dan straks jouw hoofd op?”. De Imam vroeg hem toen: “Maar wie gaat jouw ogen sluiten en jou tot de dood helpen?” en op dat moment stierf al-Abbas.

 

 

De dood van de zuigeling

 

Imam Hussein (a) ging terug naar zijn tent, waar Zainab hem met haar neefje stond op te wachten. Ze zei: “Oh broer, de baby heeft geen melk meer! Zijn moeders borsten zijn uitgedroogd! Kun je hem niet naar de vijanden brengen? Misschien hebben ze genade en geven hem water”.

 

Imam Hussein liep met het kindje in zijn armen richting de vijanden die een kring rond de tenten hadden gevormd. De Imam riep: “Oh mensen, als wij een conflict hebben, laten wij dit dan als volwassenen onder elkaar oplossen. Wat heeft deze baby gedaan om geen water te krijgen?”

 

Sommigen onder de vijanden riepen: “Niet geven!” en anderen riepen: “Geef alleen het kind wat water!”, maar Omar Ben Sa’d zei tegen zijn man: ‘’Maak een einde aan deze chaos!’’. Deze begreep het commando en schoot een peil af die de keel van het kind in de hele lengte doorsneed. Het kind likte nog een beetje van het bloed, denkend dat hij te drinken kreeg en stierf snel daarna in zijn vaders armen. Imam Hussein richtte zijn handen, die vol met bloed zaten, naar de hemel, zodat geen enkel druppeltje op de grond zou vallen. Vervolgens liep de imam terug naar zijn tent, met het dode kind in zijn armen. Sukaina (zijn dochter) kwam hem rennend tegemoet, vragend of hij het kindje water heeft gegeven en hen ook wat heeft meegebracht.

 

 

Eenzaamheid van al-Hussein

 

Imam al-Hussein bleef alleen over. Zijn hele familie was gedood, behalve de vrouwen en kinderen. Al-Hussain schreeuwde tegen de vijanden, die om de tent stond stonden: “Waarom doen jullie dit? Doen jullie dit omdat ik gelijk heb en het rechte pad van de profeet (s) volg?”. De vijanden antwoordden hem: “Nee, we doen dit uit wraak tegen je vader! Hij heeft onze sterkste mannen gedood! Beder en Hanien”.

 

De Imam riep meerdere malen: “La hawla wala quwata illa billah al ‘aliyol ‘adhiem” en wilde zijn mannen bij elkaar brengen om de vrouwen en kinderen zoveel mogelijk te beschermen, maar er was geen man meer over. Ze hadden allemaal deelgenomen aan de strijd en waren op het slagveld gestorven.

 

Imam Hussein pakte zijn zwaard en liep naar buiten om te vechten. Hij riep: “Ik ben Hussein, zoon van Ali. Ik bescherm mijn kinderen en volg het pad van mijn opa de profeet!” en vocht tegen de soldaten tot hij een stem hoorde roepen dat ze zijn tenten waren binnengedrongen. Hij draaide zich om en ging erheen, maar alles was in orde. Hij zag Zainab huilen en vroeg haar naar Sukaina. Zainab wees hem een tent aan, waar Imam Hussein zijn dochter huilend aantrof. Hij vroeg haar: “Oh dochtertje, waarom huil je? Ik ben er toch nog? ”

Zij antwoordde hem: ” Ik heb het gevoel dat je het gaat opgeven voor de dood “. Waarop hij zei: “Oh Sukaina, wie geeft het niet op als hij zonder hulp en steun tegenover de dood staat? “.

 

Sukaina zei toen tegen haar vader: “Neem ons met je mee naar je graf, we hebben niet veel tijd meer!” Op dat moment hoorde imam Al-Hussain een stem van het slagveld afkomen, die zei: “Hussain wil niet meer vechten! Hij zit in een tent met de vrouwen!”

 

De imam pakte meteen zijn zwaard en wilde weer richting de vijanden gaan, maar toen hoorde hij de stem van de huilende Sukaina. Hij vroeg haar: ‘’Wat heb je nodig, mijn dochter?’’ Sukaina vroeg hem of hij van zijn paard af wilde komen en op de grond wilde gaan zitten. Hij deed wat ze vroeg en zij kwam op zijn schoot zitten en vroeg aan hem of hij op haar voorhoofd wilde wrijven. Imam Hussein begon meteen te huilen, want hij wist wat ze bedoelde, dit was wat hij bij de weeskinderen deed! Hij zei tegen zijn dochter: “Huil niet, mijn hart breekt met elke traan van jou! ” Hierna stond hij op en begon weer aan de strijd.

 

Ondanks zijn dorst (dit was de tiende dag zonder water) ging hij door en door met vechten tot Umar Ben Sa’d tegen zijn mannen zei: “Sukkels! Dat is de zoon van de arabier (Ali)!”, waarna vier groepen soldaten zich gingen vormen. Één groep schoot peilen op de imam af, de andere groep vuur, etc.., maar de imam bleef doorgaan met vechten. Totdat 72 peilen zijn lichaam doorboorden en een giftige peil zijn borst binnendrong. Al-Hussain richtte zijn gezicht naar de hemel, zeggende: “La ilaha illa’Allah, Muhammad rasoel Allah!” en trok daarna de giftige pijl uit zijn borst.

 

Het bloed stroomde uit de wond en de imam viel op de grond. Hij was niet meer in staat om op te staan.

 

Zelfkastijding (matam, zelfmutilatie, tatbir) is verboden in de Islam.
cbar
Zelfkastijding zoals een aantal sjiieten doen, is verboden in de Islam. Het is een onacceptabele daad, die verworpen wordt; de Islam is onze perfecte geloof; geen volmaakte geloof zou van hun onderdanen eisen of vragen dat ze zichzelf pijn doen zoals het sjiisme dat doet.

De Profeet Mohammed, vrede zij met hem, zei: “Hij behoort niet tot ons, degene die zich op zijn wangen slaat, zijn kleding openscheurt en smeekt met een smeekbede uit de tijd van onwetendheid.” [al-Bukhārī]

Verder lezen we in onze Edele Koran:
En Wij zullen jullie zeker beproeven met iets van vrees, honger, vermindering van bezittingen, levens en vruchten. Maar geeft verheugende tijdingen aan de geduldigen. (155)Degenen die wanneer een ramp hen treft, zeggen: (Inna lillahi wa inna ilaihi radji’oen) “Voorwar, aan Allah behoren Wij, en voorwaar, tot Hem zullen Wij terugkeren.” (156) Zij zijn degenen op wie de zegeningen van hun Heer neerdalen, en Barmhartigheid, en zij zijn degenen die de rechte Leiding ontvangen. (157) [Surah al-Baqarah: 155-157]

Conclusie:
cbar

Wij, moslims (Ahlu Sunnah wal Djamaa3ah/Soennieten) volgen de Profeet en de Ahlalbayt (en Metgezellen) door op Ashora te vasten. Sjiieten worden echter wijs gemaakt dat wij tegen de Ahlalbayt zijn, en dat we vasten omdat we de tragedie van Karbala moeten vergeten. Er bestaan sjiitische hadith die bevestigen dat het goed is om te vasten op Ashora (tot een uur na Asr), maar deze hadith worden soms genegeerd. De tragedie van Karbala vond veel later plaats dan de voltooiing van de Islam; het kan dus geen deel uit maken van de Openbaring of ons Geloof. De sjiitische geleerden willen niet dat hun achterban erachter komen dat er bij de Tragedie ook veel martelaren waren die de namen ‘Abu Bakr, Omar of Uthman’ droegen. Dit zou namelijk de ‘vijandigheid’ van deze mensen (Khaliphen) tegenspreken, en de liefde die de Ahlalbayt voor de Metgezellen bevestigen. Tijdens Ashora-bijeenkomsten en optochten zul je hierdoor bijna alleen maar ‘Hussein, Ali en Fatima’ tegenkomen.

Wij roepen jullie allen op, om de misleiding en valsheid te verlaten; omarm de Tawheed, de Islam, en houd van de Ahlalbayt én de Metgezellen (radia Allahu 3anhum)…

 

 

De Tragedie zelf is een zwarte vlek voor alle moslims.

Video: De Sjiieten hebben Hussein vermoord…

 

Bronnen & overige informatie:

One Comment

  1. Is niet waar imam ali a.s. Heeft wel zonen alleen niet omar en imam hassan zijn zoon heet geen omar ik weet niet wat jullie zeggen maar ahlilbait heeft niet deze zonen. Jullie moeten niks zeggen dat het niet waar zijn want jullie kennen de helft van ahlilbait niet

    EDIT ADMIN: Beste, dat is wel zo wij gaan geen dingen verzinnen… Moge Allah je leiden !

Laat een reactie achter op Almosawy Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *