Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

Het bedrog van de Rafidha omtrent het “donderdag-incident”.

تلبيس الرافضة

Het bedrog van de Rafidha omtrent het “donderdag-incident”

Dit is het academisch artikel (deel I) over dit onderwerp. Deel II (vereenvoudigd voor beginners) zal binnenkort verschijnen.

Het is niet verwonderlijk dat ik bij het schrijven over de extreme Shi’a (i.e. Rafidha) als inleiding de woorden van onze voorgangers citeer, en hoe waarachtig waren zij.

Imaam Ash Shafi’i (150 AH) heeft over de Rawafid (Shi’a) gezegd:

لم أر أحداً من أهل الأهواء أشهد بالزور من الرافضة!

Ik heb onder de mensen van dwaling niemand beruchter gezien in valsheid dan de Rafidha”1

De lijst met fabricaties, valsheid in geschrifte, bedrog en deceptie is ontiegelijk groot om te behandelen, en met de Wil van Allah zal dat voor de lezer beschikbaar worden gesteld middels aparte onderwerpen. Deze tekst is geschreven naar aanleiding van het incident waarom de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) om schrijfmateriaal vroeg aan zijn metgezellen, en als gevolg hiervan de metgezellen met elkaar redetwistten over de noodzaak/relevantie hiervan aangezien de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) niet meer bij bewustzijn was.

Voor we überhaupt ingaan op de overlevering waarin dit is overgeleverd en het begrip van de Shi’a van deze overlevering, is het volgende academische en rationele vraagstuk met betrekking tot de bronteksten een nogal problematische issue voor de Shi’a.

De Shi’a claimen namelijk dat de bronnen en boeken van Ahl ul Sunnah nietig zijn en geloven niet in de overleveringen die hierin zijn te vinden. Dat geldt dus ook voor de authentieke overleveringen van Ahl ul Sunnah waarin de Sahaba en moeders der gelovigen worden geprezen.

Dit heeft twee perspectieven. De eerste perspectief is dat van de onwetende Shi’a die blind hoort en gehoorzaamt wat hem of haar wordt voorgeschoteld. En dit zijn tevens de mensen van verlangens en bedrog aangezien zij noch kennis bezitten over de eigen credo, noch over de credo van hen die zij als de opponenten en ongelovigen beschouwen.

Een tweede perspectief is het feit volgens het Shi’isme, een overlevering van Ahl ul Sunnah per definitie geen bewijs of hujjah2 is.

De definitie van een authentieke overlevering in het Shi’isme is hetgeen toegelicht is door de pioneer in het veld van hadith binnen het Shi’isme, Al Hurr al Amili [1033 AH], tevens de auteur van Shi’itisch gerenommeerd literatuur genaamd Wasaa’il al Shi’a. Al Amili definieert een authentieke overlevering in het Shi’isme als volgt:

ما رواه العدل ، الإماميّ ، الضابط ، في جميع الطبقات

Hetgeen is overgeleverd door een betrouwbare, Imaami [twaalvershi’a], in controle en bewust is van wat hij overlevert, in alle lagen [van de keten]”.3

En Hurr al Amili bekritiseert ook hen die zouden aannemen van de non-Shi’a met de volgende bewoording:

وهم مصرحون بخلافها ، حيث يوثقون من يعتقدون فسقه ، وكفره ، وفساد مذهبه

En zij leveren over van hen waar zij over hun Fisq [zondig, corruptie], Kufr [ongeloof] en invalide madhab eens zijn”.4

Concluderend hierop kan zonder aarzelen worden gesteld dat de overleveringen van Ahl ul Sunnah volgens de grootgeleerden van het Shi’isme per definitie onbetrouwbaar zijn, mede door het feit de overleveraars fussaaq [corrupt] en kuffaar [ongelovigen] zouden zijn, niet behorende tot de Imaamiyyah [twaalvershi’isme]. Dit maakt een bewijslast moeilijk voor de Shi’a aangezien hetgeen hij/zij wenst te gebruiken tegen Ahl ul Sunnah vanuit de sunnitische tradities, in eerste instantie niet betrouwbaar is voor de Shi’a en hij/zij de eigen credo of argument enkel daarop niet zouden kunnen voeren of verdedigen. Echter, wanneer zij in staat zijn een soortgelijke overlevering te vinden in de eigen boeken met hetzelfde matn [inhoud] dan zouden zij het argument kunnen aanhalen en proberen dit vanuit een rationeel en academisch kader te onderbouwen.

De hadith in kwesite

De overlevering die de Shi’a wensen te gebruiken is te lezen in Sahih Bukhari:

حَدَّثَنَا قُتَيْبَةُ، حَدَّثَنَا سُفْيَانُ، عَنْ سُلَيْمَانَ الأَحْوَلِ، عَنْ سَعِيدِ بْنِ جُبَيْرٍ، قَالَ قَالَ ابْنُ عَبَّاسٍ يَوْمُ الْخَمِيسِ وَمَا يَوْمُ الْخَمِيسِ اشْتَدَّ بِرَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم وَجَعُهُ فَقَالَ ائْتُونِي أَكْتُبْ لَكُمْ كِتَابًا لَنْ تَضِلُّوا بَعْدَهُ أَبَدًا “. فَتَنَازَعُوا، وَلاَ يَنْبَغِي عِنْدَ نَبِيٍّ تَنَازُعٌ، فَقَالُوا مَا شَأْنُهُ أَهَجَرَ اسْتَفْهِمُوهُ فَذَهَبُوا يَرُدُّونَ عَلَيْهِ. فَقَالَ دَعُونِي فَالَّذِي أَنَا فِيهِ خَيْرٌ مِمَّا تَدْعُونِي إِلَيْهِ “.وَأَوْصَاهُمْ بِثَلاَثٍ قَالَ أَخْرِجُوا الْمُشْرِكِينَ مِنْ جَزِيرَةِ الْعَرَبِ، وَأَجِيزُوا الْوَفْدَ بِنَحْوِ مَا كُنْتُ أُجِيزُهُمْ “. وَسَكَتَ عَنِ الثَّالِثَةِ، أَوْ قَالَ فَنَسِيتُهَا.

“Ibn Abbas zei: Donderdag! En wat een donderdag was het! “Wanneer de toestand van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّمverslechterde, zei hij: Breng mij schrijfmateriaal zodat ik iets voor jullie schrijf opdat jullie nooit dwalen. De aanwezigen redetwistten met elkaar en het was niet correct om in het bijzijn van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) te redetwisten. Sommigen zeiden: Wat is er met hem [De Profeet]? Is hij ziek? Vraag hem. Ze gingen naar de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) en vroegen hem opnieuw. De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) zei: Laat mij, aangezien mijn huidige toestand beter is dan wat jullie van mij verwachten. Daarna orderde hij aan hen om drie dingen te doen. Hij zei: “Verdrijf de ongelovigen uit de Arabische peninsula, respecteer en overhandig geschenken aan buitenlandse delegaties zoals jullie mijn omgang met hen hebben gezien. (Sa’d ibn Jubair, de sub-overleveraar zei dat Ibn Abbas stil werd over de derde opdracht of hij zei “Ik ben het vergeten”].5

En er zijn meerdere varianten van deze overleveringen in de authentieke boeken van de moslims. Een andere versie is overgeleverd door Ubaidullah bin Abdullah:

“Ibn Abbas zei: Wanneer de toestand van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) verslechterde, zei hij: “Breng naar mij schrijfmateriaal zodat ik iets voor jullie opschrijf waarmee jullie niet dwalen. Maar Umar (رضّى الله عنه) zei: “De Profeet is zeer ziek, we hebben het boek van Allah met ons, en dat is sufficient voor ons”. De metgezellen van de Profeet verschilden hierover van mening en verhieven hun stemmen”

Hetzelfde incident is tevens overgeleverd in Sahih Muslim:

حَدَّثَنَا سَعِيدُ بْنُ مَنْصُورٍ، وَقُتَيْبَةُ بْنُ سَعِيدٍ، وَأَبُو بَكْرِ بْنُ أَبِي شَيْبَةَ وَعَمْرٌو النَّاقِدُ وَاللَّفْظُ لِسَعِيدٍ قَالُوا حَدَّثَنَا سُفْيَانُ، عَنْ سُلَيْمَانَ الأَحْوَلِ، عَنْ سَعِيدِ بْنِ جُبَيْرٍ، قَالَ قَالَ ابْنُ عَبَّاسٍ يَوْمُ الْخَمِيسِ وَمَا يَوْمُ الْخَمِيسِ ثُمَّ بَكَى حَتَّى بَلَّ دَمْعُهُ الْحَصَى . فَقُلْتُ يَا ابْنَ عَبَّاسٍ وَمَا يَوْمُ الْخَمِيسِ قَالَ اشْتَدَّ بِرَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم وَجَعُهُ . فَقَالَ ائْتُونِي أَكْتُبْ لَكُمْ كِتَابًا لاَ تَضِلُّوا بَعْدِي ” . فَتَنَازَعُوا وَمَا يَنْبَغِي عِنْدَ نَبِيٍّ تَنَازُعٌ . وَقَالُوا مَا شَأْنُهُ أَهَجَرَ اسْتَفْهِمُوهُ . قَالَدَعُونِي فَالَّذِي أَنَا فِيهِ خَيْرٌ أُوصِيكُمْ بِثَلاَثٍ أَخْرِجُوا الْمُشْرِكِينَ مِنْ جَزِيرَةِ الْعَرَبِ وَأَجِيزُوا الْوَفْدَ بِنَحْوِ مَا كُنْتُ أُجِيزُهُمْ ” . قَالَ وَسَكَتَ عَنِ الثَّالِثَةِ أَوْ قَالَهَا فَأُنْسِيتُهَا .

“Sa’id ibn Jubair heeft overgeleverd dat Ibn Abbas zei: “Donderdag, en wat is deze donderdag? Hij huilde vervolgens tot zijn tranen de stenen nat maakten. Ik zei tegen hem: Wat is de significantie van donderdag? Hij zei: De toestand van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّمverslechterde op deze dag en hij zei: Kom hier, zodat ik iets voor jullie schrijf opdat jullie niet afdwalen na mij. De metgezellen verschilden van mening en het is niet correct om te redetwisten in de aanwezigheid van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم). Ze [de metgezellen] zeiden: Hoe is het met de Profeet? Is hij buiten bewustzijn? Probeer hem aan te spreken/aan hem te vragen. De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) zei: Laat mij, ik bevind mij in een betere toestand [dan jullie toestand i.e. van onenigheid]. Ik maak een wil over drie zaken: Verdrijf de polytheïsten uit Arabie, wees gastvrij voor de buitenlandse delegaties zoals ik voor hen gastvrij was. Hij [de overleveraar] zei: [hij i.e. Ibn Abbas] was stil bij het derde punt of hij zei: “Ik ben het vergeten”. 6

Een andere versie van dezelfde overlevering in Sahih Bukhari:

حَدَّثَنَا إِبْرَاهِيمُ بْنُ مُوسَى، أَخْبَرَنَا هِشَامٌ، عَنْ مَعْمَرٍ، عَنِ الزُّهْرِيِّ، عَنْ عُبَيْدِ اللَّهِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ، عَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ، قَالَ لَمَّا حُضِرَ النَّبِيُّ صلى الله عليه وسلم ـ قَالَ وَفِي الْبَيْتِ رِجَالٌ فِيهِمْ عُمَرُ بْنُ الْخَطَّابِ ـ قَالَ هَلُمَّ أَكْتُبْ لَكُمْ كِتَابًا لَنْ تَضِلُّوا بَعْدَهُ “. قَالَ عُمَرُ إِنَّ النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم غَلَبَهُ الْوَجَعُ وَعِنْدَكُمُ الْقُرْآنُ، فَحَسْبُنَا كِتَابُ اللَّهِ. وَاخْتَلَفَ أَهْلُ الْبَيْتِ وَاخْتَصَمُوا، فَمِنْهُمْ مَنْ يَقُولُ قَرِّبُوا يَكْتُبْ لَكُمْ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم كِتَابًا لَنْ تَضِلُّوا بَعْدَهُ. وَمِنْهُمْ مَنْ يَقُولُ مَا قَالَ عُمَرُ، فَلَمَّا أَكْثَرُوا اللَّغَطَ وَالاِخْتِلاَفَ عِنْدَ النَّبِيِّ صلى الله عليه وسلم قَالَ قُومُوا عَنِّي “. قَالَ عُبَيْدُ اللَّهِ فَكَانَ ابْنُ عَبَّاسٍ يَقُولُ إِنَّ الرَّزِيَّةَ كُلَّ الرَّزِيَّةِ مَا حَالَ بَيْنَ رَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم وَبَيْنَ أَنْ يَكْتُبَ لَهُمْ ذَلِكَ الْكِتَابَ مِنِ اخْتِلاَفِهِمْ وَلَغَطِهِمْ.

“Wanneer het overlijden van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) naderde terwijl er een aantal mensen in het huis waren, en onder hen was Umar ibn Khattab (رضّى الله عنه). De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) zei: “Kom hier zodat ik iets voor jullie schrijf waardoor jullie nooit zullen dwalen”. Umar (رضّى الله عنه) zei: “De Profeet van Allah is in kritieke toestand en we hebben de Qur’aan, en het boek van Allah is voldoende voor ons”. De mensen in het huis verschilden met elkaar van mening en sommige zeiden, kom en laat de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) voor ons schrijven zodat we nooit dwalen en de anderen zeiden wat Umar (رضّى الله عنه) zei. Wanneer zij hun stemmen verhieven, stuurde de Profeet hen weg. Ibn Abbas zei: Dit was een grote tragedie dat hun onenigheid de Profeet niet in staat stelde om voor hen te schrijven”. 7

Als men de overleveringen hierover leest in Sahih Bukhari en Muslim, zal men denken dat Ibn Abbas aanwezig was gedurende dit incident, integendeel. Ibn Abbas was 10 jaar oud op de betreffende dag en was geen getuige hiervan.8

Tevens is te lezen in de Sharh van Sahih Muslim dat de Sahaba met elkaar van mening verschilden over de toepasbaarheid van de hukm of het al dan niet relevant was nadat de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم)buiten bewustzijn was.9

De toestand van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) was gedurende twee weken erg kritiek, voor hij (sallalahu aleyhi wasallam) overleed. Gedurende deze periode had de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) geregeld koorts en vaak zou hij zijn bewustzijn verlaten zoals is te lezen in de authentieke overleveringen:

أُغْمِيَ عَلَى رَسُولِ اللهِ صلى الله عليه وسلم، فِي مَرَضِهِ فَأَفَاقَ، فَقَالَ: حَضَرَتِ الصَّلاةُ؟ فَقَالُوا: نَعَمْ فَقَالَ: مُرُوا بِلالا فَلْيُؤَذِّنْ، وَمُرُوا أَبَا بَكْرٍ أَنْ يُصَلِّيَ للنَّاسِ

De Profeet van Allah raakte buiten bewustzijn [meerdere malen] tijdens zijn [laatste] ziekte. Wanneer hij (صلّى الله عليه وآله وسلّم) weer bij bewustzijn kwam zou hij zeggen: “Is het al tijd voor het gebed?” Wanneer ze bevestigend antwoordden, zou hij zeggen: “Vraag Bilaal om het oproep tot het gebed te doen en vraag Abu Bakr (رضّى الله عنه)om de mensen in het gebed te leiden”. 10

Het incident dat hierboven is beschreven vond plaats vier dagen voor de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) overleed. Dat was op een donderdag, en moge Allah hem de Maqaam al Mahmud schenken.

De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) vroeg om schrijfmateriaal om religieus advies te schrijven aan de moslims, maar vlak daarna bezweek hij en was buiten bewustzijn. Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه)zei:

النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم غَلَبَهُ الْوَجَعُ وَعِنْدَكُمُ الْقُرْآنُ، فَحَسْبُنَا كِتَابُ اللَّ

“De Profeet is zeer ziek, en jullie hebben de Qur’aan, en de Qur’aan is voldoende voor ons”

Qad ghalaba alayhi Al-Waj” betekent “Pijn heeft hem getroffen”

Form

Gloss

Pos

Root

Measure

الوَجَع

the pain;ache

Determinative, noun

وجع

In de andere overleveringen staat de de metgezellen elkaar ondervragen of de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) al dan niet is flauwgevallen, en sommigen zeiden:

فَقَالُوا مَا لَهُ أَهَجَرَ

“Is hij flauwgevallen”

Dit is tevens hoe het is vertaald in het Engels:

Do you think he is delirious (seriously ill) ?

Dit is tevens te lezen in de overlevering van Sahih Muslim:

حَدَّثَنَا إِسْحَاقُ بْنُ إِبْرَاهِيمَ، أَخْبَرَنَا وَكِيعٌ، عَنْ مَالِكِ بْنِ مِغْوَلٍ، عَنْ طَلْحَةَ بْنِ مُصَرِّفٍ، عَنْ سَعِيدِ بْنِ جُبَيْرٍ، عَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ، أَنَّهُ قَالَ يَوْمُ الْخَمِيسِ وَمَا يَوْمُ الْخَمِيسِ . ثُمَّ جَعَلَ تَسِيلُ دُمُوعُهُ حَتَّى رَأَيْتُ عَلَى خَدَّيْهِ كَأَنَّهَا نِظَامُ اللُّؤْلُؤِ . قَالَ قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم ائْتُونِي بِالْكَتِفِ وَالدَّوَاةِ أَوِ اللَّوْحِ وَالدَّوَاةِ أَكْتُبْ لَكُمْ كِتَابًا لَنْ تَضِلُّوا بَعْدَهُ أَبَدًا ” . فَقَالُوا إِنَّ رَسُولَ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم يَهْجُرُ .

“Sa’id bin Jubair heeft overgeleverd dat Ibn Abbas zei: “…De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) zei: “Breng mij schrijfmateriaal zodat ik een document voor jullie schrijf waardoor jullie nooit meer zullen dwalen”. Ze zeiden: De Profeet van Allah is buiten bewustzijn11

Het woord dat hier is gebruikt door een persoon in de overlevering [onbekend] is يَهْجُرُ [Yahjuru]


In de Engelse vertaling is dit vertaald als:
They said: Allah’s Messenger (may peace upon him) is in the state of unconsciousness.فَقَالُوا إِنَّ رَسُولَ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم يَهْجُرُ

De betekenis in het woordenboek:

  • go away from;forsake;desert – escape or leave suddenly with somebody – (cause something to) become separated from something as a result of force or strain; end or discontinue something suddenly.12 [i.e. de staat van bewustzijn verlaten /abandon]

Dit was tevens de mening van het Shi’itisch leermeester Shaykh Mufeed:

Despatch the army of Usāma, despatch the army of Usāma,” commanded the Prophet, may Allāh bless Him and His Family. He repeated it three times and then he fainted from the fatigue which had come upon him and the sorrow which possessed him. He remained unconscious for a short time while the Muslims wept and his wives and the women and children of the Muslims, and all those present raised great cries of lamentation. The Apostle of Allāh, may Allāh bless Him and His Family, recovered consciousness and looked at them. Then he said: “Bring me ink and parchment so that I may write a document for you, after which you will never go astray.” Again he fainted and one of those present rose to look for ink and parchment.”13

Verreweg de meeste overleveraars van de referentie van Mufeed zijn non-Shi’a behorende tot Ahl ul Sunnah.

Het begrip van de Shi’a
De Shi’a zouden geen Shi’a zijn als de elementen van bedrog en deceptie in hun verhaal ontbraken. Het volgende is wat de Shi’a van dit incident hebben gemaakt:

  • De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) wilde Ali (رضّى الله عنه) aanstellen als zijn Khalifah, maar de metgezellen lieten dat niet toe
  • Umar (رضّى الله عنه) beledigde de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) door te zeggen dat hij “onzin” praat
  • De metgezellen zijn ongelovigen omdat ze de Profeet ongehoorzaam waren

Het begrip van Ahl ul Sunnah:

  • De Profeet was ernstig ziek
  • De Profeet vroeg om schrijfmateriaal
  • De Profeet raakte buiten bewustzijn
  • De metgezellen kregen een meningsverschil over de geldigheid van het bevel van de Profeet, aangezien hij buiten bewustzijn was en dusdanig geen brief kon schrijven/dicteren.
  • Een andere groep stond erop dat het schrijfmateriaal gehaald moest worden.
  • De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) kwam weer bij bewustzijn en hij stuurde ze allemaal weg
  • Volgens de andere overlevering dicteerde de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) drie zaken, waarvan twee, het verdrijven van de polytheisten uit Arabie, en het gastvrij zijn jegens de gasten.
  • Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه) en alle Sahaba die aanwezig waren bekommerden zich over de slechte toestand van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) en maakten zich zorgen om hem niet te belasten in zijn toestand.
  • Ibn Abbas (رضّى الله عنه) is de enige overleveraar van dit verhaal en hij bekritiseer Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه) niet voor het feit hij afraadde om het schrijfmateriaal te halen, maar de kritiek van Ibn Abbas op een latere leeftijd was het feit de metgezellen hun stemmen verhieven in het bijzijn van de Profeet .
  • Het was niet Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه) die zei “Is he delirious” i.e. buiten bewustzijn? In tegenstelling tot wat de Shi’a beweren.
  • Het woord in kwestie is niet beledigend bedoeld jegens de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم).
  • Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه) zei: “De Profeet is zeer ziek [i.e. zijn toestand is zeer kritiek].
  • Zijn handelen was gebaseerd op liefde en affectie voor de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم)

De laatste vier dagen waren zeer moeilijk voor de Profeet, hetgeen ook in meerdere overleveringen is overgeleverd:

Wanneer de pijn van de profeet saw ernstig werd, hij ( ie. een Sahaba ) kwam naar Madina, naar het huis van de profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم), terwijl hij niet kon praten. De profeet zou zijn handen opheffen naar de hemel en weer over hem ( de Sahaba ) neer laten dalen, waardoor de Sahaba wist dat de profeet hem zegende”.14


We zien dat de profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) op dit moment intense pijn had, en zijn pijn was het ergst van alle dagen op deze donderdag, omdat de profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) niet makkelijk kon praten, vroeg hij om schrijfmateriaal zodat hij het zachtjes kon dicteren, en zodat de aanwezigen het aan de rest kon verkondigen. En het was op dit moment waarbij de profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) bewusteloos werd en Umar ibn Khattab (رضّى الله عنه) de persoon afraadde om nu nog het schrijfmateriaal te halen. Umar ibn khattab (رضّى الله عنه) wilde niet dat de profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) moeite zou doen om nu nog te praten en pijn te lijden. Het gedrag van Umar ibn khattab (رضّى الله عنه) is dus geen vijandigheid of oppositie, maar pure liefde en affectie jegens de profeet van Allah.

Concluderend kan worden gesteld dat Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنهniet ongehoorzaam was aan het bevel van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم), maar dit de Ijtihaad [individuele opinie] van de metgezellen was over het al dan niet halen van de schrijfmateriaal gezien de conditie waarin de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) zich bevond.

Waarop baseert Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه) de zin “Het boek van Allah is voldoende voor ons” ?

Hoewel het een vanzelfsprekend feit is in de oren van een gelovige dat de Qur’aan voldoende is voor een moslim aangezien hierin de leiding is van Allah, heeft Umar (رضّى الله عنه) dit niet zelf bedacht maar baseert hij het op vers 89 in Surah an Nahl en de woorden van de Profeet:

أبشروا أبشروا ، أليس تشهدون أن لا إله إلا الله و أني رسول الله ؟ قالوا : نعم ، قال : فإن هذا القرآن سبب طرفه بيد الله ، و طرفه بأيديكم ، فتمسكوا به ، فإنكم لن تضلوا و لن تهلكوا بعده أبدا

“De Profeet zei tegen zijn metgezellen: “Ik geef jullie blijde tijdingen, ik geef jullie blijde tijdingen, getuigen jullie niet dat ik er geen god is behalve Allah en dat ik zijn boodschapper ben? We zeiden: “Ja, o boodschapper van Allah”, hij zei: Deze Qur’aan is een middel, een deel ervan is in de hand van Allah en het andere is in jullie handen, dus houdt hieraan vast opdat jullie nooit zullen dwalen”.15

Zou men willen stellen dat een dergelijke scenario gelijkstaat aan ongehoorzaamheid, dan zijn er overleveringen te vinden waarin Ali (رضّى الله عنه) ongehoorzaam was aan de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) , bijvoorbeeld toen hij weigerde om de woorden “Profeet van Allah” te wissen uit het verdrag van Hudaybiyyah, tot de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) dit zelf wiste met zijn hand. Dat heeft wederom niet te maken met afkeer maar juist met affectie en het feit Ali (رضّى الله عنهhet niet over zijn hart kon krijgen om deze woorden voor de naam van de Profeet uit te wissen.

Hetzelfde kan gezegd worden over de overlevering in an Nasaa’i waarin de Profeet Ali (رضّى الله عنه) bekritiseert om zijn antwoord omtrent Tahajjud [nachtgebed].

أَخْبَرَنَا قُتَيْبَةُ، قَالَ حَدَّثَنَا اللَّيْثُ، عَنْ عُقَيْلٍ، عَنِ الزُّهْرِيِّ، عَنْ عَلِيِّ بْنِ حُسَيْنٍ، أَنَّ الْحُسَيْنَ بْنَ عَلِيٍّ، حَدَّثَهُ عَنْ عَلِيِّ بْنِ أَبِي طَالِبٍ، أَنَّ النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم طَرَقَهُ وَفَاطِمَةَ فَقَالَ أَلاَ تُصَلُّونَ ” . قُلْتُ يَا رَسُولَ اللَّهِ إِنَّمَا أَنْفُسُنَا بِيَدِ اللَّهِ فَإِذَا شَاءَ أَنْ يَبْعَثَهَا بَعَثَهَا فَانْصَرَفَ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم حِينَ قُلْتُ لَهُ ذَلِكَ ثُمَّ سَمِعْتُهُ وَهُوَ مُدْبِرٌ يَضْرِبُ فَخِذَهُ وَيَقُولُ ” {وَكَانَ الإِنْسَانُ أَكْثَرَ شَىْءٍ جَدَلاً } “

“Het is overgeleverd van Ali ibn Abu Talib (رضّى الله عنه) dat de Profeet(صلّى الله عليه وآله وسلّم) naar hem en Fatimah (رضّى الله عنها) kwam en zei: “Willen jullie niet bidden?” Ik zei: “O boodschapper van Allah, onze zielen zijn in de hand van Allah, als hij wenst dat we opstaan, zal hij ons doen opstaan [om het gebed te verrichten]. De Profeet van Allah ging weg toen ik dat tegen hem zei. Terwijl hij wegging hoorde ik hem zijn dijen treffen zeggende: Maar, de mens is meer betwist/uitdagend dan al het andere”.16

De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) wenste om iets te schrijven en zoals we weten is het verplicht op de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) om de gehele boodschap van Allah over te brengen en Allah heeft hieromtrent geopenbaard:

یٰۤاَیُّہَا الرَّسُوۡلُ بَلِّغۡ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ ؕ وَ اِنۡ لَّمۡ تَفۡعَلۡ فَمَا بَلَّغۡتَ رِسَالَتَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡصِمُکَ مِنَ النَّاسِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۶۷﴾

5:67 O Boodschapper! Verkondig wat jou van jouw Heer neergezonden is. En indien jij dat niet doet, dan heb jij Zijn Boodschap niet verkondigd. En Allah zal jou tegen de mensen beschermen. Voorwaar, Allah leidt het ongelovige volk niet.17

Als de Shi’a claimen dat hetgeen de Profeet wenste op te schrijven onderdeel was van het geloof [bv. De verzonnen Shi’itisch concept van Wilayah van Ali etc.) waarom heeft de Profeet de verkondiging van Allah niet compleet gemaakt?

Indien de Profeet dat niet doet, heeft hij de boodschap van Allah niet volbracht en heeft zijn missie gefaald volgens de Shi’a. Dat is in feite wat de Shi’a onder andere willen insinueren in de dwaze argumenten die hun tongen naar voren brengen.

Waarom heeft de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) in de vier dagen na dit incident niet de “leiderschap” van Ali verkondigd indien de Shi’a claimen dat de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) bang was van de metgezellen?

De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) was de vier dagen daarna nog in leven en overleed op de maandag. In die tijd heeft de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) meerdere malen gesproken, waaronder over het sturen van het leger van Usama ibn Zayd.

En de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) heeft daarna nog de moslims gewaarschuwd om de graven van hun Profeten niet als gebedsplaatsen te nemen na hem18, hetgeen de Joden en de Christenen hebben gedaan en de Shi’a vandaag de dag ook doen. Waarom heeft de Profeet volgens de Shi’a hetgeen hij wilde zeggen niet in de dagen daarna gezegd als het volgens het Shi’isme de distructie van de Islaam betekende?

Een andere vraag aan de Shi’a is, waarom heeft de Ahl al Bayt niet ingegrepen en het pen en papier naar de Profeet gebracht? We hebben zelfs kunnen lezen dat de taak om het schrijfmateriaal te halen voor de Ahl van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) was, dat was of Aqeel of Ali (رضّى الله عنه). En in de overlevering van Musnad Ahmad is zelfs te lezen dat het Ali was. Als we hierbij nog kijken naar de tekst uit Sahih Bukhari, lezen we dat de mensen in het huis [Ahl al Bayt] redetwistten met elkaar..

فاختلف أهل البيت واختصموا

De Ahl al Bayt verschilden van mening en redetwistten” [i.e. de mensen in het huis, waaronder Ali (رضّى الله عنه). Wat weerhield Ali (رضّى الله عنه) ervan om het schrijfmateriaal te halen, en waarom stuurde de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) vervolgens iedereen weg? Inclusief Ali? Had het vervolmaken van de religie geen prioriteit zoals de Shi’a ons willen doen geloven of had het schrijven van de Profeet(صلّى الله عليه وآله وسلّم) geen fictieve implicaties waarin de Shi’a graag willen geloven zoals het aanstellen van Ali (رضّى الله عنه) als de Khalifah en het afvallig verklaren van de metgezellen.

Door de onenigheid stuurde de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) alle metgezellen weg. Inclusief Ali (رضّى الله عنه). In een andere versie is te lezen dat Ali (رضّى الله عنه) werd bevolen om het schrijfmateriaal te halen, maar hij gaf aan dat hij bang was om iets daaruit te missen. Vervolgens gaf hij aan dat hij het kon memoriseren en een goed geheugen had waarop de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) zei “Ik adviseer je omtrent het gebed, Zakaat en zij waarover jullie beschikken [slavinnen]”. 19

En deze overlevering kan worden begrepen in dezelfde context als hetgeen de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) beval over zijn wil aangaande het verdrijven van de polytheisten etc. En het was vanzelfsprekend dat Ali (رضّى الله عنه) aanwezig was in het huis. Gezien de overlevering uit de Musnad van Imam Ahmad, kan worden gesteld dat een lid van de Ahl al Bayt het schrijfmateriaal zou moeten halen en niet iemand die niet een inwoner van het huis is.

De volgende claim van de Shi’a is het koppelen van dit incident om de aanstelling van een khalifah mee aan te duiden. In het Shi’isme is het immers niet louter het aanstellen van een leider of plaatsvervanger, gezien het feit het Shi’isme talloze on-islamitische concepten heeft geïntroduceerd zoals “Wilaayah” en “Imaamah”, wordt dit incident gebruikt om deze facetten van het twaalvershi’ismee mee te ondersteunen.

De vragen die hierbij spelen zijn:

  • Indien de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) een leider zou aanstellen, en dat zou alleen een irrationeel en immoreel persoon van dit incident kunnen maken, is het dan niet zo dat volgens het Shi’isme Ali (رضّى الله عنه) lang daarvoor al als khalifah was aangesteld in Ghadeer Khumm? En natuurlijk had de toespraak van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) in Ghadeer Khum niets te maken met het aanstellen van een khalifah, for arguments sake zouden we kunnen zeggen, waarom was het dan nodig om dat nogmaals te doen in het bijzijn van metgezellen [die volgens het Shi’isme afvalligen waren] ?
  • Is het niet zo dat het Shi’isme in de drang van het fabriceren, manipuleren en frauderen met religieuze schriften claimen dat het vers “Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen20 in Ghadeer Khum was geopenbaard na de zogenaamde declaratie en “aanstelling” van de leiderschap van Ali? Hoewel dit een pertinente leugen is en dit vers op de dag van Arafah was geopenbaard en Ghadeer Khum niets met leiderschap te maken had, is het een zinnige vraag om te stellen. Waarom was het nodig om Ali (رضّى الله عنه) als leider aan te duiden voor enkele metgezellen terwijl hij volgens het Shi’isme al veel eerder voor duizenden mensen als Khalifah was aangesteld?
  • En om dit nog onlogischer te maken ziet de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) af van het het schrijven van het document op het moment dat enkele mensen hun stemmen verheffen? Uitgerekend de “Wilayah” van Ali wat na de geloofsgetuigenis het belangrijkste credo is binnen het twaalvershi’isme? Sterker nog, de geloofsgetuigenis is zonder deze “Wilayah” en “Imamah” niet compleet en geheel ongeldig volgens het Shi’isme. En waarom heeft Ali (رضّى الله عنه) hier niets van gezegd?

Al Majlisi, de grootmeester van hedendaags Shi’isme, de auteur van Bihar al Anwar schrijft in zijn boek, het volgende over hen die de verzonnen Shi’itische concepten genaamd‘’Imaamah’’ en ‘’Wilaaya’’ verwerpen:

‘’De Imaamiyyah zijn het erover eens (consensus) dat hij die de Imaamah van één imam verwerp, en ontkent de eis om hen te gehoorzamen dat Allah ons heeft opgedragen, is een verdwaalde kaafir die het verdient om eeuwig in het hellevuur te verblijven’.21

Yusuf al Bahraani, citeert de Shi’a grootmeester Shaykh Mufid omtrent de consensus van het Shi’isme betreffende deze kwestie:

‘’Het is niet toegestaan voor een gelovige om het lichaam van een persoon te wassen die de Wilaayah [Imamah] ontkende, en het is niet toegestaan om over degene te bidden (jenaza gebed), een uitzondering kan worden gemaakt als er een noodzaak is om Taqiyyah te verrichten [liegen, doen alsof]”.22

Voor een rationeel persoon is het klaarblijkelijk dat men over een zeer hoge mate van fantasie en onwetendheid moet beschikken omüberhaupt de verzonnen scenarios van de Shi’a te geloven.

De uitleg van de geleerden

In de bovenste gedeelte van dit artikel reeds is ingegaan op de correcte volgorde en begrip van dit incident, inclusief de toelichting op de referenties die de Shi’a gebruiken, volgt hieronder het begrip van de geleerden van de Islaam omtrent deze overleveringen.

Ibn Taymiyyah heeft hierover gezegd:

ولم تكن كتابة الكتاب مما أوجبه الله عليه أن يكتبه ، أو يبلغه في ذلك الوقت ؛ إذ لو كان كذلك : لمَا ترك صلى الله عليه وسلم ما أمره الله به

Het schrijven van dit document is niet iets dat Allah verplichtte om te schrijven of te verkondigen toen der tijd. Als dat zo was, zou hij [vrede zij met hem] niet falen om te doen wat Allah aan hem had bevolen”.23

Ibn Taymiyyah heeft tevens gezegd:

ولا يجوز له ترك الكتاب لشك مَن شك ، فلو كان ما يكتبه في الكتاب مما يجب بيانه وكتابته : لكان النبي صلى الله عليه وسلم يبيِّنه ، ويكتبه ، ولا يلتفت إلى قول أحدٍ ؛ فإنه أطوع الخلق له ، فعُلم أنه لما ترك الكتاب : لم يكن الكتاب واجباً ، ولا كان فيه من الدِّين ما تجب كتابته حينئذ ، إذ لو وجب : لفعله

Het was niet toegestaan voor de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) om het schrijven van het document achterwege te laten door twijfel over de noodzaak ervan van sommigen. Als hetgeen hij intendeerde om op te schrijven iets was dat verplicht zou zijn om te verkondigen, dan zou de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) dat verkondigen en het opgeschreven hebben in het document, en hij zou geen belang hechtten aan de mening van wie dan ook, omdat hij de meest gehoorzame creatie van Allah was. Dus is het klaarblijkelijk dat hij had besloten om het niet op te schrijven en het document was niet verplicht en het zou geen religieuze kennis bevatten wat het schrijven ervan verplicht zou hebben gemaakt, als dat zo was, dan zou hij dat hebben gedaan [i.e. geschreven].24

Abul Abbas al Qurtubi heeft gezegd:

( ائتوني أكتب لكم كتاباً لا تضلون بعده ) : لا شك في أن ( ائتوني ) أمرٌ ، وطلبٌ ، توجَّه لكل مَن حضر ، فكان حق كل من حضر المبادرةُ للامتثال ، ولا سيما وقد قرنه بقوله : ( لا تضلُّون بعده ) ، لكن ظهر لعمر رضي الله عنه ، ولطائفة معه : أن هذا الأمر ليس على الوجوب ، وأنَّه من باب الإرشاد إلى الأصلح ، مع أن ما في كتاب الله يرشد إلى كل شيء ، كما قال تعالى : ( تِبْيَاناً لِكُلِّ شَيْء ) ، مع ما كان فيه رسول الله صلى الله عليه وسلم من الوجع ، فكره أن يتكلَّف من ذلك ما يشق ويثقل عليه ، فظهر لهم : أن الأوَّلى ألا يكتب ، وأرادت الطائفة الأخرى : أن يكتب ؛ متمسِّكة بظاهر الأمر ، واغتناماً لزيادة الإيضاح ، ورفع الإشكال


“Aangaande de woorden “Kom laat mij jullie een document schrijven opdat jullie niet zullen dwalen”, dit is een bevel en een verzoek dat was gericht aan iedereen die aanwezig was. Het was een bevel op iedereen voornamelijk door de woorden erna “opdat jullie niet dwalen”. Maar Umar
(رضّى الله عنه) en anderen dachten dat deze order geen connotatie van een bevel had maar dat van een advies. Bovendien is het boek van Allah een middel van leiding en alles wat een moslim nodig heeft, zoals Allah heeft gezegd:

وَ نَزَّلۡنَا عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ تِبۡیَانًا لِّکُلِّ شَیۡءٍ وَّ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً وَّ بُشۡرٰی لِلۡمُسۡلِمِیۡنَ En Wij hebben jou het Boek neergezonden, als een uitleg van alle zaken en als Leiding en Barmhartigheid en een verheugende tijding voor de Moslims.25

Tevens leed de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) pijn, dus Umar (رضّى الله عنهwilde hem niet belasten in zijn toenmalige toestand. Daardoor besloten ze dat het verstandiger zou zijn als hij het niet zou schrijven. De andere groep wilde wel dat het geschreven zou worden, volgend de letterlijke betekenis van de bevel van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) en afgaande op het weghalen van misverstanden. Dit is wat Allah heeft geordend, en hetgeen hij wenst zal gebeuren. Er is echter geen blaam of kritiek op de eerste groep, aangezien de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) hen niet heeft bekritiseerd of gecorrigeerd, hij zei tegen hen alles “Laat mij zijn, ik ben in orde”.26

Ibn Hajar al Asqalaani heeft gezegd:

قال المازري : إنما جاز للصحابة الاختلاف في هذا الكتاب مع صريح أمره لهم بذلك : لأن الأوامر قد يقارنها ما ينقلها من الوجوب ، فكأنه ظهرت منه قرينة دلت على أن الأمر ليس على التحتم ، بل على الاختيار ، فاختلف اجتهادهم ، وصمم عمر على الامتناع لِما قام عنده من القرائن بأنه صلى الله عليه و سلم قال ذلك عن غير قصد جازم

Al Maaziri (rahimahullah) heeft gezegd: “Het was toegestaan voor de Sahaba om van mening te verschillen omtrent het document, ondanks de duidelijke instructies die hen werden gegeven, omdat de instructies vergezeld kunnen worden door indicaties die het minder belangrijk maken. Het is alsof er een indicatie was dat de kwestie niet verplicht was maar optioneel. Daardoor ontsonden er verschillende meningen, en Umar (رضّى الله عنه) hield vast aan zijn opinie gebaseerd op omstandig bewijs dat de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) dit heeft gezegd zonder dat het een bevel was”. 27

Imaam an Nawawi heeft gezegd:

وكان النبي صلى الله عليه وسلم همَّ بالكتاب حين ظهر له أنه مصلحة ، أو أوحى إليه بذلك ، ثم ظهر أن المصلحة تركه ، أو أوحي إليه بذلك ، ونسخ ذلك الأمر الأول

De Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) wenste het document te schrijven toen hij dacht dat het in het voordeel van de moslims zou zijn of dat hij openbaring hierover had gekregen [in eerste instantie], daarna bleek dat het in het voordeel van de moslims zou zijn om af te zien van het schrijven ervan, of hij ontving openbaring die de initiele bevel abbrogeerde”.28

An Nawawi vervolgt:

وقول عمر رضي الله عنه حسبنا كتاب الله ” : ردٌّ على من نازعه ، لا على أمر النبي صلى الله عليه وسلم .

De woorden van Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه)Het boek van Allah is voldoende voor ons” was niet op de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم)[i.e. was geen tegenargument], maar geadresseerd aan de mensen die het niet met hem eens waren”.29

Ibn Taymiyyah heeft tevens gezegd:

ومَن توهم أن هذا الكتاب كان بخلافة علي : فهو ضال ، باتفاق عامة الناس ، من علماء السنَّة ، والشيعة ، أما أهل السنَّة : فمتفقون على تفضيل أبي بكر وتقديمه ، وأما الشيعة القائلون بأن عليّاً كان هو المستحق للإمامة : فيقولون : إنه قد نُصَّ على إمامته قبل ذلك نصّاً جليّاً ظاهراً معروفاً ، وحينئذ فلم يكن يحتاج إلى كتاب

Degene die het zich verbeeldt dat dit document aangaande de nominatie van Ali als leider was is verdwaald, volgens de Ijmaa’ [i.e. consensus] van de moslims, inclusief de geleerden van beide Sunni’s en de Shi’ah. Betreft de Sunni’s, zij zijn het er unaniem over eens dat Abu Bakr (رضّى الله عنه) superieur is en voorrang verdient. Betreft de Shi’ah die zeggen dat Ali de positie van een leider [imam] had moeten krijgen, zij zeggen echter dat hij deze positie hiervoor had gekregen, in duidelijke bewoording dat [volgens de Shi’ah] wijdverspreid was. In dat geval was er geen behoefte aan een document”.30

 

Leiderschap

De kwestie van het leiderschap van Abu Bakr Siddiq (رضّى الله عنه) is middels authentieke overleveringen overgeleverd aan de moslims, middels dezelfde bronnen die de Shi’ah selectief wensen te misbruiken:

Het is overgeleverd van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) :

حَدَّثَنَا عُبَيْدُ اللَّهِ بْنُ سَعِيدٍ، حَدَّثَنَا يَزِيدُ بْنُ هَارُونَ، أَخْبَرَنَا إِبْرَاهِيمُ بْنُ سَعْدٍ، حَدَّثَنَا صَالِحُ بْنُ كَيْسَانَ، عَنِ الزُّهْرِيِّ، عَنْ عُرْوَةَ، عَنْ عَائِشَةَ، قَالَتْ قَالَ لِي رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم فِي مَرَضِهِ ادْعِي لِي أَبَا بَكْرٍ وَأَخَاكِ حَتَّى أَكْتُبَ كِتَابًا فَإِنِّي أَخَافُ أَنْ يَتَمَنَّى مُتَمَنٍّ وَيَقُولَ قَائِلٌ أَنَا أَوْلَى . وَيَأْبَى اللَّهُ وَالْمُؤْمِنُونَ إِلاَّ أَبَا بَكْرٍ

Aaishah (رضّى الله عنها) heeft overgeleverd dat de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) gedurende zijn laatste ziekte mij vroeg om Abu Bakr, haar vader, en haar broer te roepen opdat hij een document zou schrijven, hij vreesde dat iemand anders het verlangen zou hebben om hem op te volgen, en dat er iemand zou zeggen: “Ik heb daar een betere recht op” terwijl Allah en de gelovigen niemand behalve Abu Bakr zullen accepteren”. 31

Niemand onder de gelovigen, niet de eerste noch de laatste generatie twijfelen aan de Khilafah van de Shaykhayn (Abu Bakr, Umar en Uthmaan) moge Allah tevreden met hen zijn. Tenslotte was het Sayyidna Ali die zelf trouw zwoer aan Abu Bakr Siddiq zoals is te lezen in talloze authentieke overleveringen:

وروى ابن سعد بإسناده إلى الحسن قال: قال علي: لما قبض النبي صلى الله عليه وسلم نظرنا في أمرنا فوجدنا النبي صلى الله عليه وسلم قد قدم أبا بكر في الصلاة فرضينا لدنيانا من رضي رسول الله صلى الله عليه وسلم لديننا فقدمنا أبا بكر” ‘

Ibn Saa’d leverde over een keten tot aan Hassan ibn Ali dat hij zei ‘’Ali zei: Toen Allah de ziel van de Profeet (صلّى الله عليه وآله وسلّم) nam, keken we naar onze positie en kwamen tot de conclusie dat de Profeet, Abu Bakr had gekozen als de Imam van het gebed. Dus accepteerden wij voor onze Dunya (wereldse), wat de Profeet had gekozen voor onze Deen (religie), en wij prefereerden Abu Bakr.32

Abdullah bin Ja’far rahimahullah over Abu Bakr Siddiq (رضّى الله عنه)

عن جعفر بن محمد عن أبيه أن عبدالله بن جعفر قال : رحم الله أبابكر كان لنا والياً فنعم الوالي كان لنا ، مارأينا حاضنا قط كان خيراً منه

Ja’far bin Muhammad van zijn vader van Abdullah ibn Ja’far die zei: “Moge Allah genade hebben met Abu Bakr, hij regeerde over ons, en hij was de beste leider, we hebben niemand beter dan hem gezien”.

Zowel Ja’far bin Muhammad als Abdullah bin Ja’far worden door de Shi’a als “Imaams” aangeduid, maar het shi’isme heeft niets met hen te maken.

De absentie van Shi’itische bewijsvoering

Aan het begin van dit schrijven hebben we de definitie van een authentieke overlevering volgens de standaard van de Shi’a uiteengezet middels de woorden van de voornaamste hadith wetenschapper van het twaalvershi’isme, Hurr al Amili. De definitie van een authentieke hadith volgens het Shi’isme was:

ما رواه العدل ، الإماميّ ، الضابط ، في جميع الطبقات

Hetgeen is overgeleverd door een betrouwbare, Imaami [twaalvershi’a], die beheerst (documenteert/memoriseert) wat hij overlevert, in alle lagen [van de keten]”.33

De significantie van dit argument is dat de Shi’a naast het feit hij/zij liegt, bedriegt, verzint en fabriceert, ook de eigen credo niet onder de knie hebben en selectief te werk gaan in de literatuur van Ahl ul Sunnah om daarmee tevergeefs de Sahaba mee in diskrediet te brengen. Dit gezegd te hebben is het verbazingwekkend en buitengewoon eigenaardig dat de Shi’a geen enkele authentieke overlevering hebben omtrent deze “tragedie van de donderdag” en dit incident academisch gezien in het Shi’isme niet bestaat noch bewezen is. De Shi’a kan enkel dit incident gebruiken (om het vervolgens te verdraaien) mits hij de authentieke overleveringen van Ahl al Sunnah als bewijslast aanneemt. In dat geval zal het kaartenhuis van de Shi’a als dat van zijn religie (twaalvershi’isme) finaal in elkaar storten.

Tenslotte is het duidelijk dat de claims van de Shi’a Rawafid jegens de Sahaba, in het bijzonder Umar ibn Khattaab (رضّى الله عنه) vals zijn. Het is ook evident dat de woorden van de vroegere generaties over hen [Shi’a – Rawafid] waar zijn wanneer zij worden beticht van valsheid en bedrog en het feit zij de meest duistere en onbetrouwbare groep zijn die zich toeschrijven aan de Islaam.

وَ السّٰبِقُوۡنَ الۡاَوَّلُوۡنَ مِنَ الۡمُہٰجِرِیۡنَ وَ الۡاَنۡصَارِ وَ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُمۡ بِاِحۡسَانٍ ۙ رَّضِیَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ وَ رَضُوۡا عَنۡہُ وَ اَعَدَّ لَہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ تَحۡتَہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿

De allereersten van de uitgewekenen (Muhajirin) en van de meehelpers (Ansaar) en zij die hen nagevolgd zijn in goed doen, Allah is met hen tevreden en zij zijn met Hem tevreden en Hij heeft voor hen tuinen klaargemaakt waar de rivieren onderdoor stromen, daarin zullen zij voor immer en altijd blijven. Dat is de geweldige triomf!

23 Ramadhaan, 1436

Abu Hurayrah

1Ibn Abi Haatim al Raazi, Adaab al Shafi’i wa Manaaqiba, p.144

2Bewijslast

3Hurr al Amili, Wasaa’il al Shi’a, vol.30, p.260

4Ibid.

5Sahih Bukhari, Kitaab al Maghaazi (64) hadith # 453

6Sahih Muslim, Kitaab al Wasiyyah (25) hadith #29

7Sahih Bukhari, Kitaab al A’saam bil Kitaab wal Sunnah (96), hadith #93

8Ibn Hajar al Asqalaani, Fath al Baari, vol.1, p.220

9Ibn Hajar al Asqalaani, Fath al Baari, vol. 8, p.134

10Shamaa’il al Muhammadiyyah, Ma Jaa’a fi wafaata Rasulallah, hadith #396

11Sahih Muslim, Kitaab al Wasi’a (25), hadith #30

12Almaany Dictionary – أَهْجَرَ

13Mufeed, Kitaab al Irshaad, p.126-127

14Seerah ibn Ishaaq, p.680, Tarikh at Tabari, vol. 9, p.178

15Al Albani, Silsilah al Saheehah, hadith #713

16Sunnan an Nasaa’i, Boek 20, hadith #14

17Surah Al Maa”idah, vers 67

18Albani, Silsilatul Saheeha, hadith #1132, Sunnan Abu Dawud, hadith #5156, Ibn Majah, hadith #2698

19Ahmad ibn Hanbal, Musnad Ahmad, hadith #675

20Surah al Maa’idah, vers 3

21Muhammad Baqir al Majlisi, Haqqul Yaqeen, p.189

22Yusuf al Bahraani, Haqaa’iq an Nadhira, vol. 10

23Ibn Taymiyyah, Minhaaj as Sunnah Nabawiyyah, vol. 6, p.315-316

24Ibid. vol. 6, p.12

25Surah an Nahl, vers 89

26Al Qurtubi, Al Mufhim limaa Ashkala min Talkhees Kitaab Muslim 15/18

27Ibn Hajar al Asqalaani, Fath al Baari, vol. 8, p.133-134

28An Nawawi, Sharh Muslim, 11/90

29Ibid. 11/93

30Ibn Taymiyyah, Minhaaj as Sunnah an Nabawiyyah, 6/11

31Sahih Muslim, Kitaab Fadhaa’il as Sahaaba, hadith #2387

32Ibn Sa’d, Tabaqaat, vol.3, p.183

33Hurr al Amili, Wasaa’il al Shi’a, vol.30, p.260

34Ibn Taymiyyah, Minhaaj as Sunnah, vol. 2, p.65

Veer_En_Inkt_01

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *