Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

De Bay’ah van Ali (RA) aan Abu Bakr Siddiq (RA)

 


 

‘’Abu Sa’eed al Khudri moge Allah tevreden met hem zijn zei: ‘Toen de Profeet sallalahu aleyhi wasallam overleerd, verzamelden de mensen op een gebied van Sa’ad ibn Ubadah en onder hen waren Abu Bakr  en Umar. Een Khatib [mawali] van de Ansaar sprak: Jullie weten dat de Profeet van Allah van onder de Muhajirin was, en zijn khalifah moet ook van onder de muhajirin zijn, wij zijn de Ansaar [helpers] van de Profeet sallalahu aleyhi wasallam, en wij zullen de ansaar van zijn khalifah zijn zoals we zijn Ansar waren. Toen sprak Umar ibn al Khattab en zei, ‘’deze man van de Ansar spreekt de waarheid, mocht het een andere mening geweest zijn, zouden wij onze bay’ah weerhouden, en hij pakte de hand van Abu Bakr en zei, ‘’Dit is jullie naaste metgezel, dus geef hem Bay’ah’’. Umar, de Muhajirin en de Ansaar gaven allen Bay’ah aan hem [Abu Bakr]. Abu Bakr stond op de minbar en bekeek de mensen, maar zag Al Zubayr niet, dus stuurde hij iemand naar hem en hij kwam. Abu Bakr zei tegen hem ‘’O zoon van de tante van de Profeet en zijn metgezel, wens jij de Muslims te verdelen? Zubayr zei, Nee, o khalifah van de Profeet van Allah’’, en hij stond op en gaf hem zijn Bay’ah. Toen merkte Abu Bakr dat Ali niet aanwezig was en stuurde iemand naar hem. Toen Ali kwam, vroeg Abu Bakr, O neefje van de Profeet van Allah en echtgenoot van zijn dochter, wens jij de Muslims te verdelen? Ali antwoordde: ‘’Nee, o khalifah van rasul Allah, en hij gaf hem zijn Bay’ah’’

Bronnen:  Majaama al Zawaa’id, 5/183, Al Bidaaya van Nihaaya 5:281, Al Mustadrak, 3/76, Sunan al Kubra, 8/143

 

Hetzelfde is te lezen in Sunan van Imam Abdullah bin Imam Ahmad ibn Hanbal:

حدثني عبيد الله بن عمر القواريري حدثنا عبد الأعلى بن عبد الأعلى حدثنا داود بن أبي هند عن أبي نضرة قال لما اجتمع الناس على أبي بكر رضي الله عنه فقال ما لي لا أرى عليا قال فذهب رجال من الأنصار فجاءوا به فقال له يا علي قلت ابن عم رسول الله وختن رسول الله فقال علي رضي الله عنه لا تثريب يا خليفة رسول الله ابسط يدك فبسط يده فبايعه ثم قال أبو بكر ما لي لا أرى الزبير قال فذهب رجال من الأنصار فجاءوا به فقال يا زبير قلت ابن عمة رسول الله وحواري رسول الله قال الزبير لا تثريب يا خليفة رسول الله ابسط يدك فبسط يده فبايعه

p.554

Het was overgeleverd door Ubaydullah ibn Umar al Qawaariri, die zei, Abdullah ibn Abdullah  die zei, dat het overgeleverd is aan mij door Dawud ibn Abi Hanaad, van Abu Nadrah.  Overlevering is ook te vinden in Al Bayhaqi.

Muhammad al Qahtaani: Keten is authentiek !

 

Nog een hadith, hoewel deze hadith zwak is, ondersteunt  de vorige sahih overleveringen.

‘’Habib bin Abu Thaabit zei: Ali ibn Abu Talib was in zijn huis, een man kwam naar hem toe en zei tegen hem ‘’Abu Bakr is gereed voor de Bay’ah’’ Dus Ali ging naar de Masjid, dragende alleen zijn Qamis, zonder Izaar of een Ridaa, en hij had haast aangezien hij niet laat wou komen voor de Bay’ah, toen gaf hij Bay’ah aan Abu Bakr en ging zittenen vroeg naar zijn Ridaa, en het werd naar hem gebracht, en hij droeg het bovenop zijn Qamis. ‘’ [Tarikh at Tabari, 3:207]

 

Het is te lezen in Kanzul Ammaal, Kitaabul Fatan, volume 6, p82. , أشار لعمر ولم يألُ فبايعه المسلمون وبايعته معهم

‘’Ali ra zegt: ‘’En Abu Bakr wees naar Umar [om khalifah te worden na hem] en hij maakte hierin geen fout en de mensen gaven Bay’ah aan hem, ik was onder hen’’.

 

6 Maanden

Als we willen weten waarom 3aliy radiya-llaahu 3anhu 6 maanden heeft gewacht totdat hij zijn bay3ah gaf, en als we willen weten of 3aliy daadwerkelijk het khalifaatschap heeft opgeëist, is het een beetje raar om dit te doen vanuit Soennitische bronnen. Dit is logisch omdat 90% van de Soennitische bronnen niet betrouwbaar worden geacht door de Sji’iten. Laten we daarom kijken naar wat Sji’itische bronnen hierover te zeggen hebben.


إنه بايعني القوم الذين بايعوا أبا بكر وعمر وعثمان ، على ما بايعوهم عليه ، فلم يكن للشاهد أن يختار ولا للغائب أن يرد ، وإنما الشورى للمهاجرين والأنصار ، فإن اجتمعوا على رجل وسموه إماماً كان ذلك لله رضى فإن خرج منهم خارج بطعن أو بدعة ردوه إلى ماخرج منه فإن أبى قاتلوه على اتباعه غير سبيل المؤمنين ، وولاه الله ما تولى

Vertaling:

“Voorwaar, hebben de mensen die de eed van trouw hebben gezworen bij Abu Bakr, Umar en Uthman, en degenen die de eed van trouw bij mij hebben gezworen hebben zich gebaseerd op dezelfde principes als de eed van trouw bij hen. Dus eenieder die aanwezig was heeft niet het recht in te gaan tegen zijn eed van trouw, en eenieder die afwezig was heeft niet het recht om zich ertegen te verzetten. En voorwaar de shoera is alleen het recht van de Muhajirien en de Ansaar. Dus als ze beslissen over een man en hem tot hun imaam verklaren, dan is het met de tevredenheid van Allaah. Als iemand ingaat tegen deze beslissing, dan moet hij worden overgehaald om de rest van de mensen volgen. Als hij eraan vast blijft houden, dan bevechten we hem voor het verlaten van dat wat door de gelovigen wordt geaccepteerd. En Allaah zal hem doen dwalen, misleiden en hem niet leiden.”

Bron: Nahjul-Balaghah, brief nummer 6. http://www.al-islam.org/nahjul/letters/letter6.htm#letter6

Vertaling:

“Binnen vele overleveringen is verhaald dat na de eed van trouw van de gemeenschap, Abu Bakr radiya-llaahu 3anhu iemand naar 3aliy radiya-llaahu 3anhu stuurde en vroeg om zijn eed van trouw. 3aliy radiya-llaahu 3anhu zei: “Ik heb beloofd mijn huis niet te verlaten, behalve voor de dagelijkse gebeden, totdat ik de Qur’aan heb samengesteld” En er wordt gezegd dat 3aliy zijn bay3ah na zes maanden aan Aboe Bakr gaf.

Dit op zichzelf is het bewijs dat 3aliy radiya-llaahu 3anhu klaar was met het samenstellen van de Qur’aan. Tevens wordt verhaald dat hij na het samenstellen van de Qur’aan de pagina’s van het Edele Boek op een kameel plaatste en deze aan de mensen toonde. Het is ook verteld dat de slag van Yamaamah waarna de Qur’aan werd samengesteld, had plaatsgevonden gedurende het tweede jaar van het kalifaat van Abu Bakr. Deze feiten zijn genoemd in de meeste geschiedkundige werken en ahadith die te maken hebben met de verslaglegging van de samenstelling van de Edele Qur’aan.”

Bron: Sji’itisch boek door Allamah Tabatabai, page 10 en te vinden op: http://www.ummah.net/khoei/shia/. (website is off-line anno 2012)

Nu vraag ik de Sji’ieten (retorisch). Als 3aliy radiya-llaahu 3anhu nooit het khalifaat heeft opgeëist omdat hij geloofde dat het de mensen en de Islaam zou verdelen, en omdat hij bang was dat mensen buiten het geloof zouden treden, waarom zouden jullie dit dan openlijk blijven claimen? Zeggen jullie dit omdat een of andere imaam dit heeft gezegd? Volgen jij en jullie imaams niet 3aliy radiya-llaahu 3anhu”

-Ingezonden: Feb -2012/1433-

 

http://www.sjiieten-ontmaskerd.nl/AhlelBayt.com/www.ahlelbayt.com/articles/history/saqifah.html

No Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *