Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

Onder het mom van “eenheid” en “broederschap”

We zien steeds meer mensen, zowel Shi’a als Ah lul Sunnah die op basis van wishful thinking en een ideaalbeeld dat gepaard gaat met een geringe kennis van het Shi’itisch gedachtengoed en de islamitische regelgeving omtrent de rawaafid  streven naar “broederschap” en “eenheid”.

Ik (Husseyn (Abduljabbar e.a.)) schrijf dit betoog om het één en ander toe te lichten over deze eenheid en broederschap.

In dit artikel behandelen we de volgende punten:

  • Onder het mom van “eenheid” en “broederschep”
  • Ahlul Sunnah (de Islamitische gemeenschap) zijn allen ongelovigen volgens het sjiisme.
  • Het gebed achter een moslim (soenniet) is ongeldig
  • De schending van de eer en bezittingen van moslims
  • Het vervloeken van de Metgezellen en de Moeders der Gelovigen

Onder het mom van “eenheid” en “broederschap”

Voor ik begin wil ik uiteenzetten wat broederschap en eenheid in het kader van de Islaam inhouden. Broederschap is toegelicht in de Edele Qur’aan:

﴿وَإِن طَآئِفَتَانِ مِنَ الْمُؤْمِنِينَ اقْتَتَلُواْ فَأَصْلِحُواْ بَيْنَهُمَا فَإِن بَغَتْ إِحْدَاهُمَا عَلَى الأُخْرَى فَقَـتِلُواْ الَّتِى تَبْغِى حَتَّى تَفِىءَ إِلَى أَمْرِ اللَّهِ فَإِن فَآءَتْ فَأَصْلِحُواْ بَيْنَهُمَا بِالْعَدْلِ وَأَقْسِطُواْ إِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ الْمُقْسِطِينَ – إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ إِخْوَةٌ فَأَصْلِحُواْ بَيْنَ أَخَوَيْكُمْ وَاتَّقُواْ اللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ ﴾
10. De gelovigen zijn voorzeker broeders. Bewaart daarom vrede onder uw broeders en weest godvruchtig opdat u barmhartigheid moge worden betoond (Surah Al Hujuraat, vers 10).

En onze Heer zegt:
وَتَعَاوَنُواْ عَلَى الْبرِّ وَالتَّقْوَى وَلاَ تَعَاوَنُواْ عَلَى الإِثْمِ وَالْعُدْوَانِ وَاتَّقُواْ اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ شَدِيدُ آلْعِقَابِ
ondersteunt elkaar bij het goede en Taqwa. En steunt elkaar niet bij zonde en overtreding. En vreest Allah. Voorwaar, Allah is streng in de bestraffing (Surah Al Maa’idah, vers 2).

En een kenmerk van de gelovigen is:
مُّحَمَّدٌ رَّسُولُ اللَّهِ وَالَّذِينَ مَعَهُ أَشِدَّآءُ عَلَى الْكُفَّارِ رُحَمَآءُ بَيْنَهُمْ
Mohammed is de gezant van Allah. En zij die met hem zijn zijn streng tegen de ongelovigen, maar onderling barmhartig (Surah Al Fat’h, vers 29).

Vervolgens zegt Allah subhana wa ta’ala:
﴿إِنَّ هَـذِهِ أُمَّتُكُمْ أُمَّةً وَاحِدَةً وَأَنَاْ رَبُّكُمْ فَاعْبُدُونِ – وَتَقَطَّعُواْ أَمْرَهُمْ بَيْنَهُمْ كُلٌّ إِلَيْنَا رَجِعُونَ – فَمَن يَعْمَلْ مِنَ الصَّـلِحَـتِ وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَلاَ كُفْرَانَ لِسَعْيِهِ وَإِنَّا لَهُ كَـتِبُونَ ﴾
21:92 Voorwaar, deze godsdienst (Islam) is jullie godsdienst, de enige. Ik ben jullie Heer, aanbidt Mij daarom.
21:93 Maar zij raakten onderling verdeeld over hun zaak (van eenheid). Allen zullen tot Ons terugkeren.
21:94 En wie goede daden verricht en een gelovige is: zijn streven zal niet ontkend worden. Voorwaar, Wij zullen het voor hem opschrijven.

En de Profeet sallalahu aleyhi wasallam heeft gezegd:
الْمُسْلِمُ أَخُو الْمُسْلِمِ لاَ يَظْلِمُهُ وَلاَ يَخْذُلُهُ وَلاَ يَحْقِرُهُ ‏.‏ التَّقْوَى هَا هُنَا ‏”‏ ‏.‏ وَيُشِيرُ إِلَى صَدْرِهِ ثَلاَثَ مَرَّاتٍ ‏”‏ بِحَسْبِ امْرِئٍ مِنَ الشَّرِّ أَنْ يَحْقِرَ أَخَاهُ الْمُسْلِمَ كُلُّ الْمُسْلِمِ عَلَى الْمُسْلِمِ حَرَامٌ دَمُهُ وَمَالُهُ وَعِرْضُهُ
“Een moslim is de broeder van een moslim. Hij onderdrukt hem niet noch vernedert hij hem of kijkt op hem neer. Godsvrees is hier, en hij wees naar zijn borst drie maal. Het is een ernstige kwaad voor een gelovige om op zijn broeder neer te kijken. Alle zaken van een moslim zijn onschendbaar voor zijn broeder in het geloof: Zijn bloed, zijn bezittingen en zijn eer”.
(Sahih Muslim, #2564).

Er zijn talloze overleveringen en verzen waarin met meer nuance hierover is gesproken. Zo is ook eenheid besproken in de Qur’aan en de authentieke Sunnah:

وَاعْتَصِمُواْ بِحَبْلِ اللَّهِ جَمِيعاً وَلاَ تَفَرَّقُواْ وَاذْكُرُواْ نِعْمَةَ اللَّهِ عَلَيْكُمْ إِذْ كُنتُم أَعْدَآءً فَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِكُمْ فَأَصْبَحْتُم بِنِعْمَتِهِ إِخْوَاناً
En houdt jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allah en weest niet verdeeld. Gedenkt de gunst die Allah jullie schonk toen jullie vijanden waren en Hij jullie harten tot elkaar bracht en jullie door Zijn gunst broeders werden (Surah Al Imraan, vers 103)

Dit zijn de woorden van Allah subhana wa ta’ala. Het zijn duidelijke verzen. Het is een duidelijk boodschap voor de bezitters van gezond verstand en universele morele waarden. Ik zal nu de illusie bespreken waarin sommige Shi’a en broeders van Ahlul Sunnah leven, namelijk eenheid met het Shi’isme en de verwezenlijking van broederschap zonder aantasting van de credo. De lelijke waarheid over het Shi’isme met betrekking tot broederschap en eenheid komt aan het licht wanneer we de boeken openen waarop het Shi’isme is gebaseerd. Hieronder zal ik de gezegende boeken in het Sh’isme en gezaghebbende geleerden met autoriteit citeren die bindend zijn voor elke Shi’a om gehoor aan te geven als Shi’iet zijnde.

 

 

Iraanse (hypocriete) propaganda, en het verschil tussen sjiieten en het sjiisme.

 

Vaak horen we van Iraanse zijde:“Het zijn alleen de joden, de Amerikanen en de ‘Wahhaabies’ die Shi’ieten en Soennieten willen opdelen! Wij ‘Moslims’ zouden verenigd moeten zijn, het is alleen in het voordeel van de joden dat we verdeeld zijn!”

Sinds de enorme slachtpartijen die deze sjiieten uit Najaf hebben aangericht in Irak en Syrie valt deze bewering natuurlijk wat moeilijker vol te houden, maar we horen ‘m nog steeds zonder enige schaamte, wat een belediging is voor het verstand van de normale moslim. Wie wat verder kijkt dan de emotionele politieke praatjes uit Teheran, en een kijkje neemt in de “heilige” boeken van de Rawaafidh (Shi’ieten), ziet hoe zij werkelijk denken over jou en mij; de Ahloes-Soennah van Marokko tot aan de Filippijnen:

In deel 1 van het Shi’ietische werk “‘Oeyoen Akhbaar Ar-Ridaa” (uitgegeven in Teheran), lezen we de volgende overlevering:

“As-Sadoeq heeft overgeleverd dat ‘Ali ibn Asbaat heeft gezegd:”Ik zei tegen Ar-Ridaa (vrede zij met hem):”Soms krijg ik met een kwestie te maken waarop ik het antwoord moet weten. Maar er is niemand in de stad van onder uw volgelingen (dwz; van onder de Shi’ieten) die ik om een fatwa kan vragen.” Hij zei:”Ga naar de (Soennie) faqieh van de stad en vraag hem om een fatwa, EN WANNEER HIJ JE DAN IETS ZEGT, DOE DAN HET TEGENOVERGESTELDE, WANT DAARIN LIGT DE WAARHEID.”

Een ander voorbeeld: in het boek “Wasaa’il Ash-Shi’ah”, geschreven door de leidende Raafidie-geleerde Al-Hoerr Al-‘Aamilie, vinden we een hoofdstuk met de titel: “HET IS NIET TOEGESTAAN IETS TE DOEN DAT IN OVEREENSTEMMING IS MET DE MANIER VAN DE SOENNIES (moslims).” Daarna schrijft Al-‘Aamilie:

“De ahaadieth hierover zijn moetawaatir…bijvoorbeeld: As-Saadiq (vrede zij met hem) zei aangaande twee ahaadieth die elkaar tegenspreken:”Vergelijk hen met de overleveringen van de grote massa (hiermee bedoelen zij Ahloes-Soennah, aangezien wij in de grote meerderheid zijn); wat overeenkomt met hun overleveringen, gooi dat aan de kant, en wat afwijkt van hun overleveringen, neem dat aan.”

Daarna lezen we in dit werk de uitspraak van As-Saadiq, waarin hij zou hebben gezegd:”Wallaahie, jullie volgen niets van wat zij volgen, noch volgen zij iets van wat jullie volgen. Dus verschil van hen, want zij volgen in helemaal niets het pad van de haniefies.”

En in een andere overlevering, in het werk “Al-Fasoel Al-Moehimmah”, lezen we dat As-Saadiq zou hebben gezegd over ons, Ahloes-Soennah:”Wallaahie, er is niets over in hun handen van de waarheid, behalve dat zij zich tot de qiblah wenden.”

Zie daar slechts enkele voorbeelden van de “broederschap” tegenover de Ahloes-Soennah waarmee ze jou voor de gek wensen te houden o Moslim. Wees dus geen naieve dwaas.

 

Tot dusver de theorie, we gaan nu over naar de praktijk.

Natuurlijk volgen niet alle Nederlandse ‘sjiieten’ de sjiitische credo voor de volle 100%. Vaak zijn de (onwetende) volgers van het sjiisme dan ook niet (altijd) op de hoogte van de informatie in dit artikel, van A tot Z. Om deze reden vertellen we u dus dat er ook gematigde en ‘normale’ sjiieten bestaan, die in de praktijk eigenlijk soennieten zijn maar zich ‘sjiiet’ noemen omdat hun ouders dat ze hebben wijsgemaakt. We kunnen hierdoor logischerwijs niet alle sjiieten over 1 kam scheren, en zullen de sjiieten opdelen in twee kampen:

  • de onwetende, gematigde sjiieten
  • de extremistische (twaalver) sjiieten (rawafidh)

De eerste kamp moeten we benaderen op een goede manier en hen uitleggen wat hun geleerden over de niet-sjiieten zeggen. Deze mensen hebben behoefte aan kennis

De tweede kamp zien de moslims (soennieten) als ongelovigen, dus volgens ons is er absoluut geen broederschap mogelijk met deze extremisten die haaks tegen de islam ingaan door te stellen dat de Vrouwen van de Profeet, de Edele Metgezellen en vele andere moslims ‘ongelovig’ zijn, en daarnaast nog geloven in de godelijkheid van de ‘twaalf imams’ (shirk) en in de incompleetheid van de Koran. Deze mensen volgen dus een ander geloof dan de Islam.

 

Ahlul Sunnah (de Islamitische gemeenschap) zijn allen ongelovigen volgens het Shi’isme

 

De Rawaafid en hun verwante Shi’a zullen vaak claimen dat zij veroordeeld worden en voor ongelovig worden verklaard door de Islamitische gemeenschap (Ahl ul Sunnah wal Jama’ah). Terwijl de geleerden van de Islamitische gemeenschap de Shi’a over het algemeen niet ongelovig hebben genoemd en dit standpunt is eeuwenlang aangehouden.

Het Shi’isme is integendeel een sekte dat de gelovigen en de hele Islamitische gemeenschap voor ongelovig verklaard heeft. De volgende prominente en autoritaire geleerden hebben dit standpunt uiteengezet:

Muhammad Salin al Mazandaraani heeft in zijn boek ‘’Sharhul Usul al Kaafi’’ gezegd:

‘’En hij die het verwerpt (Wilaaya van Ali), hij is een Kaafir, omdat hij het belangrijkste heeft verworpen waarmee de Profeet werd gestuurd, een fundament der fundamenten’’.

De Shi’a hebben ook een verzonnen stelregel, dat is het volgende:

‘’Degene die Imaamah van Ali na mij verwerpt, is zoals hij mijn Profeetschap heeft verworpen, en degene die mijn Profeetschap heeft verworpen, is zoals degene die de Rububiyyah van Allah heeft verworpen’’.

Al Majlisi, de grootmeester van hedendaags Shi’isme, de auteur van Bihar al Anwar schrijft in zijn boek, het volgende over hen die de verzonnen Shi’itische concepten genaamd ‘’Imaamah’’ en ‘’Wilaaya’’ verwerpen:

‘’De Imaamiyyah zijn het erover eens (consensus) dat hij die de Imaamah van één imam verwerp, en ontkent gehoorzaam aan hen te zijn, dat Allah ons heeft opgedragen, is een verdwaalde kaafir die het verdient om eeuwig in het hellevuur te verblijven’’

Yusuf al Bahraani, citeert de Shi’a grootmeester, Shaykh Mufid, eveneens de consensus van het Shi’isme betreffende deze kwestie:

‘’Het is niet toegestaan voor een gelovige om het lichaam van een persoon te wassen die de Wilaayat ontkende, en het is niet toegestaan om over degene te bidden (jenaza gebed), een uitzondering kan worden gemaakt als er een noodzaak is om Taqiyyah te verrichten [te liegen]“.

 

Wanneer de Shi’a hiermee worden geconfronteerd, zullen ze vaak zeggen ‘’Dat was vroeger, oude tijden, we zijn broeders’’. Zij die het menen, zijn onwetend over hun geloof, en zij die het weten, verrichten Taqiyyah dat volgens de onfeilbare imam van het Shi’isme, 9/10 van het geloof is (Al Kafi).

 

Abul Qasim al Khu’i een grootgeleerde van de Shi’a en oprichter van de Shi’a Najaf instituut legt de standpunt van het Shi’isme opnieuw uit in zijn boek ‘’Kitaab at Tahaarah’’:

‘’En het klopt dat alle oppositie ten opzichte van de Ithna Ash’ariyyah (12ver imam Shi’a), zij dhaahirin op de Islaam zijn (qua uiterlijk), en er is geen verschil tussen de mukhaalifin (opponenten van de Shi’a) en anderen, en in werkelijkheid zijn zij allen ongelovigen, en zij zijn van de mensen die in deze wereld ‘’Muslim’’ worden genoemd, en op de dag des oordeels (ongelovigen)’’.

De leider van de Shi’itische revolutie in Iran, was eveneens van deze mening. Een man die door duizenden Shi’a vandaag de dag wordt geëerd. Khomeini schrijft in zijn boek ‘’Arba’a un Hadith’’ het volgende:
”En het is bekend dat deze kwestie uitsluitend behoort aan de Shi’a van de Ahl al Bayt en het is verboden voor een ieder. Aangezien er geen sprake is van geloof (imaan) zonder de Wilayah/Imamat van Ali en zijn pure onfeilbaren en opvolgers. In feite, het geloof (Imaan) in Allah en zijn profeet is niet geaccepteerd tenzij het vergezeld is met het geloof in Wilaayah, en we zullen dit toelichten in het tweede deel..’

Referenties:
http://www.islamqa.com/en/ref/48984

Al Sadooq, Al Amali, p 656, #5
Ibn Uqda al Kufi, Fadhaa’il Amir al Mu’minin, http://shiaonlinelibrary.com, p150, geraadpleegd op 10 juli, 2012
Mullah Baqir al Majlisi, Haqqul Yaqeen, p 189

Shaykh Mufid, de vader van het Shi’isme zegt in zijn “Muqni’a”:

Het is niet toegestaan tussen de gelovigen [shia] om een dode van een opponent te wassen die de waarheid van de wilaaya [verzonnen shia concept] niet erkende noch is het toegestaan om zijn dodengebed te verrichten”. [Hadaa’q an Nadhira, Yusuf al Bahraani, volume 5, p.176]

Tusi, Hilli Bahraani zijn van dezelfde mening, zie Hadaa’iq an Nadhira, Yusuf al Bahraani, volume 5, p.1765

“Ayatullah”” Naraaqi zegt in zijn boek “Mustanad al Shi’a, volume 1, p.206” het volgende:

“Redenen van degenen van mening over de Najasah [onreinheid] van de non-shia [i.e. Ahl al Sunnah] is dat ze Kufaar [ongelovigen] en Nasibi zijn. Zij zijn allen onrein”.

Ten eerste is het wegens hun afwijzing van datgene wat bekend is als de fundament van de religie [Wilaya], en wegens de tawaatur [meerdere overleveringen] die hetzelfde claimen. Hierdoor hebben een groep geleerden zoals Ibn Nawbakht [voorganger van Shaykh Sadooq] en een meerderheid van de Imaami klassieke geleerden zoals Shaykh Tusi (385-460AH) in Tahdhibul Ahkaam, Sharif al Murtadhaa (355-436AH), Ibn Idris al Hilli (543-598AH) en Allamah Hilli (648-726AH) hen (de non-shia) ongelovig verklaard. En deze mening is ook gedeeld door Shaykh Mufid (336-413AH) en Qadhi ibn al Barraaj (401-481AH)”.

Ayatullah Shubbar” zegt in zijn boek Sharhul Ziaaratul Jamiatul Kabira” het volgende:

En vele overleveringen zijn bewijs voor de Kufr van de non-shia”.
Wederom Yusuf al Bahraani:

Muhammad Baqir Al Majlisi, de grootvader van het Shi’isme zegt:

“Merk op dat de termen shirk (polytheïsme) en Kufr (ongeloof) van toepassing zijn op degene die niet geloven in de imaamah van Ali (AS) of zijn nakomelingen, en geeft voorrang aan anderen boven hen, bewijs dat zij ongelovigen zijn, gedoemd om eeuwig in de hel te verblijven”.
Referentie: Bihaar al Anwaar, volume 23, p.290

 

 

 

Het gebed achter een Sunni (moslim) is ongeldig

 

We zien het zelfs vandaag gebeuren. Broeders van Ahlul Sunnah die achter een Shi’a bidden, en Shi’a die achter een imaam van Ah lul Sunnah bidden. We zijn immers allemaal broeders. Toch?

Dit leert het Shi’isme over het gebed achter een non-shia (imaam van Ahlul Sunnah).

De Shi’itisch hadith gaat als volgt:

تبيين : ” خلف الامام ” أي أئمة الجور الذين كانوا في زمانهم عليهما السلام ، كانا يصليان خلفهم تقية ، ولا ينويان الاقتداء بهم ، وكانا يقرآن ويصليان لانفسهما
“Achter de imaam” betekent, de slechte imams aanwezig in hun tijd (in de tijd van de Shi’itische imams). Ze zouden achter hen bidden met de bedoeling van Taqiyyah [deceptie/schijn) en zouden geen Niyyah [intentie) hebben om hen te imiteren [achter hen daadwerkelijk te bidden]. Ze zouden voor zichzelf reciteren en hun eigen gebed verrichten”.
Shi’a hadith is te lezen in Bihaar al Anwaar, 85/47

Het volgende is het oordeel van “Groot Ayatullah Kho’i”, de grondlegger van het Najaf institutie en de geldende autoriteit in de Shi’itische wereld in ons tijdperk:

يدلنا على عدم اعتبار عدم المنوحة حال الصلاة وانما يصلي معهم مع التمكن من الاتيان بالوظيفة الواقعية على سبيل المداراة لا الضرورة والاضطرار. ما ينبغي التنبيه عليه: ومما ينبغي أن ينبه عليه في المقام هو أن الصلاة معهم ليست كالصلاة خلف الامام العادل وانما هي على ما يستفاد من الروايات صورة صلاة يحسبها العامة صلاة وائتماما بهم ومن هنا لم يرد في الروايات عنوان الاقتداء بهم بل ورد عنوان الصلاة معهم، فهو يدخل الصلاة معهم ويؤذن ويقيم ويقرء لنفسه على نحو لا يسمع همسه فضلا عن صوته.

“Hetgeen uitleg vereist is het onderwerp dat het gebed achter hen [Sunni’s] niet is zoals het gebed achter een recht geleide imam, in realiteit is het een schijn van een gebed zoals is bewezen uit de overleveringen. Al Aammah [i.e. Ahl ul Sunnah] denken dat het een gebed is en dat zij worden gevolgd als imams in het gebed. Hieruit is het klaarblijkelijk wat de overleveringen verduidelijken, namelijk [de schijn wekken van het gebed] niet het imiteren van hen. Dus hij [de Shi’a] treedt in het gebed met hen, maar reciteert zijn eigen aadhaan, zijn eigen iqaamah en hij reciteert in zichzelf zonder dat iemand in staat is hem te horen”.
Kitaab at Tahaara, Abul Qaasim al kho’i, volume 4, p.313
http://www.al-khoei.us/books/?id=872

Het Shi’isme is zoals eerder besproken van mening dat Ahlul Sunnah ongelovigen zijn [Mullah Baqir al Majlisi, Haqqul Yaqeen, p 189] en hun daden zijn nietig [omdat ze niet in de verzonnen concepten van wilaya en imamah geloven]. Naast de mening dat we ongelovigen zijn [Al Sadooq,Al Amali, p 656, #5], bastaarden zijn en niet gevolgd kunnen worden in het gebed, is ons gebed volgens het Shi’isme ook niet geldig! [Mir’aat al Uqool 15/256]

Groot “Ayatullah” Sadiq al Roohaani” zegt in “Fiqh al Saadiq 6/266” het volgende:

“Ten tweede: Het is een onderdeel van Al Imaan [het geloof] om de Imaamah van de 12 imams [AS] te erkennen en dit is iets waar niet over getwijfeld dient te worden. De consensus hierover was overgeleverd door een groep [i.e. meerdere overleveringen]. Datgene wat deze mening ondersteunt is de Sahih van Zuraarah van Abu Ja’far [AS] over het bidden achter de Mukhaalifin [Ahlul Sunnah], hij zei: “Voor mij zijn het net als de muren”.

En de Sahih van Al Barqi: “Hij schreef naar Abu Ja’far [AS]: “Is het toegestaan om achter hen te bidden die de imamah van jouw vader en overgrootvader niet erkende? Hij zei “Bid niet achter hen”.

 

 

De schending van de eer en bezittingen van Moslims

 

Shaykh Muhammad Hassan an Najafi citeert in zijn boek “Jawaahir al Kalaam volume 6, p.66” andere Shi’a geleerden m.b.t. dit onderwerp:

De term Nasibi is toegekend aan een persoon op basis van vijf redenen: Een Khariji die Ali (AS) bekritiseert; Ten tweede voor iemand die niet rechtvaardig spreekt over de imams. Ten derde iemand die hun eigenschappen ontkent wanneer hij deze hoort. Ten vierde iemand die in de superioriteit van een ander dan Ali gelooft”

We zijn te weten gekomen dat alle non-Shi’a en in het bijzonder Ahlul Sunnah gekenmerkt zijn als “Nawaasib”, omdat zij de verzonnen concepten van “Imamah”, “Wilaayah”, “Raj’ah” verwerpen, en claimen dat Abu Bakr Siddiq, Umar ibn Khattaab en Uthman ibn Affan superieur waren aan Ali radiallahu anhuma.

Aan het begin van dit artikel heb ik een overlevering van onze Profeet sallalahu aleyhi wasallam geplaatst en ayaat uit de Qur’aan over broederschap. De overlevering van de Profeet sallalahu aleyhi wasallam was:

الْمُسْلِمُ أَخُو الْمُسْلِمِ لاَ يَظْلِمُهُ وَلاَ يَخْذُلُهُ وَلاَ يَحْقِرُهُ ‏.‏ التَّقْوَى هَا هُنَا ‏”‏ ‏.‏ وَيُشِيرُ إِلَى صَدْرِهِ ثَلاَثَ مَرَّاتٍ ‏”‏ بِحَسْبِ امْرِئٍ مِنَ الشَّرِّ أَنْ يَحْقِرَ أَخَاهُ الْمُسْلِمَ كُلُّ الْمُسْلِمِ عَلَى الْمُسْلِمِ حَرَامٌ دَمُهُ وَمَالُهُ وَعِرْضُهُ
“Een moslim is de broeder van een moslim. Hij onderdrukt hem niet noch vernedert hij hem of kijkt op hem neer. Godsvrees is hier, en hij wees naar zijn borst drie maal. Het is een ernstige kwaad voor een gelovige om op zijn broeder neer te kijken. Alle zaken van een moslim zijn onschendbaar voor zijn broeder in het geloof: Zijn bloed, zijn bezittingen en zijn eer”.
(Sahih Muslim, #2564).

En Allah subhana wa ta’ala heeft gezegd:

مُّحَمَّدٌ رَّسُولُ اللَّهِ وَالَّذِينَ مَعَهُ أَشِدَّآءُ عَلَى الْكُفَّارِ رُحَمَآءُ بَيْنَهُمْ
Mohammed is de gezant van Allah. En zij die met hem zijn zijn streng tegen de ongelovigen, maar onderling barmhartig (Surah Al Fat’h, vers 29).

Dit is wat het Shi’isme leert over de eer en bezittingen van een moslim:

“…Van Dawud bin Farqad die zei: Ik vroeg aan Abu Abdullah (AS): Wat is het oordeel over het doden van de nasibi? De Imam zei: “Hun bloed is halal [toegestaan], maar ik vrees voor jullie, dus als jullie in staat zijn om een muur op hem te doen vallen of hem te kunnen verdrinken in water opdat er geen getuigen zullen zijn, doe het dan”. Ik zei: En wat zegt u over zijn bezittingen? De Imam (AS) zei: “vernietig ervan waartoe je in staat bent”.

Referentie: Het gezaghebbend en bindende werk van het Shi’isme. “Alal al Sharaa’e” Shaykh Sadooq, volume 2, p.601

 

 

 

 

Het vervloeken van de Sahaba en de moeders der gelovigen

Muhammad Baqir al Majlisi, een grondlegger van het hedendaags Shi’isme zegt in zijn boek “Hayaatul Qulub” het volgende:

“De prijzingen en eigenschappen van de Sahaba, Muhajirin en de Ansaar zoals te lezen in de verzen en de ahadith zijn enkel voor hen bedoeld die niet afvallig werden en geen andere khalifa volgden dan Ali. En de Sahaba die afvallig werden en Ali niet volgden en zijn vijanden vergezelden zijn erger dan de ongelovigen”.
Referentie: Hayaat al Qulub, Volume. 2, p. 916

Dit is de rede het Shi’isme en de praktiserende Shi’a van mening zijn dat alle Sahaba afvalligen waren (behalve 4 (soms 7), met name Abu Dhar, Salman al Farsi, Miqdaad).

Ni’marullah al Jazaa’iri, één van de grondleggers van de Ithna Ashariyyah zegt in zijn boek Anwaar al Nu’maniyyah p.278 het volgende:

We geloven niet in de God noch in de Profeet wiens Khalifah Abu Bakr was“.

 

Ons advies aan de (algemene) sjiieten is: zet je af van het sjiisme, verlaat deze sekte die gebaseerd is op leugens en het tegenspreken van de Koran. Geen één sjiiet profiteert van het sjiisme in dit leven, behalve de corrupte sjiitische leiders en ‘ayatollahs’ die jullie vrouwen, geloof  en geld innemen. 

 

 

No Comments

Trackbacks/Pingbacks

  1. Hopeloze sjiieten vallen via Facebook soennitische meisjes lastig. | Sjiieten-ONTMASKERD - […] – 5.000 sjiieten kunnen we schuiven onder de noemer “extremistische sjiieten” die alle niet-sjiieten als ongelovigen zien. Een handjevol jongeren…

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *