Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

Overleveringen van de Ahlalbayt in Soennitische Hadith-boeken.

Bismillahi arRahmaani arRaheem. Volgens de Koran en de Ahlus Sunnah (moslimgemeenschap) maakten veel leden deel uit van de “Ahlalbayt”, oftewel leden van het huis, waaronder de Vrouwen van de Profeet. De sjiitische sekte gaat helaas tegen deze Koranische teksten in, en beweert dat slechts een handjevol mensen tot de “Ahlalbayt” behoren. Deze leden en hun nakomelingen werden vervolgens ‘gekaapt’ door de sjiitische geleerden aangezien zij hen vergoddelijkten, en leugens aan hen toeschreven.

 

Wisten jullie dat de boeken van de Ahlul-Sunnah meer authentieke overleveringen bevatten van de Ahlul Bayt (inclusief Ali, Ibn Abbas, Al-Sajjad, Al-Baaqir, Al-Saadiq etc.) dan de sjiitische boeken? Jazeker! Niet alleen worden vrijwel alle soennitische overleveringen direct van de leden van de Ahlalbayt gehaald, aangezien de Profeet (vrede zij met hem) het hoofd is van de Ahlalbayt en de soennitische overleveringen gaan over: “De PROFEET zei” en niet “Die en die Imam zei” (zoals bij de sjiitische boeken).

Het kan voor veel mensen schokkend zijn om erachter te komen dat juist de soennitische boeken vol staan met overleveringen van de Ahlalbayt (omdat de sjiieten de mensen anders willen doen laten denken). De meeste “sjiitische” Imams bijvoorbeeld waren gewoon tot op het bot “soenniet”. Je zult dus tegenkomen dat overleveringen van de Ahlulbayt-Imams altijd in samenspraak zijn met de Koran, Sunnah en historische feiten terwijl veruit de meeste sjiitische (verzonnen) overleveringen over deze “Twaalf Imams” vaak niets anders bevatten dan onislamitische leugens, haat, Kufr- en shirk uitspraken.

Een vaak gehoorde klacht van de sjiieten is tevens dat de Ahlalbayt (moge Allah tevreden zijn over hen) zogenaamd niet (vaak) in de reguliere Islamitische boeken terug te vinden zijn, maar in realiteit zijn het juist de sjiitische boeken die de échte leden van de Ahlalbayt lasteren en onrecht aandoet.

Wisten jullie bijvoorbeeld dat de (top 4) soennitische Ahadithboeken meer overleveringen bevat van Ali, Fatima en Hussain radia Allahu 3anhum, dan de (top 4) sjiitische Ahadithboeken? De Ahlu sunnah zijn zonder twijfel de echte volgers van Ahlalbayt radia Allahu 3anhum, aangezien de Koran in het hierboven gelinkte artikel bewijst dat de Vrouwen van de Profeet (vrede zij met hem) leden van zijn Huishouden uitmaken.

De sjiitische ‘Ahadithboeken’ bevatten voornamelijk verzonnen ahadith die ze toeschrijven aan hun ’12 Imams’. Handige informatie die we u niet zullen achterhouden, is dat het sjiisme pas na ruim 600 jaar (!) de eerste Hadithverzameling kende, omdat hun geloof toen al begon af te brokkelen en zij hun geloof niet konden “bewijzen” tegen over de moslim toentertijd. Tot slot kennen zij niet eens zoiets als een ‘Sahih’ (correcte) hadith. Dat houdt in dat de sjiitische overleveringen geen juiste keten van overleveraars heeft tot aan de Profeet (vrede zij met hem). De meeste sjiitische “overleveringen” zijn gekopiëerd vanuit de sunni boeken, aangepast, gemanipuleerd en omgedoopt tot “sjiitische” bronnen. You do the math!

We presenteren jullie hierbij een betrouwbare overzicht van slechts enkele overleveringen van leden van de Ahlalbayt in soennitische hadith-boeken. Wat direct opvalt wanneer we de sjiitische overleveringen vergelijken met de soennitische overleveringen, is dat de sjiitische overleveringen het vrijwel nooit over de Profeet (vrede zij met hem) of de Koran hebben. SubhanAllah.

 

Duister van de nacht

 

WEES BEVRIEND MET VROME BROEDERS

Ali ibn Abi Taalib radiallahu 3anhu zei :

“Wees bevriend met (vrome) broeders, want zij zijn een reddingsmiddel voor ons in dit leven en het volgende leven. Hebben jullie de uitspraak van de bewoners van het Vuur niet gehoord: “En wij hebben geen voorsprekers, noch een boezemvriend” [26:100]

(“Al-Ihyaa Uloem Ad-Deen”, 2/175)

 

‘ALIE IBN ABIE TAALIB OVER DE KHAWAARIDJ

‘Zij hebben geen kennis van de Koran. Noch hebben zij begrip van de religie. Noch zijn zij geleerden in de interpretatie. Noch behoren zij tot de voorgangers in de Islam. Bij Allah! Als zij de macht krijgen over jullie, dan zullen zij jullie behandelen zoals Chosroe (keizer van de Perzen) en Caesar (keizer van de Romeinen) hun volken behandelen!’

Bron: (Taariekh at-Tabarie: 5/78) de Khawaaridj zijn een dwalende extremistische groepering die de moslims ongelovig verklaart en hun bloed vergiet

 

SPIJT HEBBEN VAN EEN ZONDE

‘Alie zei: ‘Voorwaar, ik hoop dat het hebben van spijt voor een zonde die de dienaar gepleegd heeft voldoende is als berouw hiervoor.’
Bron: (Berouw (at-Tawbah) van Imam Ibn Abie ad-Doenya)

 

MEESTERS VAN DE MANNEN VAN HET PARADIJS

‘‘Alie ibn Abie Taalib zei: ‘De Profeet (vrede zij met hem) keek eens naar Aboe Bakr en ‘Oemar en zei: ‘Deze twee zijn de meesters van de mannen van het Paradijs onder de vroegeren en de lateren, met uitzondering van de Profeten en de Boodschappers. Vertel het hun niet, o ‘Alie!’

Bron: Overgeleverd door at-Tirmidhie en Ibn Maadjah. Al-Albaanie verklaarde hem authentiek.

 

GEEN EXCUSES

Dja’far as-Saadiq ibn Mohammed al-Baaqir zei:

‘Mijn vader was gewoon om in het holst van de nacht te zeggen:

‘U hebt mij bevolen, maar ik heb U niet gehoorzaamd..
U hebt mij verboden, maar ik heb Uw verboden niet vermeden..
Dit is Uw dienaar die zich voor U bevindt en ik heb geen enkel excuus..’

Bron: At-Tawbah (Berouw) van Imam Ibn Abie ad-Doenya

 

WANNEER IEMAND JOU BELEDIGT

Hasan ibn Hasan had onenigheid met zijn neef ‘Alie ibn al-Hoesayn.
Hasan slingerde allerlei beledigingen naar het hoofd van ‘Alie, terwijl ‘Alie zweeg.
Daarna vertrok Hasan.

Toen de avond viel, ging ‘Alie naar Hasan en zei hij tegen hem: ‘O mijn neef. Als jij de waarheid hebt gesproken, moge Allah mij dan vergeven. En als jij hebt gelogen, moge Allah jou dan vergeven. Vrede zij met jou.’

Daarop omhelsde Hasan hem en begon hij zo hard te huilen, dat ‘Alie medelijden met hem kreeg.

Bron: Siyar A’laam an-Noebalaa- van Imam adh-Dhahabie, 4/397

 

ONDERLING HUMOR TUSSEN DE METGEZELLEN EN DE METGEZELLEN VAN DE AHL AL-BAYT [radi Allāhu ‘anhoem]

Overgeleverd door ‘Uqba bin al-Hārith:

“Ik zag Abu Bakr en hij droeg Al-Hasan zeggende; “Moge mijn vader voor jou opgeofferd worden, je lijkt op de Profeet [sal Allāhu ‘alayhi wasallam] en niet op ‘Ali”, terwijl ‘Ali hierom lachte.”

عَنْ عُقْبَةَ بْنِ الْحَارِثِ، قَالَ رَأَيْتُ أَبَا بَكْرٍ ـ رضى الله عنه ـ وَحَمَلَ الْحَسَنَ وَهْوَ يَقُولُ بِأَبِي شَبِيهٌ بِالنَّبِيِّ، لَيْسَ شَبِيهٌ بِعَلِيٍّ. وَعَلِيٌّ يَضْحَكُ.

Bron: Sahih al-Bukhāri; 3750

 

Overgeleverd door Anas:

“Niemand leek meer op de Profeet [sal Allāhu ‘alayhi wasallam] dan Al-Hasan bin ‘Ali.”

أَخْبَرَنِي أَنَسٌ، قَالَ لَمْ يَكُنْ أَحَدٌ أَشْبَهَ بِالنَّبِيِّ صلى الله عليه وسلم مِنَ الْحَسَنِ بْنِ عَلِيٍّ.

Bron: Sahih al-Bukhāri; 3752

 

DRIE ZAKEN ZOUDEN NIET UITGESTELD MOETEN WORDEN

Ali ibn Abi Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) tegen hem zei:
“O Ali, drie zaken zouden niet uitgesteld moeten worden:
  1. Het gebed wanneer de tijd (ervoor) aangebroken is,
  2. Een begrafenis wanneer (het gewassen lichaam) aanwezig is,
  3. En (het huwelijk van) een ongetrouwde vrouw wanneer er een gelijke voor haar is.” 

Bron: Jami at-Tirmidhi (171)

 

DUISTER VAN DE NACHT

‘Alie ibn al-Hoesayn had de gewoonte zakken met brood op zijn rug te dragen en in het duister van de nacht op zoek te gaan naar de armen. Hij zei: ‘Liefdadigheid in het duister van de nacht dooft de Woede van de Heer!’

Er waren gezinnen in Medina die ‘s nachts voorzien werden van voedsel, maar geen idee hadden van wie dit afkomstig was.
Toen ‘Alie ibn al-Hoesayn overleed, werden zij niet meer voorzien en wisten zij dat dit afkomstig was van hem.

Men zag dat zijn rug onder de sporen zat van de zakken voedsel die hij in het geheim van de nacht naar de huizen van de weduwen droeg.

Bron: Siyar A’laam an-Noebalaa- van Imam adh-Dhahabie: 4/393

Verstuurd vanaf mijn iPhone

 

DJA’FAR IBN ABIE TAALIB

Al-Baraa- zei:

‘De Boodschapper van Allah (moge Allah hem prijzen en beschermen) zei tegen Dja’far:

‘Jij lijkt op mij qua uiterlijk en innerlijk!’

Bron: Sahieh al-Boekhaarie: 2698

 

 

SMEEKBEDE WANNEER JE IN DE SCHULDEN ZIT

Aboe Waa-il zei:

‘Een slaaf die zichzelf wilde vrijkopen kwam naar ‘Alie en zei: ‘Ik ben niet in staat om mijzelf vrij te kopen. Sta mij dus bij.’

‘Alie zei: ‘Zal ik jou woorden onderwijzen die de Boodschapper van Allah (moge Allah hem prijzen en beschermen) mij heeft onderwezen? Al zou je een schuld hebben zo groot als de berg Sier, dan nog lost Allah deze voor je af. Zeg:

اللهم اكفني بحلالك عن حرامك
وأغنني بفضلك عمن سواك

Allaahoemma kfinie bi halaalika ‘an haraamik, wa aghninie bi fadlika ‘amman siwaak.’

‘O Allah! Geef mij voldoening in datgene wat U hebt toegestaan tegen datgene wat U hebt verboden. Maak mij door Uw gunst behoefteloos aan anderen dan U.’

Bron: Silsilat al-Ahaadieth as-Sahiehah: 266

 

RELIGIE SERIEUS NEMEN

Al-Hasan zei: ‘O kind van Adam! Als jij jouw gebed niet serieus neemt, wat neem jij dan wel serieus van jouw religie?’

Bron: At-Tahaddjoed wa Qiyaam al-Layl (Het nachtgebed) van Imam Ibn Abie ad-Doenya

 

ANDEREN GOED BEHANDELEN

‘Alie ibn Abie Taalib:
‘Wie de mensen goed wil behandelen, dient voor hen te wensen wat hij voor zichzelf wenst.’

DROOGTE: AL-HASSAN IBN ALI, MOGE ALLAH TEVREDEN ZIJN OVER HEN BEIDE!

In tafsir Al-Qurtubi wordt vermeld: ‘Een man klaagde bij Al-Hasan over de droogte en hij gaf hem als advies: “Bid tot Allah om vergeving.” Een andere man klaagde bij hem over armoede en hij gaf hem als advies: “Vraag Allah om jou te vergeven.” En een derde man kwam bij hem en vroeg hem: “Bid tot Allah zodat Hij mij zegent met een kind.” Hij gaf ook hem als advies: “Bid tot Allah dat Hij jou vergeeft.” Tot slot kwam er nog een vierde man die klaagde over zijn haveloze tuintje en weer gaf Al-Hasan het advies om Allah om vergiffenis te vragen.

Toen vroeg men hem waarom hij telkens hetzelfde antwoord gaf en hij zei: “Dit is niet mijn persoonlijke mening. Het komt van Allah die in in hoofdstuk Noeh zegt: “Vraag Allah om vergeving. Hij is heus Degene die vaak vergeeft. Hij zal regen in overvloed sturen. En je rijkdom kwa welvaart en kinderen vergroten en Hij je tuinen schenken en rivieren.”

Bron: Tafsir Al-Qurtubi (18/301-302)

Een van de vertellers van de overlevering werd gevraagd hoe we het best vergiffenis kunnen vragen. En hij antwoordde: “De boodschapper van Allah, vrede zij met hem, had de gewoonte om te zeggen: ‘Astaghfirullah! Astaghfirullah! (Ik vraag Allah om vergeving, ik vraag Allah om vergeving.’

 

 

ZEKERHEID VOOR TWIJFEL: HADITH 11 (40 NAWAWI)

Aboe Mohammed al-Hasan-de zoon van ‘Ali ibn Abi Talib en de kleinzoon van de boodschapper van Allah (Allahs zegen en vrede zij met hem) en zijn oogappel 1 (Allahs welbehagen zij met hem)-heeft gezegd: Ik heb van de boodschapper van Allah(Allahs zegen en vrede zij met hem)het volgende onthouden:

‘Laat dat wat je in twijfel brengt, voor dat waar je geen twijfel over hebt‘ 2 .

Overgeleverd door Tirmidzi en Nasa’i 3 . Tirmidzi heeft gezegd dat het een goede en betrouwbare hadis is.

1 De profeet gebruikte het woord ‘raihana’(letterlijk: welriekende bloem) voor zijn kleinzonen Hasan en Hosayn, die beiden zonen waren van ‘Ali. ‘Ali was zowel de schoonzoon als de neef van de profeet.
2 Anders bestaat het gevaar dat je in het verbodene terecht komt.
3 In het voorwoord worden de andere vier samenstellers van de zes erkende hadis-verzamelingen genoemd,namelijk Bochari,Moslim,Aboe Dawoed en Ibn Madja.

 

DE GOEDE DAAD

‘Alie ibn Abie Taalib zei:

‘De goede daad is de daad waarvoor jij niet geprezen wenst te worden door iemand behalve door Allah.’

Bron: De Zuivere Intentie (al-Ikhlaas wan-Niyyah) van Imam Ibn Abie ad-Doenya

 

HIJ STOND ONDER EEN BOOM TE BIDDEN EN TE HUILEN…

‘Alie ibn Abie Taalib zei:

‘Er bevond zich op de dag van Badr geen enkele ruiter onder ons, behalve al-Miqdaad. Wij lagen allen te slapen, behalve de Boodschapper van Allah (moge hem prijzen en beschermen). Hij stond onder een boom te bidden en te huilen, totdat de ochtend aanbrak.’

Bron: Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb (3330) van Imam al-Albaanie

 

WETEN JULLIE TEGENOVER WIE IK WIL GAAN STAAN?

‘Abdoer-Rahmaan ibn Hafs al-Qoerashie (moge Allah hem genadig zijn) zei:

‘Wanneer ‘Alie ibn Hoesayn de kleine rituele wassing verrichtte, kreeg hij een gele huidskleur. Wanneer zijn gezin hem dan vroeg: ‘Wat overkomt jou tijdens het verrichten van de kleine rituele wassing?’, antwoordde hij: ‘Weten jullie tegenover Wie ik wil gaan staan (in gebed)?’

Bron:  ‘Huilen uit vrees voor Allah’ (Ar-Riqqah wal-Boekaa-) van Imam Ibn Abie ad-Doenya

 

HOE WORDT DE ZONDE VERGEVEN?

‘Alie ibn Abie Taalib zei: ‘Aboe Bakr vertelde mij dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) gezegd heeft: ‘Er is geen dienaar die een zonde pleegt en vervolgens opstaat wanneer hij zich deze zonde herinnert, de kleine rituele wassing verricht, twee gebedseenheden bidt en Allah om vergeving vraagt voor deze zonde, of Allah zal hem vergeven.’

Bron: Overgeleverd door Ahmed (2). Shoe’ayb al-Arna-oet zei: ‘Zijn overleveringsketen is authentiek.’

 

HET OCHTENDGEBED.

Mohammed al-Baaqir zei: ‘Alie ibn Abie Taalib was gewoon naar het ochtendgebed te vertrekken met een stok in zijn hand waarmee hij de mensen wekte voor het gebed.’

Bron: Biografieën van de Vrome Voorgangers Deel 1: De 10 Metgezellen van het Paradijs van adh-Dhahabie 

 

KENNIS IS BETER DAN GELD

‘Alie ibn Abie Taalib zei tegen Koemayl:

‘O Koemayl! Kennis is beter dan geld.

De kennis waakt over jou, terwijl jij over het geld moet waken.

De kennis beheert, terwijl het geld beheerd moet worden.

Het geld vermindert wanneer men dit uitgeeft, terwijl de kennis toeneemt wanneer men deze uitgeeft.’

Bron: Ihyaa- ‘Oeloem ad-Dien (1/15)

 

DE GRAVEN

‘Alie ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) liep eens voorbij de graven en zei:

“Vrede zij met jullie, bewoners van de eenzame huizen en de armoedige verblijven.
Jullie zijn onze voorgangers en wij zijn jullie opvolgers.
Wij zullen ons – met de Wil van Allah – spoedig bij jullie voegen.

O bewoners van de graven!
Wat jullie bezittingen betreft: deze zijn verdeeld.
Wat jullie vrouwen betreft: deze zijn gehuwd.
Wat jullie huizen betreft: deze zijn bewoond.
Dit is ons nieuws, wat is dan jullie nieuws?”

Toen keerde hij zich tot zijn metgezellen en zei:
“Zeker, als zij zouden spreken, dan hadden zij gezegd: Wij hebben gezien dat het beste proviand de godvrezendheid is.”

Bron: ‘Boodschap aan de jongeren’ (Shabaaboenaa ilaa ayn) van Shaykh Saalim al-‘Adjmie

 

RAMPSPOED

‘Ali ibn Abi Talib (Radhiya Allahu ‘anhu) zei: “
De Profeet SallAllahu ‘alayhi wa selam zei:
Als mijn Ummah vijftien eigenschappen heeft, dan zal de rampspoed over hen komen.” Iemand vroeg: “Welke zijn het, O Boodschapper van Allah SallAllahu ‘alayhi wa selam?” Hij zei: “Als de winst alleen maar onder de rijken wordt verdeeld en de armen daar niet van profiteren; als een onderpand iets wordt om winst van te maken; als het betalen van de Zakaat een last wordt; als een man zijn vrouw gehoorzaamt en ongehoorzaam is aan zijn moeder; en zijn vrienden vriendelijk behandelt en zijn vader schuwt; als stemmen zich in de moskee verheffen; als de leider der mensen de ergste onder hen is; als de mensen iemand met respect behandelen omdat zij bang zijn dat hij anders iets slechts zal doen; wanneer er veel wijn wordt gedronken; als mannen zijde dragen; als zangeressen en muziekinstrumenten populair worden; wanneer de laatste mensen van deze Ummah de eersten vervloeken. Dan kunnen zij een rode wind verwachten, of zal de aarde hen verzwelgen of zullen zij in dieren verandert worden.”

Bron: At-Tirmidhi, Abwab Al-Fitan 6/4620-458 hadeeth nr. 308

 

Liefde van de Ahl al-Bayt voor de Shaykhān [radi Allāhu ‘anhoem adjma’in]

Overgeleverd door Jābir [radi Allāhu ‘anhu]:

‘’Ik vroeg Abu Ja’far Muhammad bin ‘Ali [Imām al-Bāqir]: ‘’Heeft er iemand van de Ahl al-Bayt, Abu Bakr en ‘Umar uitgescholden?

Hij zei: ‘’Allāh verhoede! Integendeel, ze volgen hen, bidden voor vergiffenis voor hen en vragen genade voor hen.’’

{Al-Dāraqutni; Fadhā’il Al-Sahāba, p.86}

عَنْ جَابِرٍ ، قَالَ : سَأَلْتُ أَبَا جَعْفَرٍ مُحَمَّدَ بْنَ عَلِيٍّ : هَلْ كَانَ أَحَدٌ مِنْ أَهْلِ الْبَيْتِ يَسُبُّ أَبَا بَكْرٍ وَعُمَرَ ؟ قَالَ : ” مَعَاذَ اللَّهِ بَلْ يَتَوَلَّوْنَهُمَا ، وَيَسْتَغْفِرُونَ لَهُمَا ، وَيَتَرَحَّمُونَ عَلَيْهِمَا ” .

”Wij houden van de Metgezellen van de Boodschapper [sal Allāhu ‘alayhi wasallam]; we zijn niet extreem in de liefde van één van hen; we nemen geen afstand van één van hen. We haten degenen die hen haten en op een slechte manier over hen spreken. Wij spreken slechts goed over hen. Houden van hen is Dien [religie], Imān [geloof] en Ihsān [spirituele excellentie]; en hen haten is Kufr [ongeloof], Nifāq [hypocrisie] en Tughyān [tirannie].”

وَنُحِبُّ أَصْحَابَ رسُولِ صلى الله عليه وسلم، وَلَا نُفْرِطُ فيْ حُبِّ أَحَدٍ مِنْهُم؛ وَلاَ نَتَبَرَّأَ مِنْ أَحَدٍ مِنْهُم، وَنُبْغِضُ مَنْ يُبْغِضُهُمْ، وَبِغَيْرِ الخَيْرِ يَذْكُرُهُمْ، ولا نُذْكُرُهُمْ إِلاَّ بِخَيْرٍ، وَحُبُّهُمْ دِيْنٌ وإيْمَانٌ وإحْسَانٌ، وَبُغْضُهُمْ كُفْرٌ ونِفَاقٌ وطُغْيَانٌ

{Al-‘Aqieda al-Tahawiyya}

Ook zei de Profeet (vrede zij met hem) tegen cAli toen hij hem naar Khaybar stuurde om de joden uit te nodigen naar de Islam: “Bij Allah, dat een persoon geleid wordt door middel van jou, is beter dan rode kamelen (kamelen met een bijzonder aangename rode kleur, waar de Arabieren erg trots op waren).”

En Allah, de Verhevene, zegt in Zijn edele Boek (interpretatie van de betekenis):

“En wiens woord is beter dan dat van hem die oproept tot Allah en die goede daden verricht, en die zegt: “Voorwaar, ik behoor tot de moslims.”

(Soerat Foessilat: 33)

Ook zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars helpers, zij roepen op tot het behoorlijke en verbieden het verwerpelijke en zij onderhouden het gebed en geven de Zakaat en zij gehoorzamen Allah en Zijn Boodschapper. Zij zijn degenen die Allah zal begenadigen. Voorwaar, Allah is Almachtig, Alwijs.”

(Soerat at-Tawbah: 71)

‘Berouw toont men slechts door goede daden te verrichten en de zonde op te geven..
Berouw toont men niet door middel van woorden..’

Zayn al-’Aabidien ‘Alie ibn Hoesayn

Bron: At-Tawbah (Berouw) van Imam Ibn Abie ad-Doenya

 

‘ALIE BESCHRIJFT HET KARAKTER VAN DE PROFEET
(moge Allah hem prijzen)

‘Alie ibn Abie Taalib zei:

“De Profeet (moge Allah hem prijzen en beschermen) had altijd een vrolijk gezicht..
Hij had een zachtaardig karakter en was gemakkelijk in de omgang..
Hij was niet streng en niet hardvochtig..
Hij verhief zijn stem niet in de markten, noch sprak hij onbeschofte taal, noch was hij grof..
Hij was geen ophemelaar en hij aanvaardde het niet om geprezen te worden, behalve wanneer dit op zijn plaats was..”

Bron: Manaal at-Taalib (blz. 197-217) van Ibn al-Athier

 

We hopen dat we de sjiieten met dit artikel enigszins hebben wakkergeschud. We vragen hen dan ook om de afgedwaalde sekte, het sjiisme, te verlaten en de Islam (Monotheïsme) omarmen. Moge Allah ons allemaal leiden op Zijn Pad, en iedereen die heeft meegewerkt aan dit artikel genadig zijn indien we onverhoopt iets over het hoofd hebben gezien, ameen.

 

 

One Comment

  1. een ware verlichting. mooie overleveringen over de ahlalbayt AS zonder de overdrijving en extremisme die je in het shiisme tegenkomt.

    Allahuma sali ‘ala Muhammad, wa Ale muhammad wa ashabi adjma3een!

Trackbacks/Pingbacks

  1. Sjiitische overleveringen over de Profeet (vzmh)? | Sjiieten-ONTMASKERD - […] Overleveringen van de Ahlalbayt (moge Allah tevreden zijn over hen) in soennitische literatuur […]
  2. Geloven sjiieten dat Ali de laatste Profeet is? | Sjiieten-ONTMASKERD - […] Hoe zelden wordt de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) in sjiitische boeken genoemd? Hoe vaak vinden we namen als…

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *