Pages Navigation Menu

Wat is er na de waarheid (islam) behalve de verkeerde weg? (sjiisme)

Fadak

Introductie

Beste broeder, zuster. De hele moslimgemeenschap is het unaniem eens over de status van de metgezellen. Dat is niet meer dan logisch, omdat de Koran hun edele positie bevestigd. Op talloze plaatsen in de Koran lezen we niets anders dan lof over hen. Helaas zien we dat het sjiisme al haar pijlen richt op dezelfde mensen die juist in de Koran op een goede manier worden benoemd. De metgezellen die de sjiitische lastercampagne vooral moeten ontgelden zijn bijvoorbeeld Abu Bakr (de Tweede in de grot), Omar (de strijder die Perzië opende) en Aicha (de Moeder der gelovigen). Zijn de sjiitische geschiedschrijvers dan vergeten wat Allah (subhanahu wa ta3ala) over hen zegt?

Koran (interpretatie van de betekenissen) 9:100:
“En degenen die (anderen) zijn voorgegaan en (die) de eersten waren (in het omarmen van de Islam) onder de Moehaadjirien (moslims die van Mekka naar Medina emigreerden) en de Ansaar (bewoners van Medina die de Moehaadjirien opvingen), en degenen die hen in het goede (d.w.z. in het geloof) volgden, Allah is tevreden met hen, en zij zijn tevreden met Hem. En voor hen heeft Hij Tuinen gereedgemaakt waaronder rivieren stromen, voor eeuwig en voor altijd (vertoeven zij) daarin. Dat is de grandioze Overwinning.”

In de sjiitische sprookjeswereld, waar nietsvermoedende volgers geen vragen durven (of mogen) te stellen aan hun leiders ( die ze imams/”Ayatollahs” noemen) wordt er alles aan gedaan om hen van de Waarheid weg te houden, zodat de sjiitische leiders hun eigen plekje kunnen veiligstellen. Een van de manieren waarop ze dit doen is de emoties aanwakkeren van de normale sjiieten, waarbij ze een externe vijand creëren. Deze “vijand” is in dit artikel Abu Bakr (radia Allahu 3anhu).

Een onderwerp die veel sjiieten (mis)bruiken is het onderwerp genaamd Fadak. We zullen in dit artikel zien dat dit onderwerp, wanneer men de context ervan kent, juist een bewijs is tegen het sjiisme en de vele non-argumenten die de voorgangers ervan gebruiken. De “sjiitische” versie van de gebeurtenissen wat betreft Fadak zijn ongefundeerd, vooringesteld en bevat vele tegenstrijdigheden. Een eerlijke (neutrale) analyse onderbouwd met bewijzen toont de neutrale lezer namelijk dat Abu Bakr niet alleen maar wordt vrijgesproken van de valse beschuldigingen, maar dat de analyse ook de valsheid van de sjiitische paradigma onthult.

 

garden-of-fadak

 

Fadak

Fadak was de naam van een landgoed in de buurt van Medina (Arabië) die de profeet Mohammed (salla Allahu 3alayhi wa sallam) bezat.

 

Samenvatting

De sjiieten menen dat de profeet (salla Allahu 3alayhi wa sallam) een erfenis had achtergelaten die voor onder andere Fatima (radia Allahu 3anha) was bedoeld.

De sjiitische versie van het verhaal gaat ongeveer zo:
“Na de dood van de profeet vroeg Fatima aan de Kalief Abu Bakr of zij haar deel zou mogen krijgen van een landgoed genaamd Fadak. Abu Bakr zei hierop nee! en hield alles voor zichzelf! Fatima werd hierdoor zo boos dat ze nooit meer met Abu Bakr sprak totdat ze stierf.”

De juiste versie met inbegrip van de context (die de sjiieten vaak weglaten) en zonder de toegevoegde onwaarheden, is:
Na de dood van de profeet vroeg Fatima aan de kalief Abu Bakr of zij een deel van het landgoed van Fadak in ontvangst zou mogen nemen. Abu Bakr heeft Fatima toen verteld dat hij van de profeet zelf heeft gehoord dat zij geen erfenis achterlaten, waardoor Fadak voor de hele moslimgemeenschap bedoeld is en niet voor specifieke mensen. Fatima was hiervan nog niet op de hoogte, maar zij accepteerde de stand van zaken en vroeg hier dan ook niet meer na. Het landgoed werd gedoneerd aan de staat aangezien het sadaqa (liefdadigheid) was.

Moslims geloven dat alle mensen (menselijke) fouten kunnen maken: niemand van ons (ook geen metgezellen) is totaal onfeilbaar: alleen onze Schepper, Allah, is Onfeilbaar. Hij maakt namelijk geen fouten. Ook Fatima (radia Allahu 3anha) was een mens, en was wat betreft dit onderwerp toen dus nog niet op de hoogte en dacht dat zij een deel kon opeisen.

Abu Bakr heeft hierin zonder twijfel juist gehandeld: de sjiitische laster jegens hem hierin is absoluut ongegrond. We zullen verder in dit artikel aan de hand van sjiitische bewijzen tonen dat de sjiitische versie incorrect is.

 

De overlevering

De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft gezegd:
Voorzeker, de Profeten hebben geen dienaar en geen dirham als erfenis achtergelaten, echter zij hebben kennis als erfenis achtergelaten. Waarlijk, al wie het vasthoudt (de kennis), heeft dan een overvloedig aandeel (van de erfenis) vast.” (Aboe Daawoed, soortgelijke: Sahih Muslim, Kitab al-Jihad was-Siyar, #49)

“Wij, de profeten, hebben geen erfgenamen.” (Musnad Ahmad, vol2, p462)

In klassieke sjiitische boeken lezen we ongeveer hetzelfde. De meest “authentieke” sjiitische overleveringenboek, Al-Kafi bevat:

“De profeten hebben geen dinars en dirhams achtergelaten als erfenis, alleen kennis.” (Al Kafi, v1, p42)

Talloze andere sjiitische literatuur tonen ons dat ook Imam Sadiq, Allamah Al-Majlisi en anderen de overlevering “authentiek” verklaren. (al-shia, H57, C4, H1)

Deze sjiitische overlevering komt twee maal voor en wordt door de sjiieten als authentiek beschouwd. Khomeini, de voormalige autoritaire sjiitische dictator van Iran heeft dezelfde overlevering gebruikt om de hedendaagse Iraanse machtssysteem, genaamd “Wilayat e Faqih” kracht bij te zetten. (zodat de Iraanse burgers de overheid gehoorzamen) Khomeini zei hierover in al-Hukumat al-Islamiyyah, p133, Markaz Baqiyyat, Beiroet:

De overleveraars van deze (sjiitische) overlevering zijn betrouwbaar. De vader van Ali ibn Ibrahim is niet alleen betrouwbaar, maar zelfs een van de meest betrouwbare overleveraars.

Nu rijst de vraag: Als we deze sjiitische overlevering, die zowel in Al-Kafi staat alsook betrouwbaar wordt geacht door Khomeini, koppelen aan de situatie tussen Abu Bakr en Fatima, dan kan men met een gerust hart zeggen dat de sjiitische “versie” zelfs indruist tegen de eigen sjiitische geloofsleer! Is Fatima volgens het sjiisme namelijk geen demi-god en “Onfeilbaar”? Waarom staat Fatima met dit in het achterhoofd, nu tegenover twee grote sjiitische mogendheden? Nee, beste mensen. Noch Abu Bakr noch Fatima valt iets te verwijten. De sjiitische geschiedschrijvers doen aan geschiedenisvervalsing en pogen hiermee slechts zichzelf en hun onislamitische sekte veilig te stellen.

 

Sjiitische tegenstrijdigheid #2: Ali was het eens met Abu Bakr.

Toen Ali (radia Allahu 3anhu) Kalief werd, heeft hij (zoals verwacht aangezien hij wel op de hoogte was van de zaak) de keuze van Abu Bakr NIET HERZIEN. Zouden de sjiieten hierom niet boos moeten worden, als zij beweren dat Abu Bakr Fadak heeft “afgepakt”? Waarom spreken zij zich uit tegen Abu Bakr, maar niet tegen Ali?

We lezen in de sjiitische literatuur het volgende:

“Toen Ali Kalief werd werd hij benaderd door iemand die hem voorstelde om Fadak op te eisen. Ali’s reactie was toen: “Ik schaam me tegenover Allah om iets ongedaan te maken wat Abu Bakr en Omar hebben besloten.” (al-Murtada, ash-Shafi fil-Imamah, p231/Sharh Nahjul Balagha, vol4, in Abil Hadid)

Er worden talloze uitwegen verzonnen door de geschiedschrijvers om het sjiitisch falen te verdoezelen. Ali was als kalief de ‘baas’; Abu Bakr was op dat moment net als veel andere metgezellen niet meer in leven. Sterker nog: de meeste sjiieten zullen versteld staan van het feit dat een latere Ummayad Kalief (Umar bin Abdul Aziz>Imam Muhammad Al-Baqir) Fadak weggaf aan de nakomelingen van Fatima! (deze beslissing werd later door een andere Kalief weer herzien omdat dit onterecht en tegen de beslissing van Abu Bakr, Omar, Uthman en Ali was)

Wij vragen onze sjiitische broeders en zusters hierbij: Waarom heeft Ali Fadak niet opgeëist? Waarom was de visie van Ali wat betreft Fadak, dezelfde als die van Abu Bakr? Vanwaar deze dubbele standaarden? Zelfs Al-Hassan (die korte tijd Kalief was) heeft Fadak niet opgeëist. Veel sjiieten zullen hierna non-argumenten gebruiken, die allen (eveneens) met sjiitische overleveringen kunnen worden ontkracht.

 

Erfenissen verschillen per type persoon.

Voor de normale moslim gelden er andere regels vergeleken met bijvoorbeeld niet-moslims of Profeten. Voorbeelden van deze verschillen zijn talrijk. Als we naar de sjiitische overtuiging kijken wat betreft de erfenissen van de “Imams”, dan zien wij dat óók de Imams volgens het sjiisme hele andere regels hebben dan normale moslims. Zo hebben (volgens hen) de Imams het voor hun erfgenamen verboden verklaard om goederen zoals de Dhul Fiqar, ‘hun’ Koran, de ring van de Profeet (salla Allahu 3alayhi wa sallam) en zijn kleding te erven. Dit systeem komt niet overeen met de geldende erf-normen. De sjiieten kunnen dus hierdoor geen non-argumenten gebruiken wanneer zij verwijzen naar de andere erfregels voor profeten, want is het niet zo dat de Koran het de man toestaat om met vier vrouwen te trouwen, terwijl onze Profeet (salla Allahu 3alayhi wa sallam) met meer vrouwen getrouwd was?

 

Vrouwen erven volgens het sjiisme sowieso geen landgoed!

Bovenop alle bovengenoemde bewijzen zijn er nog veel zaken die we de sjiitische lezer voorleggen om te bewijzen dat het sjiisme tegen de Islam in gaat. Vele sjiieten zullen schrikken van deze alinea, maar wisten jullie dat sjiitische vrouwen sowieso GEEN LANDGOED kunnen erven?

We nemen hiervoor nogmaals de vooraanstaande sjiitische overleveringenboek “al-Kafi” door al-Kulayni. Hierin vinden we een hele hoofdstuk getiteld: “Vrouwen erven geen land.” In dit hoofdstuk schrijft de schrijver:

Vrouwen erven niets wat betreft land of landgoed.” (al-Kafi, vol7, p127, Kitab al Mawarith, H1)

Imam Sadiq werd gevraagd naar wat een (sjiitische) vrouw erft:

“Zij heeft recht op de waarde van de stenen, het gebouw, het hout en het bamboe. Wat betreft land en landgoed: daarvan erven ze niets.” (Tahdib al-Ahkam, vol9, p298, al-Istibsar, vol4, p351). In diezelfde boek lezen we ook dat Imam al-Baqir zei: “Een vrouw erft niets van land of landgoed.” (p152).

Hiermee hebben bewezen dat ook volgens de sjiitische overleveringen Abu Bakr gelijk had.

 

Fatima was niet tot haar dood boos op Abu Bakr

De sjiieten gebruiken het onderwerp “Fadak” bijna altijd als basis om aan te geven dat Fatima zogenaamd “voor altijd boos werd op Abu Bakr, tot aan de dood!!!”. Om Abu Bakr zwart te maken worden er overleveringen geplaatst waaronder de volgende uitspraak van de Profeet:

“Fatima is een deel van mij, wie haar boos maakt, maakt mij boos.”

Ook in deze alinea’s zullen we de sjiieten informatie bieden waar ze hoogstwaarschijnlijk nog niet van op de hoogte zijn…

Ten eerste richtte onze Profeet (salla Allahu 3alayhi wa sallam) zich toen hij deze woorden uitsprak tegen Ali (radia Allahu 3anhu) toen hij Fatima een keer boos had gemaakt tijdens een bekend incident!!!! Wat zullen de sjiieten nu menen, dat Ali een Kafir was omdat de Profeet (salla Allahu 3alayhi wa sallam) boos op hem was?

We lezen op al-islam/ Elal al Sharae, p185+, Najaf, Ibn Babaweh al-Qummi:

“Imam Sadiq overlevert: “Een ziekmakende (persoon) kwam naar Fatima, en vertelde haar “Ben je niet op de hoogte van het feit dat Ali een huwelijksaanzoek heeft gedaan om Khataba (dochter van Abu Jahl) te trouwen?” Fatima zei: “Is hetgeen je zegt waar?” Hij zei drie maal: “Wat ik zeg is de waarheid!”. Jaloezie drong (het hart van) Fatima binnen en ging alle excessen te boven waardoor het oncontroleerbaar werd. Fatima dacht hier de hele nacht aan, en vertrok naar het huis van haar vader (de Profeet). (…) Toen de profeet zag hoe gekweld Fatima was, gooide hij water over zich heen, trok hij zijn kleren aan en vertrok naar de moskee. Hij verrichte daar het gebed en veel smeekbeden zodat de woede van Fatima zou verdwijnen (omdat hij zag dat ze hyperventileerde).  Toen de profeet zag dat Fatima nog niet kon slapen zei hij: “O dochter, sta op!”. De profeet droeg Al-Hassan en zij droeg Al-Hussein en hield de hand vast van Umm Kulthoom totdat zij de plaats bereikten waar Ali (AS) sliep.  De profeet legde zijn voet op Ali, kneep hem en zei: “Sta op Abu Turaab! Jij hebt veel rustige mensen verstoord. Roep Abu Bakr voor mij bij zijn huis en roep Omar van zijn Majlis met Talha.” Ali ging ze halen en toen verzamelden zij zich bij de profeet. De profeet zei toen: “O Ali, weet jij niet dat Fatima een deel is van mij en ik van haar. Wie haar boos maakt maakt mij boos, en wie mij boos maakt maakt Allah boos. (…)

SubhanAllah! Wanneer sjiieten deze hadith gebruiken schieten ze zichzelf feitelijk gezien in de voeten. De bovenstaande overlevering is nota bene overgeleverd door de vader der sjiisme: Ibn Babawi al Qummi! Naast al Qummi heeft ook de tweede sjiitische grondlegger, Al-Majlisi (Jala al-Eyon) dit verhaal overgeleverd. Soortgelijke verhalen waarin Ali Fatima boos heeft gemaakt lezen we verder in andere sjiitische boeken, die we nu niet plaatsen omdat dit artikel anders te onoverzichtelijk wordt, maar het punt is overduidelijk.

In de sjiitische literatuur lezen we ook andere verzinsels waarbij Fatima boos zou zijn geworden op Ali, bijvoorbeeld omdat hij haar niet wilde helpen om Fadak te erven. In het begin was Fatima misschien wel boos op, of teleurgesteld in Abu Bakr omtrent Fadak; maar ze verzoenden vrij snel hierna.

Iedereen kan het oneens zijn met elkaar; ook man en vrouw, zoon en dochter. Dit zijn gewoonweg menselijke eigenschappen.

Abu Bakr gaf veel om Fatima, en wilde sowieso niet dat zij droevig of teleurgesteld was (in tegenstelling tot wat veel sjiieten prediken). Abu Bakr suste Fatima na deze gebeurtenis regelmatig door te zeggen:

“Bij Allah, O dochter van de profeet! Vriendelijkheid jegens de familie van de Profeet is mij meer geliefd dan mijn vriendelijkheid tegenover mijn eigen familieleden!”

Volgens zowel sjiitische als soennitische overleveringen was Abu Bakr erg bedroefd om Fatima’s ontstemming. Abu Bakr heeft veel in het werk gesteld om haar tevreden te maken. Abu Bakr (de Kalief) bezocht wel eens het huis van Ali in de hete zon, vragende of Ali voor hem de verzoenende factor wilde zijn. Uiteindelijk heeft Fatima de keuze geaccepteerd en was ook zij tevreden met Abu Bakr. (sjiitische referenties)

Toen Fatima ziek werd, wilde Abu Bakr haar bezoeken. Hij vraagde haar hiervoor toestemming. Ali zei tegen Fatima: “O Fatima, Abu Bakr vraagt toestemming om binnen te komen.” Fatima zei: “Wil je dat ik hem toestemming geef?” Hij zei: “Ja.” Ze liet hem naar binnen, en hij wilde haar welbehagen verkrijgen en zei dus tegen haar: “Bij Allah, ik heb mijn huis en eigendom en mijn familie slechts verlaten om het Welbehagen van Allah en Zijn profeet en jullie, O leden van het huis, te verkrijgen. Hij sprak met hen totdat zij tevreden was over hem.” (Bayhaqi)

De sjiieten negeren bovenstaande overlevering, en wijzen maar al te graag naar een andere overlevering die we in Sahih Bukhari (overgeleverd door Aicha) vinden met de volgende einde: “Fatima, de dochter van de profeet van Allah werd boos en sprak niet meer met Abu Bakr, dit gedrag werd tot aan haar dood volgehouden. Fatima bleef nog zes maanden leven na de dood van de profeet.”

Deze specifieke overlevering vergt een uitleg zodat ook deze overlevering door de sjiieten kan worden begrepen. Het is namelijk belangrijk om te weten dat Fatima slechts NIET MEER SPRAK met Abu Bakr over het onderwerp Fadak tot aan haar dood. Het is dus NIET zo dat zij “nooit meer met hem sprak“, zoals de sjiieten anderen willen laten doen denken. Dat hebben de andere overleveringen hierboven namelijk sowieso al ontkracht.

Een belangrijk punt die de sjiitische propagandisten hun volgers willen wijsmaken, is dat “Fatima’s boosheid jegens Abu Bakr” zo ver streek dat Fatima niet wilde dat Abu Bakr op haar begrafenis aanwezig zou zijn. Verheven is Allah! Dit is totaal incorrect. Hierover hebben we een heel artikel geschreven, en we  hopen dan ook dat veel sjiieten het sjiisme zullen verlaten na het lezen van deze twee artikelen.

We zullen jullie hier kort iets over vertellen. Fatima az-Zahrae (radia Allahu 3anha) was een van de beste vrouwen ter wereld. Ze was zeer bescheiden en bezat schaamte. Om deze reden had ze de wens om in de nacht te worden begraven, zodat niet-mahram mensen haar lichaam niet zouden zien (zelfs niet na haar dood, maa sha Allah). Toen ze ziek was zei ze dat ze zich schaamde voor het feit dat haar lichaam na haar dood zou worden gewassen zonder dat zij de Purdah (bedekking) over zich heen zou hebben terwijl er niet-mahram mensen in de buurt zouden kunnen zijn. Als reactie hierop heeft Asma bint Amees uitgelegd dat zij heeft gezien dat een vrouw haar lichaam in Abyssinia werd bedekt met dadeltakken. Fatima verzocht Asma hierbij om zo’n bedekking gereed te maken voor haar, en dit is wat Asma deed. Toen Fatima de bedekking zag, verheugde ze zich en lachte ze. Dit was de eerste keer dat Fatima lachte na de dood van de profeet (salla Allahu 3alayhi wa sallam).

Weten jullie wie deze Asma bint Amees was? Zij was 1 van de vrouwen van Abu Bakr. Nogmaals een bewijs dat het huis van Fatima en Abu Bakr elkaar respecteerden!

Fatima instrueerde Asma om haar lichaam te wassen na haar overlijden. Niemand behalve Ali mochten erbij zijn. Dit is de reden waarom de begrafenis van Fatima az-Zahrae heimelijk in de nacht werd uitgevoerd.

Ali verzocht Abu Bakr om het dodengebed te leiden voor zijn vrouw Fatima (omdat Abu Bakr de Kalief was). Haar dodengebed werd dan ook geleid door Abu Bakr….

Conclusie

  • Profeten laten geen erfenis achter (behalve kennis natuurlijk)
  • Abu Bakr was hiervan op de hoogte, Fatima nog niet (moge Allah tevreden zijn met hen beide)
  • Toen het duidelijk werd voor Fatima heeft zij hier niet meer over gesproken (omdat de hele gemeenschap nu wist van de erfenis)
  • Abu Bakr, Omar, Uthman, Ali, Hassan volgden hierin de sunnah van de Profeet (vrede zij met hem)
  • Fadak was van de hele gemeenschap, Abu Bakr heeft het zich niet toegeëigend o.i.d. en was dus geen “dief” zoals de sjiitische literatuur vaak stelt
  • Niemand van de Ahlalbayt (geen Ali, Hassan etc.) heeft later aanspraak hierop gedaan (de zaak was namelijk ook voor hun duidelijk)
  • Sjiitische vrouwen mogen sowieso geen landgoed erven volgens sjiitische overleveringen
  • De sjiitische geschiedschrijvers hebben omtrent dit onderwerp erg veel zaken verzonnen, om hun ongefundeerde argumenten kracht bij te zetten, maar dit alles zal nooit baten
  • Fatima werd na haar dood gewassen door Asma, vrouw van Abu Bakr
  • Abu Bakr heeft het dodengebed verricht over Fatima

 

 

Moge Allah ons allen leiden en vergeven

No Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *