Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

De MOORD op Uthman Ibn Affan (RAH)

De Moord op Uthmaan Ibn Affaan

Door sheikh Mohammed Ibn Abdellaah Al-Ghabbaan, hoogleraar geschiedenis aan de Islamitische Universiteit van Medina

Alle lof zij Allah! Waarlijk, Allah heeft deze religie voor ons bewaard doen blijven middels de metgezellen van de boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Zij hebben deze religie overgebracht aan de generatie na hen. Vervolgens heeft de ene generatie het van de andere generatie overgenomen, totdat deze religie bij ons is gekomen zoals de metgezellen het van de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) hebben overgenomen. Maar de vijanden van de islam begonnen kwaad te spreken over de rechtschappen overleveraars van deze religie, namelijk de metgezellen, nadat zij – na vele inspanningen – niet in staat waren om de moslims te laten twijfelen aan hun religie. Imaam Maalik zei over hen: ‘Deze mensen wilden kwaadspreken over de profeet (vrede zij met hem), maar zij waren daartoe niet in staat. Daarna gingen zij over tot het kwaadspreken over zijn metgezellen zodat er gezegd zou worden: ‘Het is een slechte man. Als hij goed was dan had hij wel goede metgezellen.’’

Deze mensen met bijbedoelingen hebben zich vervolgens gericht op de gebeurtenissen die tussen de metgezellen hebben plaatsgevonden. Zij hebben de gebeurtenissen aangevuld met leugens, verzinsels, onwaarheden en toevoegingen waardoor zij deze gebeurtenissen tot een middel hebben gemaakt om de metgezellen zwart te maken. Tot deze gebeurtenissen behoort de moord op Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn). Zij hebben een gedeelte van hun doel kunnen bereiken, want hun list heeft velen misleid. Deze hebben zich een beeld van de gebeurtenis gevormd die gebaseerd is op zwakke en valselijke verhalen die door leugenaars zijn overgeleverd. Hierdoor hebben zij ervan afgezien om deze gebeurtenis te bestuderen, omdat zij ten onrechte dachten dat dit behoorde tot hetgeen tussen de metgezellen was gebeurd, en waarvan men dus af dient blijven. En zo hebben de nakomelingen van de vijanden van de islam deze valselijke overleveringen als bewijs tegen de moslims geleverd. Sommige moslims werden verslagen en zwegen, en anderen zochten naar excuses zonder de overleveraarsketens van deze verhalen te onderzoeken, behalve een geringe aantal geleerden zoals Sheikh Al-Islaam Ibn Taymiyyah.

Ik ken geen enkel boek waarin alle overleveringen over deze gebeurtenis zijn verzameld, de overleveraarsketens ervan zijn bestudeerd, vervolgens de authentieke overleveringen van de zwakke overleveringen zijn onderscheden en het juiste beeld is geschetst dat gebaseerd is op de authentieke overleveringen. De geleerden van Ahlu Sunnah Wa Al-Jama’ah hebben vele inspanningen verrichten om het werkelijke beeld weer te geven en de valselijk overleveringen te weerleggen, zoals Ibn Taymiyyah, Ibn Al-‘Arabie en Al-Muhib At-Tabarie dat hebben gedaan. Maar de onderzoek ernaar is nog niet helemaal compleet, en wel het onderzoeken van de overleveraarsketens en dergelijke. Dit is een grote religieuze verplichting want dit is een verdediging van de geloofsleer en een correctie van een bepaald aspect, namelijk de liefde voor de metgezellen en het toekennen van de positie die Allah hen heeft toegekend.

Ik heb in dit onderzoek de methodiek van de h’adiethgeleerden gevolgd. Ik heb de overleveringen over deze gebeurtenis verzameld en vervolgens de ketens ervan bestudeerd. De vrome voorgangers hebben gesproken over de waarde van de overleveraarsketens in de islam. In dit verband zei Abdullah Ibn Al-Mubaarak:

‘De overleveraarsketen behoort tot de religie. Als het de overleveraarsketens niet was dan zei eenieder wat hij wilde.’

En tot de religie behoort de liefde voor de metgezellen. At-Tah’aawie zei:

‘De liefde voor hen is religie, Iemaan en Ih’saan. De haat voor hen is ongeloof, hypocrisie en overtreding.’

De overleveringen omtrent deze gebeurtenis:

De profeet (vrede zij met hem) heeft verkondigd dat deze fitnah zou plaatsvinden. Ibn Oemar zei:

‘De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) sprak over een fitnah, waarna een man voorbijliep. Hij (vrede zij met hem) zei: ‘Op die dag zal deze gemaskerde worden gedood.’

Ibn Oemar zei:

‘Ik keek en het was Uthmaan Ibn Affaan.’

(Ahmed en At-Tirmidzie en is authentiek verklaard door Ibn H’adjar en Ahmed Shaakir)
In een andere versie van Ka’b Ibn Murrah zei de boodschapper van Allah (vrede zij met hem), wijzend naar Uthmaan:

‘Hij en zijn metgezellen bevinden zich dan op de waarheid en leiding.’ (Ahmed, At-Tirmidzie en Ibn Maadjah en is authentiek verklaard door Al-Albaanie)

Abou Hoerayrah verklaarde dat hij de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft horen zeggen:

‘Julie zullen na mij een fitnah en verdeeldheid meemaken.’ Iemand zei: ‘Wie moeten wij dan volgen, o boodschapper van Allah?’ Hij zei: ‘Hou jullie vast aan de betrouwbare en zijn metgezellen’, terwijl hij naar Uthmaan wees.’ (Ahmed en is authentiek verklaard door Ahmed Shaakir)

De boodschapper van Allah verkondigde ook dat Uthmaan als martelaar zou sterven. Anas Ibn Maalik zei:

‘De profeet (vrede zij met hem) was op (de berg) Uhoed samen met Abou Bakr, Oemar en Uthmaan. De berg beefde waarop de profeet zei: ‘Wees stil Uhoed want slechts een profeet, een Siddieq en twee martelaars bevinden zich op jou.’ (Al-Boekhaarie)

De boodschapper van Allah voorzag Uthmaan Ibn Affaan van advies inzake deze gebeurtenis en zei tegen hem: ‘Als zij jou vragen om het gewaad uit te trekken dat Allah jou heeft aangetrokken, dan moet je dat niet doen.’ (At-Tirmidzie en Ibn Maadjah en is authentiek verklaard door Al-Albaanie)

De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft ook het tijdstip waarop het zou gebeuren vastgesteld. Hij (vrede zij met hem) zei:

‘De molen van de islam zal draaien aan het begin van (het jaar) 35, 36 of 37…’

[Vertaler: in ‘Awn Al-Ma’boed staat dat Al-Khattaabie zei: ‘Met ‘de molen van de islam zal draaien’ wordt oorlog en strijd bedoeld. Hij heeft dit vergeleken met de molen die het koren maalt, vanwege de levens die verloren gaan.’] Het zou dus hoe dan ook gebeuren, hoe dan ook!

De aanleiding tot de opstand:

Verschillende bronnen hebben diverse redenen besproken die de opstandelingen gebruikten om hun opstand te rechtvaardigen. De kritiek van de opstandelingen kunnen verdeeld worden in drie categorieën, namelijk:

*Kritiek die authentiek is overgeleverd en door de opstandelingen is gebruikt om hun opstand te rechtvaardigen of die zij enkel hebben geuit.
*Kritiek die niet authentiek is overgeleverd en genoemd is met zwakke overleveraarsketens.
*Kritiek waar ik geen overleveraarsketens ervoor heb kunnen, maar wel bekend zijn geworden in de boeken die later zijn geschreven, zonder overleveraarsketen.
Onder al deze kritiek – alle drie de categorieën – behoort wat over hem is gelogen. Sommige punten zijn juist kwaliteiten die kwaadaardige harten tot een tekortkoming hebben gevormd. De rest van de kritiek zijn zaken die slechts de kwaadgezinde mensen gebruikten om hun boosaardige doel te bereiken.

De onruststokers:

Ik wil erop wijzen dat er versies van deze gebeurtenis zijn die een zwakke overleveraarsketens hebben. In deze versies worden sommige metgezellen beschuldigd van ophitsing tegen Uthmaan. Zoals eerder is aangegeven, behoort de relatie van de moslim met de metgezellen van de profeet (vrede zij met hem) tot de geloofsleerkwesties. Met betrekking tot geloofsleerkwesties accepteren wij enkel authentieke overleveringen. Deze overleveringen, waarin zij beschuldigd worden, hebben allen een gebrekkige overleveraarsketen en meestal bevatten hun overleveraarsketens een overleveraar die van sjiisme is beschuldigd of een overleveraar die tot de fanatieke sjiieten wordt gerekend.

De metgezellen die beschuldigd worden van oproer tegen Uthmaan en het aanzetten tot zijn dood, zijn door Allah in Zijn Boek tot betrouwbaren verklaard. De Verhevene zei:

‘En de allereersten (onder de moslims)van de Emigranten (Al-Moehaadjiroen)en de Helpers (Al-Ansaar)en degenen die hen volgden in goede daden: Allah behaagt hen en zij behagen Hem. Hij heeft voor hen Tuinen (in het paradijs)klaargemaakt waaronder rivieren stromen. Zij zullen daarin eeuwig verblijven. Dat is de geweldige overwinning.’ (At-Taubah, vers 100)

Sheikh Al-Islaam Ibn Taymiyyah heeft gezegd: ‘Allahs Tevredenheid is een eigenschap dat geen begin heeft. Hij zal enkel een dienaar behagen waarvan Hij weet dat deze voldoet aan de verplichtingen om behaagd te worden. Als Allah iemand behaagt, dan zal Hij nooit over hem kwaad worden.’

De onruststokers vertrekken richting Medina:

Nadat de rebellen de mensen tegen de kalief Uthmaan hadden opgehitst, vertrokken zij richting Medina. Eén groep vertrok vanuit Egypte en de andere groepen vertrokken vanuit al-Koefah en Al-Basrah. Uthmaan ontving hen en zij begonnen hun kritiek op hem te uitten. Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn) beantwoordde hun kritiek waarop zij uiteindelijk tevreden raakten. Hij droeg hen op om de eenheid te bewaren en zich niet af te scheiden. Zij stemden daarmee in en gingen weer weg. In een andere versie wordt vermeld dat Uthmaan met vertegenwoordigers van de verschillende regio’s heeft gezeten. Uiteindelijk heeft Uthmaan een akkoord met hen gesloten en heeft hij de gouverneurs aangesteld die zij wensten. Iedereen was tevreden en keerde naar huis, maar dit was een doorn in het oog van de onruststokers, waarop zij een nieuwe plan nodig hadden om hun complot door te voeren.

Nadat de Egyptenaren naar huis terugkeerden, kwamen zij op de weg terug een man op een kameel tegen. Het leek alsof hij de aandacht trok en opzettelijk van hen vluchtte. Zij gingen achter hem aan en pakten hem. Zij zeiden tegen hem: ‘Wat is er met jou?’ Hij zei: ‘Ik ben de boodschapper van de leider der gelovigen naar zijn ondergeschikte in Egypte.’ Zij fouilleerden hem en zagen dat hij een brief namens Uthmaan bij zich had. Deze brief was ondertekent met zijn ring (stempel). Zij openden de brief en daar stond in dat de gouverneur hen moest kruisigen, doden of hun voeten en benen er af moest hakken. Hierdoor keerden zij weer terug naar Medina.

Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn) ontkende dat de brief van hem afkomstig was. Hij vroeg hen om twee betrouwbare moslims te laten getuigen of dat hij zou zweren dat de brief niet van hem afkomstig was, maar zij geloofde Uthmaan niet. Degene waarvan de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft getuigt dat hij tot de paradijsbewoners behoort, geloofden zij niet!! Zonder enige twijfel hebben zij de brief vervalst om zo hun plan door te voeren. Zeer waarschijnlijk was ‘Abdullah Ibn Saba’ – de ex-jood en de stichter van het sjiisme – of een van zijn handlangers degene die de brief heeft vervalst. Dit is een van zijn walgelijke gewoontes die hij gebruikte om onrusten te stoken. Deze brief is niet de enige brief die vervalst werd. Er zijn ook andere brieven vervalst die toegeschreven werden aan sommige metgezellen, zoals Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) en Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn). Hierna keerden zij dus terug naar Medina en omsingelden het huis van Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn).

De Dag van het Huis en de moord op Uthmaan:

Met de term de Dag van het Huis (Yawm ad-Daar) wordt de periode bedoeld waarin Uthmaan werd omsingeld. Het gaat dan om de periode vanaf het begin van de terugkeer van de Egyptenaren naar Medina tot het moment waarop hij vermoord werd, moge Allah tevreden met hem zijn. Er zijn verschillende lezingen over de omsingelingsperiode. Er is gezegd dat dit twintig dagen bedroeg, maar er zijn ook andere uitspraken hierover, namelijk: meer dan een maand; veertig dagen; veertig en een paar nachten; 49 dagen; 2 maanden en 20 dagen. De omsingeling vond plaats rond zijn grootste huis in Medina. Dit huis lag ten oosten van de Profetische Moskee en tegenover de begraafplaats Al-Baqie’. Wellicht is dit huis opgegaan in de huidige Profetische Moskee na de vele uitbreidingen.

Het begin van de omsingeling:

De authentieke overleveringen hebben het begin van de omsingeling niet gedetailleerd beschreven. Het begon als volgt: op een dag was Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn) aan het prediken waarop een man genaamd A’yan hem uitschold. In het begin van de omsingeling, na de tweede aankomst van Egyptenaren in Medina en voordat de omsingeling heviger werd, kon Uthmaan gewoon naar buiten gaan om het gebed te verrichten en kreeg hij gewoon bezoek. Daarna mocht hij van de opstandelingen niet naar buiten gaan, zelfs niet naar het gebed!! Het gebed werd toen geleid door een van de leiders van de opstandelingen. Het zinde Oebaydoellaah Ibn Adiey Ibn Al-Khiyyaar niet om het gebed achter hem te verrichten en hij vroeg Uthmaan om advies hierover. Uthmaan droeg hem op om gewoon achter hem te bidden en zei tegen hem: ‘Waarlijk, het gebed is de beste daad die de mensen kunnen verrichten. Als de mensen goed doen, doe ook goed samen met hen. Als zij kwaadaardig optreden, vermijd dan hun kwaad.’ (Al-Boekhaarie)

De onderhandelingen tussen Uthmaan en de rebellen:

Nadat de rebellen het huis van Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn) hadden omsingeld, eisten zij dat hij aftreedt of dat zij hem doden. Deze mensen die het aftreden van Uthmaan eisten, behoorden tot het gespuis en tot de onderste lagen van het volk. Zij waren het minst religieus, het meest onwetend en hadden het slechtste gedrag. Zij behoorden niet de religieuze of politieke leiders. Met hun eis zijn woorden van de profeet (vrede zij met hem) werkelijk geworden. Het tijdstip om het bevel van de profeet (vrede zij met hem) op te volgen, was aangebroken en daarom weigerde Uthmaan (moge Allah tevreden met hem zijn) om af te treden. Hij zei: ‘Ik zal een gewaad dat Allah mij heeft aangetrokken, niet uittrekken.’ Hiermee verwees hij naar het advies van de boodschapper van Allah (vrede zij met hem).

Een geringe aantal metgezellen adviseerde hem om af te treden om daarmee zijn leven redden, maar hij weigerde. Op een dag was Uthmaan samen met de metgezellen die deze mening hadden, waarop Ibn Oemar binnenkwam. Uthmaan zei tegen hem: ‘Zie wat zij zeggen. Zij zeggen: ‘Treed af en red jezelf.’’ Ibn Oemar zei tegen hem: ‘Als jij aftreedt, zul je dan eeuwig blijven leven op deze wereld?’ Uthmaan: ‘Nee.’ Ibn Oemar: ‘Als jij niet aftreedt, kunnen zij dan meer doen dan jou doden?’ Uthmaan: ‘Nee.’ Ibn Oemar: ‘Bepalen zij het Paradijs of de Hel voor jou?’ Uthmaan: ‘Nee.’ Ibn Oemar: ‘Ik vind niet dat jij een gewaad mag uitrekken dat Allah jou heeft aangetrokken, waardoor het anders een gewoonte gaat worden. Elke keer als de mensen hun kalief of leider haten, dan gaan zij hem doden.’ In een andere versie: ‘Ik vind niet dat je deze gewoonte in de islam mag invoeren. Elke keer als de mensen boos op hun leider worden, zetten zij hem af. Trek geen gewaad uit dat Allah jou heeft aangetrokken.’

Dit standpunt van Uthmaan – dat conform het bevel van de boodschapper was – was een wijs standpunt. Daar het voldoen aan de eisen van de rebellen – die een zeer klein gedeelte van de islamitische natie vormen, niet tot de religieuze of politieke leiders en niet tot de islamitische grootheden en wetgeleerden horen – zeer schadelijke gevolgen zullen hebben voor de islamitische natie, het gezag van de kalifaat en de relatie tussen de leiders en de onderdanen. Om deze schadelijke gevolgen te voorkomen heeft Uthmaan dit betaald met zijn leven. Hij wist wat zijn einde zou zijn en gaf zich daaraan over. Dit is heel zwaar om te verdragen, maar hij stelde de belangen van de islamitische natie boven zijn belangen op. Hij (moge Allah tevreden met hem zijn) had de macht, met de hulp van Allah, om deze crises te bedwingen, maar hij schatte de schadelijke gevolgen ervan hoger in dan de voordelen om de crisis te bedwingen.

Op een dag hoorde Uthmaan de rebellen – die het voorplein hadden bezet – over zijn dood praten. Hij sprak de rebellen toe via een raam, probeerde hen tot rust te manen en spoorde hen aan om de opstand te beëindigen. Hij verzocht de rebellen om een vertegenwoordiger te sturen, zodat hij met hem kan praten. Zij stuurde een jongeman genaamd Sa’sa’ah Ibn Sawhaan. Uthmaan vroeg hem naar hun kritiek waarop Sa’sa’ah deze kenbaar maakte. Uthmaan beantwoordde hun kritiek en vervolgens herinnerde hij de mensen aan zijn status. Hij herinnerde hen aan zijn deugdzaamheden en deed een beroep op degenen die deze kenden of van de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) hadden gehoord, om ze aan de mensen bekend te maken. Hij herinnerde hen o.a. aan het feit dat hij ten tijde van de profeet een huis naast de Profetische Moskee had gekocht, zodat de moskee uitgebreid kon worden. Terwijl de rebellen hem op dat moment tegenhielden om het gebed in de Profetische Moskee te verrichten! Hij herinnerde hen ook aan dat hij de put Roemah had gekocht ten gunste van de moslims. De moslims konden daarna genieten van het koude, zuivere water ervan, terwijl de rebellen hem op dat moment het water onthielden waardoor hij gedwongen werd om het vervuild water in zijn huis te drinken!

Toen hij zag dat zij volhardden in hun wil om hem te doden, zei hij o.a. tegen hen: ‘Als jullie mij doden, zullen jullie nooit meer samen bidden en nooit meer samen tegen een vijand vechten…’ Hij zei ook: ‘Bij Allah, als zij mij doden dan zullen zij elkaar nooit meer liefhebben. Zij zullen nooit meer gezamenlijk tegen een vijand vechten.’ Zij vermanende woorden zijn ook werkelijkheid geworden, want na zijn dood gebeurde alles waarvoor hij had gewaarschuwd. In dit verband heeft Al-H’asan Al-Basrie gezegd: ‘Bij Allah, ook al bidden de mensen samen maar hun harten zijn verdeeld geraakt.’

Het werd erger en erger. Toen de metgezellen zagen dat de rebellen steeds meer lef kregen en voor het leven van Uthmaan vreesden, boden zij Uthmaan aan om hem te verdedigen maar hij weigerde. Vervolgens kwamen ze een tweede keer en boden hun hulp nadrukkelijker aan maar hij weigerde met klem. Toen zij zagen dat het gevaarlijker werd, maakten zij zich op voor de strijd ter verdediging van Uthmaan. Een aantal van hen trad zijn huis binnen, maar Uthmaan weigerde nog steeds met klem. Toen hij zag dat zij vastberaden waren om hem te verdedigen, vermaande hij hen en herinnerde hij hen aan Allah. Hij zei o.a. tegen Al-Moeghierah Ibn Shu’bah zei: ‘Ik zal niet de eerste leider zijn die de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) opvolgt en bloed laat vloeien onder zijn natie.’

Toen de situatie nog kritieker, namen de metgezellen geen genoegen met zijn hulpweigering. Ka’b Ibn Maalik spoorde Al-Ansaar aan om Uthmaan te steunen. Zo ook Zayd Ibn Thaabit, hij bood de hulp van Al-Ansaar aan maar Uthmaan bleef weigeren. Dit geldt ook voor Al-H’asan Ibn Alie en Az-Zubayr Ibn Al-‘Awwaam. Toen de metgezellen zagen dat het uit de hand zou lopen en dat het niet meer te verdragen was, besloten sommige om hem te verdedigen zonder zijn toestemming. Al-H’asan, Al-H’usayn, Ibn Oemar, Ibn Az-Zubayr en Marwaan droegen allen hun wapens en begaven zich richting het huis van Uthmaan. Hij stuurde hen weer terug en beval hen om de wapens neer te leggen. De moeder der gelovigen, Safiyyah (moge Allah tevreden met haar zijn), reed op een muilezelin naar hem toe om het voor hem op te nemen. Al-Ashtar, een van de leiders van de rebellen, kwam haar tegen en gaf de muilezelin een klap in het gezicht. Zij zei tegen haar knecht: ‘Breng me terug zodat deze hond mij niet voorschut zet.’

Ibn Sirien zei: ‘Er waren zevenhonderd man met Uthmaan in het huis. Indien hij hen opdroeg dan zouden zij hen bevechten, als Allah het wil, totdat zij hen uit hun woonplaats zouden verdrijven. Onder hen waren Ibn Oemar, Al-H’asan Ibn Ali en Abdullah Ibn Az-Zubayr.’ Al deze overleveringen weerleggen de valselijke beschuldigen dat de metgezellen Uthmaan Ibn Affaan (moge Allah tevreden met hem zijn) in de steek hadden gelaten. Elke overlevering die hierover verhaald is, is zwak. Nadat de metgezellen hadden ingezien dat Uthmaan bleef volharding in zijn weigering om hulp, deden zij hem het voorstel om naar Mekka te vluchten. Maar ook deze voorstel weigerde hij.

De strijd:

Ondanks zijn pogingen om de hulpvaardige mensen tegen te houden, hadden kleine schermutselingen plaatsgevonden die ertoe hebben geleid dat Al-H’asan Ibn Ali (moge Allah tevreden met beiden zijn) gewond raakte. Sommige zwakke overleveringen vermeldden dat er hevige gevechten hadden plaatsgevonden, maar zij kunnen niet als bewijs dienen vanwege hun zwakheid. In een authentieke overlevering is het verhaald dat vier jongemannen van de Qoeraysh-stam bloedend uit het huis van Uthmaan zijn weggedragen, namelijk: Al-H’asan Ibn Ali, Abdullah Ibn Az-Zubayr, Mohammed Ibn H’aatib en Marwaan Ibn Al-H’akam.

De laatste dag van de omsingeling:

Op de laatste dag van de omsingeling, de dag waarop hij vermoord werd, zei hij nadat hij wekker werd: ‘De mensen zullen mij doden.’ Vervolgens zei hij: ‘Ik zag de profeet (vrede zij met hem) in een droom samen met Abu Bakr en Oemar. De profeet (vrede zij met hem) zei: ‘O Uthmaan, verbreek het vasten bij ons.’’ Uthmaan vastte die dag en werd ook op die dag vermoord. Het zien van de profeet (vrede zij met hem) in een droom is waarheid, want de duivel kan niet de gedaante van de profeet (vrede zij met hem) in een droom aannemen, zoals dit overgeleverd is in Sahieh Al-Boekhaarie en Moslim. Maar de gedaante van de profeet (vrede zij met hem) die men in een droom kan zien, moet wel overeenkomen met hoe hij in het echt was. Het moet overeenkomen met hoe hij in de authentieke overleveringen is beschreven.

Zijn dood en zijn moordenaar:

De omsingeling duurde voort tot de ochtend van vrijdag 12 Dzoe Al-H’idjah van het jaar 35 H. Op die ochtend was Uthmaan in zijn huis samen met een groot aantal metgezellen die hem wilden verdedigen. Uthmaan probeerde keer op keer om hen weg te sturen en kon uiteindelijk hen overtuigen om weg te gaan. Zij verlieten het huis waarop enkel Uthmaan en zijn gezin nog thuis waren. Hij deed de voordeur open, pakte daarna de Koran en begon te lezen, terwijl hij aan het vasten was. Een van de opstandelingen betrad het huis binnen. Toen Uthmaan hem zag, zei hij: ‘Tussen mij en jou het Boek van Allah.’ De man ging naar buiten en liet hem met rust en daarna kwam een andere man binnen. Hij begon hem te wurgen voordat hij Uthmaan met het zwaard sloeg. Vervolgens sloeg hij hem met het zwaar waarop Uthmaan de zwaard met zijn hand tegenhield en daarbij zijn hand verloor. Hij zei: ‘Waarlijk, bij Allah, het is de eerste hand die de Koran opschreef.’ Uthmaan behoorde namelijk tot de schrijvers van de openbaring. Hij was de eerste die de Koran opschreef, gedicteerd door de boodschapper van Allah (vrede zij met hem). De Koranexemplaar die hij in zijn handen had, werd geraakt door zijn bloed. Een bloedvlek viel precies op de vers: ‘Allah zal jou volstaan tegen hen.’ (Al-Baqarah, vers 137).

Een andere versie vermeldt dat de eerste persoon die hem sloeg een man was die Roemaan Al-Yamaanie heette. Hij sloeg hem met een houten staaf. Uthmaan werd op een barbaarse manier gedood en Abou Hoerayrah barstte elke keer in tranen uit wanneer hij gedacht wat zij met Uthmaan hadden gedaan.

De datum waarop hij vermoord werd:

De geleerden zijn het zowat unaniem over eens dat hij in het jaar 35 H. werd vermoord. Dit geldt ook voor de maand, namelijk Dzoe Al-H’idjah maar er zijn wel meningsverschillen over de dag waarop het gebeurde. Er zijn acht uitspraken hierover, variërend tussen de achtste en de achtentwintigste. De meest juiste uitspraak is dat het op de twaalfde van de maand plaatsvond, omdat dit authentiek is overgeleverd op gezag van Abu Uthmaan An-Nahdie die in dat tijdperk heeft geleefd. De rest van de uitspraken zijn uitspraken wier overleveraarsketen niet authentiek zijn, of zijn uitspraken van mensen die dat tijdperk niet meegemaakt hebben. De meest juiste uitspraak is ook dat het op een vrijdagochtend was.

De dader:

Meerdere mensen zijn ervan beschuldigd dat zij direct hebben geholpen aan zijn dood. Sommige verhalen zijn authentiek maar de meeste zijn zwak en onaanvaardbaar. De authentieke overleveringen vermeldden dat het om een donkere man uit Egypte gaat. Hij werd ook wel Djiblah genoemd. De rest van de beschuldigingen richting anderen berusten niet op authentieke bewijzen. Alle verhalen daarover zijn zwak. Een van de verdachten is Mohammed de zoon van Abou Bakr As-Siddieq. Kinaanah, de knecht van de moeder der gelovigen Safiyyah, getuigde dat Mohammed Ibn Abie Bakr onschuldig was. Mohammed Ibn Abie Bakr was bij Uthmaan gekomen vlak voordat hij vermoord werd en dit is de reden waarom hij beschuldigd werd.

Zonder enige twijfel heeft zijn dood grote gevolgen voor de islamitische natie. Sheikh Al-Islaam Ibn Taymiyyah zei hierover: ‘Tijdens het kalifaat van Uthmaan was er geen openlijke innovatie. Nadat hij vermoord werd en de mensen verdeeld raakten, ontstonden twee innovaties die tegenover elkaar stonden: de innovatie van Al-Khawaaridj die vijandig waren tegen Ali en de innovatie van Ar-Raafidhah (sjiieten) die zijn imaamschap en foutloosheid claimen of zijn profeetschap en goddelijkheid.’

De auteur noemde in de 20ste punt van zijn slotwoord dat de meeste onderzoeken van hedendaagse schrijvers naar de moord op Uthmaan onbetrouwbaar zijn, omdat zij zich niet enkel baseren op authentieke verhalen hierover. En omdat zij zich meestal op dubieuze verhalen baseren die zwakke of sjiitische overleveraars verhalen en omdat zij de afkomst van deze overleveringen niet vermelden.

In het 23ste punt van zijn slotwoord vertelde hij dat rebelleren tegen de moslimleider schadelijke gevolgen heeft. Enkel Allah weet hoe omvangrijk de schadelijkheden zijn. Moge Allah de geleerden van de vrome voorgangers begenadigen. Zij die vasthouden aan zijn woorden (vrede zij met hem):

‘Gehoorzaam de imam (staatsleider), ook al pakt hij jouw bezittingen af en geeft jou zweepslagen op jouw rug.’

Moge Allah hen begenadigen daar zij zeggen: ‘Wij zijn van mening dat het gebed verricht moet worden achter elke vrome of slechts persoon.’

En moge de salaat en salaam zijn met onze profeet Mohammed, zijn familieleden en metgezellen. En alle lof komt Allah toe, de Heer der werelden.

Samenvattend overgenomen van het boek Fitnatoe Maqtal Uthmaan Ibn Affaan van sheikh Mohammed Ibn Abdellaah Al-Ghabbaan, hoogleraar geschiedenis aan de Islamitische Universiteit van Medina. Dit boek is gedrukt door de Ministerie van Hoger Onderwijs van Saudi-Arabië en is ingeleid met een voorwoord van de voormalige universiteitsvoorzitter de weledele sheikh Saalih Ibn Abdellaah Al-Uboed. Moge Allah hem beschermen.

2 Comments

  1. Dit is de exacte info die ik zoek , bedankt! Arron

    • Is arron je echte naam?

      EDIT ADMIN: Waarschijnlijk was dit een spam-bericht, lees ook: prettymaster@gmx.com (zijn mail), Arron is trouwens een aparte naam.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *